08 mei 2011

Impa neemt afscheid

Romige sojayoghurt, vermengd met sinaasappelsap tot een frisse en niet al te zoete drinkyoghurt. Banaan en muesli met noten. Grote kom plus lievelingslepel. Soms heb ik 's avonds voor het slapengaan al zin in het ontbijt van de volgende dag. Als ik dan om 6 uur wakker word, nog vóór de beloofde warmte van de lentedag, is het helemaal niet moeilijk om op te staan en achter de computer te kruipen. Wat een ontbijtje al niet voor levensgeluk kan opleveren.
Het ging een stuk minder vanzelf om dit stukje te tikken. Afscheid nemen heeft zijn eigen natuurwetten. De tijd kruipt langzamer in het land van afscheid nemen dan in het land waar de dagelijkse dingen voortrollen. Traag kleeft afscheid soms vast aan de grond voor het verder kan. Maar zodra er losgelaten is, staat het op uit het troebele slijk. Dan voegt het zich helder en schoon weer bij het voortrollen der dingen en schikt het zich weer naar de herkenbare voortgang der tijd.

Ik neem afscheid van Impalinea. Het blog bestond de afgelopen maand 4 jaar en in die maand besloot ik op een dag dat het genoeg was geweest. Er is in 4 jaar veel gebeurd en veel veranderd. Het blog is een goede metgezel geweest. Het was een lijntje met de buitenwereld, een podium voor wat ik wilde laten zien, een tijdverdrijf, een kans om te delen. Een manier om hardop te denken. Een proeftuin voor tekst en beeld. Een plek om gehoord en gezien te worden. En nu is het, denk ik, gewoon klaar. Niet dat er niets meer verandert in mijn leven. Het lijkt wel alsof verandering sneeuwbalsgewijs van een helling rolt: eenmaal in beweging gaat het steeds sneller en wordt het steeds groter. De ene goede beslissing leidt tot de volgende, inzicht tot inzicht, helen tot helen, geluk tot geluk.

Jij, lezer van mijn blog, hebt mij in die 4 jaar afscheid zien nemen van de ene geliefde en een nieuwe liefde zien verwelkomen. Mijn huidige lief, mijn liefste lief. Je hebt me uit Utrecht zien vertrekken en naar Groningen zien verhuizen, altijd met één been in Nijmegen, de stad van mijn lief. Je hebt me thuis zien komen in een nieuw huis, met mijn eigen tuin. Je hebt me zien beginnen aan een deeltijdopleiding aan de kunstacademie. Je hebt me jaar in jaar uit naar Stockholm zien reizen en naar mijn geliefde Vlieland. Je hebt me verslag zien doen van een reis die me diep heeft geraakt. Je hebt oud & nieuw zien komen en gaan. Je hebt gelezen over wat me ontroert en verwondert. Heel af en toe over waar ik me aan erger. Je hebt de dagelijkse dingen meegekregen. Je hebt gelezen hoe ik met de dieren leef en wat de mensen met me doen. Hoe mijn fantasie soms een loopje met me neemt. Zonder dat je mijn privéleven kende, zonder dat je wist of het op dat moment nou goed of slecht met me ging, heb je toch vaak even door mijn bril naar de wereld gekeken en er zo een stukje van met mij willen delen. En daar ging het nou precies om. Want ik ben niet zo iemand die 'voor zichzelf' blogt. Dan had ik het wel in een schriftje gedaan en dat in een stoffige doos gelegd. Of het in een Wordbestand getikt en dat netjes gearchiveerd op een harde schijf. Nee, ik deed het voor het virtuele lijntje met de lezer. Heel erg bedankt daarvoor, jij. Voor alle keren dat je mijn stukjes hebt gelezen, een reactie hebt achtergelaten, een gastlogje hebt geschreven of een link naar mijn blog hebt geplaatst. Het was een feestje, vier jaar lang, en jij was één van de eregasten.
En nu? Lees nog eens een oud stukje, of kijk nog eens naar de foto's. Klik hiernaast gewoon op een maand in het archief of op een onderwerp uit de lijst. Of ga eens op bezoek bij een van mijn favoriete bloggers. Ze zijn het waard. En als jij hier ook klaar bent, dan wandel je verder, net als ik.

Aan de horizon flakkert een nieuw licht. Kom, we beginnen gewoon met lopen.


24 april 2011

Impa en de mist



Aan het begin van de vorige week was het mistig op Vlieland. De mist kwam van de Noordzee en hing alleen boven het strand en de camping in de duinen. 200 meter landinwaarts scheen gewoon een zonnetje en in het dorp hebben de meeste mensen nooit vermoed dat er zich die dag op het strand een parallelle wereld ontvouwde. Ik nam de bus naar het einde van het eiland en liep terug over de volle lengte van het Noordzeestrand. Als ik in het midden van het strand liep, kon ik door de mist de duinen rechts van mij niet zien en de zee links van mij ook niet. Rondom mij verdween alles in een dikke laag wit, waar de ogen niet op konden focussen. Het enige dat er doorheen drong, was het harde geluid van de branding, heel dichtbij en toch onzichtbaar. Zo liep ik daar, niets te zien, maar wel te ruiken, luisteren en voelen. Af en toe doemde er plotseling een auto of een wandelaar op uit de mist, die na het voorbijgaan alweer verdwenen was in het wit voor ik tijd had om over mijn schouder te kijken. Ik tuurde die dag dus niet in de verte, maar hield mijn blik dichtbij. Naar binnen gericht, en met aandacht voor elke stap die mijn voeten zetten. En ik zocht op het zand naar hartjes voor mijn lief.

Later die week kwam met de warmte ook het gras. En met het gras het zwijgen.

22 maart 2011

Impa's fietsenreparatieman

Mijn lief heeft mijn fiets gefikst. Als hij zich over het wiel buigt of naast de kettingkast op zijn hurken zit en rustig nadenkt tijdens het werken, zie ik weer hoe mooi ik zijn onderarmen vind, met het zachte haar erop, en de bedaarde motoriek van handen die kracht zetten. Dat hij mijn fiets repareert, die al zo lang in de tuin stond omdat ik dacht dat het me te veel geld zou kosten, zodat ik al een jaar lang binnen de stad overal naartoe loop, betekent meer dan alleen een gerepareerde fiets. Het staat voor zijn zorg voor mij, zijn ontfermen en beschermen. Wat je elkaar als geliefden geeft: zachte hulp en zorg, gewoon vanuit je eigen kracht en vanuit alles wat je waard bent. Daarom strijk ik ook graag zijn overhemden voor hem. En masseer ik zijn voeten. We geven wat we te geven hebben, zonder etiket en niet uit het veld geslagen door misplaatste emancipatie.

Mijn man fikst mijn fiets. Hij is mijn held.

12 maart 2011

Japan en de kracht van compassie

Vandaag wil ik graag het logje van Marloes op TussenpoZEN met u delen (klik). En ik heb er helemaal niets aan toe te voegen.

02 maart 2011

28 februari 2011

Een zwijn op een berghelling

Ergens op een Spaanse berghelling ligt een mobieltje, tussen de talloze glanzende stenen, hoekig en scherp, die de Sierra Nevada in de loop der eeuwen heeft prijsgegeven aan de elementen. In de zon glitteren de stenen verrassend zilver. 's Nachts, bij het licht van de maan, glimt de zilveren strip van het mobieltje stilletjes terug. Af en toe licht zijn schermpje even op, als er iemand een sms stuurt. Een nieuwsgierig zwijn snuffelt er even aan. Troepen zwijnen trekken 's nachts over deze hellingen, op zoek naar eikels. Met hun neus woelen ze de grond om en trekken er diepe voren in. Het zwijn laat het mobieltje verder ongemoeid en schuifelt verder, naar een drinkplek verderop. Herders hebben er een reservoir gemaakt door een dammetje van stenen in de beek te bouwen. Het ruikt er naar wilde tijm. Het mobieltje licht weer op, zonder geluid. Als er iemand was geweest om te lezen wat er op het schermpje stond, had hij geweten dat het de laatste keer was. 'Batterij bijna leeg'. De zwijnen verdwijnen tussen de lage bomen en het dichte struikgewas. Al snel zijn de enige geluiden op de nachtelijke berghelling het kabbelen van de beek en het ruisen van de wind.

Het klopte ergens wel, dat ik mijn mobieltje kwijtraakte. Mijn lief en ik vlogen naar Spanje en namen de bus naar Granada. In de oude Moorse wijk Albaicín trokken we een week in een piepklein appartementje. Er was geen tv, geen radio en geen computer. Zelfs geen vaatwasser. In de smalle, kronkelige straatjes woonden tetterende huisvrouwen die de hele dag hun stoepje veegden en geen woord Engels spraken. Aan hun voeten keften opgewonden hondjes. De straatjes van de wijk liepen steil tegen een berghelling omhoog. Alle huisjes waren wit. Bovenaan de helling had je uitzicht over de hele stad en daar was ons dakterras. Aan de overkant van een kloof torenden de vestingwerken en paleizen van het Moorse Alhambra. In de verte schitterden, tussen de heuvels door, 's avonds de lichtjes van de voorsteden op de vlakte.

Een week lang zonder het zoemen en stralen van speelgoed met knoppen en stekkers. Zelfs mijn telefoon vertrok uit zichzelf. Wij leefden steeds langzamer, steeds meer op de plaats. Ik was een zwijn op een berghelling. Eten, drinken, slapen. Hij en ik. Zon en maan.

En bij terugkomst? Eerst even de laatste twee afleveringen van Boer zoekt vrouw, op de laptop. Dat dan weer wel.

19 februari 2011

Impa en de vroege zon

Af en toe zit het mee, met het donker van februari. Dan schijnt een dag de zon en dan proeven we alvast weer even van het licht.

In Nijmegen kruip ik dan op het puntje van een pier naast de brug, zodat het lijkt alsof ik midden op het water zit. Dan komt de rivier onder de Waalbrug door recht op me af door de grote bocht die hij daar maakt, stroomt hij voor me langs en verdwijnt hij aan de andere kant onder de spoorbrug weer in de verte. Als ik mijn ogen dichtdoe en een tijdje diep ademhaal, wordt het geluid van het water een streling op mijn gezicht.

In Groningen snoei ik dan de druif. Voordat de sappen weer gaan stromen als het weer milder wordt, zeggen ze. Hij is nu zo ver teruggesnoeid dat ik bijna medelijden met hem kreeg. Maar het oude hout kronkelt nog over de hele muur en ik weet dat hij in het voorjaar weer uitloopt tot hij zich met een paar lange armen bij de bovenbuurman op het balkon heeft genesteld. Ik heb er spierpijn van, van zo'n vroege dag snoeien en bladharken in de tuin. Met de buurman van over de schutting heb ik bij het lenen van zijn trap vast een vroeg beginnetje gemaakt aan de lente, met een drankje buiten in de bleke februarizon.

Dat belooft wat.

16 februari 2011

Ik kwam een droom tegen

De overvaller in de winkel trekt plastic bakken met duplo uit een kast zodat niemand hem kan volgen op zijn vlucht. De blokjes vullen de ruimte tot op borsthoogte. Ik laat me tot aan mijn kin in de duplo zakken. Ik ben bang dat hij me door mijn hoofd zal schieten. Hij komt naar een vrouw toe die naast me zit en zegt tegen haar: 'Dans alsof je het meent. Vanavond ook. Dans alsjeblieft alsof je het echt voelt.' Hij begint een liedje te zingen. Hij zingt dat hij een Drent is 'in een zeiljakkie'. Ik vind het een mooi lied met een goede tekst. Ik zie de beelden voor me terwijl hij zingt: hij is Drent en hij loopt een weg af, alleen, in een geel zeiljack. Hij vraagt de vrouw al zingend of ze hem niet alleen wil laten, hem niet in de steek wil laten in zijn gele jas. 

Als ik wakker word, hoor ik het lied nog klinken.

02 februari 2011

In slaap vallen

Mijn lief ligt achter me, zijn hand op mijn buik. Het is een stille ochtend, lakenwit en dekbedzacht. Ik ben diep in mijn buik en kijk rustig rond in de energie die daar traag wervelt. Opeens voel ik me vallen, met een langzaam woesssjjjjjjjj. Het vallen gaat niet naar beneden, maar alle kanten op. Het voelt als een verschuiving. Dan ineens is er heel veel ruimte. Of liever: de afwezigheid van niet-ruimte. Ik kijk om me heen. Het voelt helemaal open aan alle kanten, eindeloos. Tot mijn verbazing hoor ik: 'Hier kan ik vrij zijn.' Ik denk: 'Dacht ik dat nou echt?' en meteen hoor ik het weer. 'Hier kan ik vrij zijn.' Dan voel ik het lichaam van mijn lief licht stuiptrekken. Z'n ademhaling wordt dieper. Ik lig in mijn witte bed, naast zijn warme lijf. Hij slaapt.

29 januari 2011

De week in beelden

Sommige dingen veranderen nooit. Op de opleiding kijk ik nog altijd het liefst uit het raam.

Toch gaat het tekenen er steeds vaker naar m'n zin.

In Nijmegen was er Museum het Valkhof, bij de rivier.

Voor het werk had ik een trainingsdag in Utrecht. Het was een taaltraining voor revisoren. Ik heb nog nooit zoveel puntjes op de i gezet. Het was fijn om een dag lang boven het station van Utrecht uit te torenen.


En aan het eind van de dag was er een maaltijd in mijn oude stamkroeg, met een goede vriend. Smullen.

26 januari 2011

Waar ga je heen?

De mensen om hem gingen na een tijdje weer op in hun eigen gesprekken. (Ja, hoor es even, we blijven niet bezig.) Ze lieten hem in zijn eentje praten en lachen. Tegen de Franse vrouw tegenover hem sprak hij een zwierig soort zelfverzonnen Steenkolenfrans. 'Grand hotel, jolie. Falderalderal, jolie, oui, oui'. De mensen in zijn vierzitter stapten één voor één uit. Er kwam niemand voor in de plaats.

Toen hij even weg was geweest en door het gangpad terugliep naar zijn plek, keek hij me opeens aan en zei hij: 'Mag ik ook op de foto?' Even keek hij hoopvol, toen liep hij door.

Hij zat verderop in een vierzitter. Als hij zijn gezicht naar het raam draaide, kon ik hem zien in de reflectie. De zon viel op zijn gezicht. Zodra hij naar buiten keek, veranderde zijn gezicht. Dan werd het zachter en jonger. En een beetje verdrietig. Dan mompelde hij wat. Soms wees hij buiten iets aan. Tegen de krant op zijn tafeltje zei hij: 'Ach, heb je je pijn gedaan?' Daarna draaide hij zich weer naar de mensen, met een hoop lawaai en grappen in een vet Amsterdams accent.

Zijn woorden zweefden rond door de coupe, op zoek naar oren. 'Mooie neus heb je. Ik ben echt een neuzenman. Ik wil graag je neus afsabbelen. Dat zeg ik gewoon.' Het bleef een tijdje stil. Tegen het raam mompelde hij: 'Lekker zoutig.' De vrouwen aan de andere kant van het gangpad waren druk in gesprek. Ze zaten een beetje van hem af gedraaid. 'Lange neus', zei de man. 'Ach, kan jou het schelen. Lekker aan je neus sabbelen.' Het bleef stil in de vierzitter. 'Nee, sorry.' En even later, alsof hij de gedachte nog niet kon laten gaan: 'Wat zie ik daar? Een mooie neus.' Hij lachte luid en maakte een zuiggeluid.

'Wat heb jij een mooi haar,' zei hij tegen me. Ik tilde mijn tas uit het bagagerek en trok mijn jas aan. De trein minderde vaart op weg naar mijn station. Ik bleef staan tussen de stoelen waar ik had gezeten en keek hem aan. Ik glimlachte naar hem. Hij stak zijn duim op en knipoogde. 'Het mooiste haar van de hele trein.' Ik wachtte. 'Ik had vroeger ook zulk haar,' zei hij. Hij wees op zijn hoofd, met een sliertige grijze paardenstaart. 'Dus nu weet je meteen hoe je er later uit komt te zien.' Hij keek zo guitig dat ik in lachen uitbarstte. Hij lachte mee. We lachten samen, over de hoofden van de mensen in de coupe. 'Waar ga je heen?' vroeg ik. 'Met jou mee, als je wilt, zei hij.' Ik schudde mijn hoofd. 'Waar ga je heen?' 'Met jou mee.'

17 januari 2011

De sipte en de vreugde

In het bos was het koud en helder.
Ik was gelukkig deze week, en ik had mijn lief dichtbij. Het was een drukke week: druk in mijn voeten en in de agenda en in de mensen om mij heen, maar ik woonde in mijn buik. Waar het warm en rustig was en waar ik in de stille ochtenden mijn lief goed naast me kon voelen liggen.

In Nijmegen liep de rivier buiten haar bedding.

'Niet zo sip, lief', zei hij vanavond. Ik keek hem aan. 'Waarom niet?' Ik likte een traan weg. Af en toe schokte er een piep. Ik voel me inderdaad heel bijzonder sip. Maar met het stellen van mijn vraag zat ik er ook ineens op een afstandje naar te kijken dat ik zo sip was. Want ik vond het echt een heel goede vraag van mezelf. Ik weet dat als ik het mag zijn, even zo verdrietig, zonder er iets mee te doen of er iets van te vinden, dat het dan verandert. In iets dat niet méér is dan dat: verdriet. Geen pijn meer, of angst, of dat soort onoverzienbare toestanden die de boel vertroebelen. Door het te ervaren, schijn ik er een lampje op. Hij glimlachte en keek me aan. Hij had de vraag ook gehoord.

Je hoeft niets te doen. Je hoeft geen oplossing voor me te zoeken.

Zo gaat dat, lief, met voelen. Ook met ergernis, woede of angst. En ook met blijdschap, enthousiasme, vreugde, ontroering, rust en opwinding. Ik wil het allemaal mogen voelen, in jouw aangezicht, met een vertrokken gezicht en uitgestoken armen, met trappelende voeten en een schreeuw.

Als het van jou mag bestaan, dan kan ik het aan.


In Groningen was het Eurosonic. Drie nachten bandjes kijken in het donker. Zaal na zaal met oordoppen gedompeld in dopamine.
Een sprong, een dansje, een biertje.

Het bos, de rivier, de muziek.
Een pasgeborene die sliep in mijn armen.
De zoete sipte en de diepe vreugde.

06 januari 2011

Een nacht vol rijkdom

Er is een indringer in mijn huis. Hij ligt te slapen. Ik sluit hem zachtjes binnen en ga op zoek naar hulp. Als dat niet lukt, kom ik terug. Het blijkt mijn broer te zijn. Er wordt me gevraagd naar mijn wensen voor de kunstacademie en na lang zoeken schrijf ik op: 'Ik wil de aanwezigheid van een engel in mijn leven'. Ik zit in kleermakerszit en een enorme leeuwin rolt zich op aan mijn voeten.

04 januari 2011

Hoe je alleen kunt zijn

And it doesn't mean you're not connected,
that community's not present.
Just take the perspective you get
from being one person in one head
and feel the effects of it.
Take silence and respect it.


A video by filmmaker Andrea Dorfman and poet/singer/songwriter Tanya Davis.