29 januari 2011

De week in beelden

Sommige dingen veranderen nooit. Op de opleiding kijk ik nog altijd het liefst uit het raam.

Toch gaat het tekenen er steeds vaker naar m'n zin.

In Nijmegen was er Museum het Valkhof, bij de rivier.

Voor het werk had ik een trainingsdag in Utrecht. Het was een taaltraining voor revisoren. Ik heb nog nooit zoveel puntjes op de i gezet. Het was fijn om een dag lang boven het station van Utrecht uit te torenen.


En aan het eind van de dag was er een maaltijd in mijn oude stamkroeg, met een goede vriend. Smullen.

26 januari 2011

Waar ga je heen?

De mensen om hem gingen na een tijdje weer op in hun eigen gesprekken. (Ja, hoor es even, we blijven niet bezig.) Ze lieten hem in zijn eentje praten en lachen. Tegen de Franse vrouw tegenover hem sprak hij een zwierig soort zelfverzonnen Steenkolenfrans. 'Grand hotel, jolie. Falderalderal, jolie, oui, oui'. De mensen in zijn vierzitter stapten één voor één uit. Er kwam niemand voor in de plaats.

Toen hij even weg was geweest en door het gangpad terugliep naar zijn plek, keek hij me opeens aan en zei hij: 'Mag ik ook op de foto?' Even keek hij hoopvol, toen liep hij door.

Hij zat verderop in een vierzitter. Als hij zijn gezicht naar het raam draaide, kon ik hem zien in de reflectie. De zon viel op zijn gezicht. Zodra hij naar buiten keek, veranderde zijn gezicht. Dan werd het zachter en jonger. En een beetje verdrietig. Dan mompelde hij wat. Soms wees hij buiten iets aan. Tegen de krant op zijn tafeltje zei hij: 'Ach, heb je je pijn gedaan?' Daarna draaide hij zich weer naar de mensen, met een hoop lawaai en grappen in een vet Amsterdams accent.

Zijn woorden zweefden rond door de coupe, op zoek naar oren. 'Mooie neus heb je. Ik ben echt een neuzenman. Ik wil graag je neus afsabbelen. Dat zeg ik gewoon.' Het bleef een tijdje stil. Tegen het raam mompelde hij: 'Lekker zoutig.' De vrouwen aan de andere kant van het gangpad waren druk in gesprek. Ze zaten een beetje van hem af gedraaid. 'Lange neus', zei de man. 'Ach, kan jou het schelen. Lekker aan je neus sabbelen.' Het bleef stil in de vierzitter. 'Nee, sorry.' En even later, alsof hij de gedachte nog niet kon laten gaan: 'Wat zie ik daar? Een mooie neus.' Hij lachte luid en maakte een zuiggeluid.

'Wat heb jij een mooi haar,' zei hij tegen me. Ik tilde mijn tas uit het bagagerek en trok mijn jas aan. De trein minderde vaart op weg naar mijn station. Ik bleef staan tussen de stoelen waar ik had gezeten en keek hem aan. Ik glimlachte naar hem. Hij stak zijn duim op en knipoogde. 'Het mooiste haar van de hele trein.' Ik wachtte. 'Ik had vroeger ook zulk haar,' zei hij. Hij wees op zijn hoofd, met een sliertige grijze paardenstaart. 'Dus nu weet je meteen hoe je er later uit komt te zien.' Hij keek zo guitig dat ik in lachen uitbarstte. Hij lachte mee. We lachten samen, over de hoofden van de mensen in de coupe. 'Waar ga je heen?' vroeg ik. 'Met jou mee, als je wilt, zei hij.' Ik schudde mijn hoofd. 'Waar ga je heen?' 'Met jou mee.'

17 januari 2011

De sipte en de vreugde

In het bos was het koud en helder.
Ik was gelukkig deze week, en ik had mijn lief dichtbij. Het was een drukke week: druk in mijn voeten en in de agenda en in de mensen om mij heen, maar ik woonde in mijn buik. Waar het warm en rustig was en waar ik in de stille ochtenden mijn lief goed naast me kon voelen liggen.

In Nijmegen liep de rivier buiten haar bedding.

'Niet zo sip, lief', zei hij vanavond. Ik keek hem aan. 'Waarom niet?' Ik likte een traan weg. Af en toe schokte er een piep. Ik voel me inderdaad heel bijzonder sip. Maar met het stellen van mijn vraag zat ik er ook ineens op een afstandje naar te kijken dat ik zo sip was. Want ik vond het echt een heel goede vraag van mezelf. Ik weet dat als ik het mag zijn, even zo verdrietig, zonder er iets mee te doen of er iets van te vinden, dat het dan verandert. In iets dat niet méér is dan dat: verdriet. Geen pijn meer, of angst, of dat soort onoverzienbare toestanden die de boel vertroebelen. Door het te ervaren, schijn ik er een lampje op. Hij glimlachte en keek me aan. Hij had de vraag ook gehoord.

Je hoeft niets te doen. Je hoeft geen oplossing voor me te zoeken.

Zo gaat dat, lief, met voelen. Ook met ergernis, woede of angst. En ook met blijdschap, enthousiasme, vreugde, ontroering, rust en opwinding. Ik wil het allemaal mogen voelen, in jouw aangezicht, met een vertrokken gezicht en uitgestoken armen, met trappelende voeten en een schreeuw.

Als het van jou mag bestaan, dan kan ik het aan.


In Groningen was het Eurosonic. Drie nachten bandjes kijken in het donker. Zaal na zaal met oordoppen gedompeld in dopamine.
Een sprong, een dansje, een biertje.

Het bos, de rivier, de muziek.
Een pasgeborene die sliep in mijn armen.
De zoete sipte en de diepe vreugde.

06 januari 2011

Een nacht vol rijkdom

Er is een indringer in mijn huis. Hij ligt te slapen. Ik sluit hem zachtjes binnen en ga op zoek naar hulp. Als dat niet lukt, kom ik terug. Het blijkt mijn broer te zijn. Er wordt me gevraagd naar mijn wensen voor de kunstacademie en na lang zoeken schrijf ik op: 'Ik wil de aanwezigheid van een engel in mijn leven'. Ik zit in kleermakerszit en een enorme leeuwin rolt zich op aan mijn voeten.

04 januari 2011

Hoe je alleen kunt zijn

And it doesn't mean you're not connected,
that community's not present.
Just take the perspective you get
from being one person in one head
and feel the effects of it.
Take silence and respect it.


A video by filmmaker Andrea Dorfman and poet/singer/songwriter Tanya Davis.