24 april 2011

Impa en de mist



Aan het begin van de vorige week was het mistig op Vlieland. De mist kwam van de Noordzee en hing alleen boven het strand en de camping in de duinen. 200 meter landinwaarts scheen gewoon een zonnetje en in het dorp hebben de meeste mensen nooit vermoed dat er zich die dag op het strand een parallelle wereld ontvouwde. Ik nam de bus naar het einde van het eiland en liep terug over de volle lengte van het Noordzeestrand. Als ik in het midden van het strand liep, kon ik door de mist de duinen rechts van mij niet zien en de zee links van mij ook niet. Rondom mij verdween alles in een dikke laag wit, waar de ogen niet op konden focussen. Het enige dat er doorheen drong, was het harde geluid van de branding, heel dichtbij en toch onzichtbaar. Zo liep ik daar, niets te zien, maar wel te ruiken, luisteren en voelen. Af en toe doemde er plotseling een auto of een wandelaar op uit de mist, die na het voorbijgaan alweer verdwenen was in het wit voor ik tijd had om over mijn schouder te kijken. Ik tuurde die dag dus niet in de verte, maar hield mijn blik dichtbij. Naar binnen gericht, en met aandacht voor elke stap die mijn voeten zetten. En ik zocht op het zand naar hartjes voor mijn lief.

Later die week kwam met de warmte ook het gras. En met het gras het zwijgen.