31 december 2010

Impa wenst u 2011

Ik wilde op deze laatste dag van 2010 een logje tikken vol terugblik en evaluatie. Niet omdat ik zonodig mee moet doen met de eindejaarstrend, maar omdat ik hou eenmaal houd van terugblikken en evalueren. Van het beleven van cycli, het afronden van het ene jaar en het verwelkomen van het volgende. Ik houd daarvan. Van bewust op weg gaan naar nieuw licht en nieuwe vruchtbaarheid in een nieuwe lente. Van dankbaar zijn voor wat er op mijn pad is gekomen: niet alleen voor de vreugde en de rijkdom maar ook voor de worstelingen en het lijden. Dat soms zo allesoverstijgend kan voelen. Van aandachtig formuleren wat ik wil laten gaan, wat ik los mag laten om plaats te maken voor het nieuwe. Van in dankbaarheid vooruitblikken zodat ik de rondedansjes al voel opkomen nog voordat ik de gaven in handen heb. Ik houd daarvan. Van steeds bewuster worden, van steeds meer spiritualiteit verwelkomen in mijn leven, van voelen dat ik op de goede weg ben. Van de balans opmaken over mijn werk dat steeds leuker wordt, de kunst die mijn ziel helpt bevrijden, de liefde. De liefde die me ontroert en ontwapent, die me tegelijkertijd voedt en vreselijk bang maakt. Die me helpt om langzaamaan gelukkiger te worden dan ik ooit heb durven zijn. De balans van vriendschappen, werk, kunst, familie, het lichaam, de ziel, de gedachten en de geest, van de liefde, het huis, het wonen, de dieren. Van meditatie en reiki. Van leren luisteren, geven en ontvangen. Van steeds meer mooie mensen op mijn pad, van zoveel prachtige, krachtige, wijze en warme vrouwen om me heen. Van het leven.

Maar toen ik begon aan het logje waarin ik zou terugblikken en evalueren, het logje dat op Impalinea het oude jaar zou uitluiden en het nieuwe zou verwelkomen, had ik ineens iets beters te doen. Hier aan tafel zitten, bijvoorbeeld, bij Maz, mijn prachtige hartsvriendin waar ik meer van houd dan ooit tevoren. Waarmee ik de hele middag heb staan koken in een zonovergoten keuken, sterretjes heb klaargelegd en champagne heb koud gelegd. Om samen met haar en haar man te wachten op die van mij. Mijn lief die vanavond in het donker en in de kou naar het noorden komt rijden. Er is hier wijn in mijn glas en zwanengezang van Schubert uit de speakers. Kerstboom, lichtjes in het duister, warmte. Het Groninger Hogeland. Ik tik dit logje en klap dan de laptop dicht. Ik laat jullie, mijn lezers, mijn virtuele vriendjes en vriendinnetjes, voor wat jullie zijn en ga straks bij de jaarwisseling om een echte vuurkorf staan met een echt glas bubbels in mijn handen, in een hele kleine kring van mensen waar ik heel veel van houd. En dan, dat weet ik zeker, gaat het loslaten van het oude jaar en het verwelkomen van het nieuwe vanzelf.

Ik wens u prachtigs, mensen.
Ik wens u 2011.

30 december 2010

Impa is verliefd

Impa moest breed glimlachen en kreeg toen achtereenvolgens kippenvel, tranen in haar ogen en vlinders in haar buik.

Luister, kijk en neem een diepe teug levensvreugde. Zo simpel kan het zijn.

28 december 2010

Wat je denkt, maak je waar

Vogels zijn een griezelig soort verlanglijstje. Je moet heel voorzichtig zijn met wat je tegen vogels zegt. En met wat je erover schrijft, ook al denk je dat je een gevat stukje absurd-realisme zit te tikken dat niets met het echt te maken heeft. Ik zeg het u, mensen. Alles wat je over vogels denkt, schrijft of voelt, wordt als wens beschouwd. 'Ben je daarmee bezig in dat kronkelige brein van je, Impa?' klinkt ergens uit het kosmische vogelgeheel een in stilte gefloten orakelvraag. 'Is dat het beeld van vogels waarmee jij je dagen vult?' galmt het geruisloos. Ik kijk niet op, want ik zit bijdehante stukjes te tikken. 'Dan is dát...' vervolgt de oppergalmvogel en laat een veelbetekenende stilte vallen om de spanning een beetje op te bouwen, '...Wat Je Op Je Pad Zult Krijgen.'

Ik tikte. Bijdehante dingen.

Nou, dat heb ik geweten.
De inkt van het logje over te grote vogels was nog niet droog of er vloog een minuscuul vogeltje tegen mijn raam te pletter. Heel klein en op één luide pijnkreet na ook heel stil. Precies zoals ik hem besteld had. Ik ging gestrest in de weer met een doos en een oud T-shirt en een plaatsje in de zon om het beest bij te laten komen uit zijn shock. Om mijn leven te beteren wenste ik hem nog vaak en langdurig keihard fluiten. Na een half uurtje deed hij een poepje en vloog weg. Muisstil.

Met de witte kip is het minder goed afgelopen. Toen ik er een o, zo gevat fictieperikeltje over had geschreven waarin de kip in het kader van alles-is-één werd opgepeuzeld door een grote spin, ging de bel. De buurman stond op de stoep en vroeg of ik wist waar de witte kip was gebleven. Hij was ontsnapt en spoorloos verdwenen. Ik verzekerde hem dat ik er niks van wist en er ook echt niks mee te maken had. Later hoorde ik van de buurman dat er van de kip slechts een klein stukje was teruggevonden. De rest was verzwolgen.

Vorige week schreef ik een stukje over een merel die mijn huis in wilde. Ik wees hem de deur en de winterse kou. De volgende ochtend werd ik wakker van een luid gekrijs. In de kippenren van de buurman zag ik een kip voor pampus in de sneeuw liggen. Als ze nog leefde, zou ze doodvriezen. En zo kon het gebeuren dat ik nog voor het krieken van de ochtend in het donker en bij een gevoelstemperatuur van min 15 in de kippenren van de buurman stond om er een omgekukelde kip uit te vissen. Het beest was nog warm. Ik haalde haar het warme huis in - de buurman was er niet- in de hoop dat ze zich zou bedenken en niet zou bezwijken. Dat was ijdele hoop. Ik had een dode kip naar binnen gehaald: meer kon ik er niet van maken. Bevroren vogels stortten zich vervolgens massaal voor mijn voeten. In de auto op weg naar mijn lief kwam ik in een file terecht. Er was een vrachtwagen gekanteld met twintig ton diepvrieskippen. De vogels lagen naakt en bevroren op de snelweg en ik kon er niet omheen. Ik zeg het u, menschen. Eert den voogelsch met gans uw hart. Want wat je denkt, maak je waar.

Lieve vogel.
Lief! Vogel!
Lieieieieief.

20 december 2010

Laat mij even op de computer


'Er landde een merel op de schaal met vogelvoer voor het raam. Hij droeg blauwe sokjes.' Lees verder in Lekker belangrijk.

Lekker belangrijk

Er landde een merel op de schaal vogelvoer voor het raam. Hij droeg blauwe sokjes. Om zijn keel knelde een blauw koordje waaraan op zijn rug een blauw mutsje bungelde. Het mutsje had oorflappen aan weerszijden en een touwtje aan de punt met een geel toefje eraan. De merel tikte tegen het raam. Ik hield op met typen. 'Laat mij even op de computer', riep hij. Ik gebaarde dat hij moest gaan eten. De merel verroerde zich niet en bleef door het raam naar binnen turen. 'Eten', riep ik. Ik wees afwisselend op het eten en op mijn mond. Daarna maakte ik pikkende snavelbewegingen. Ik realiseerde me dat dat zonder snavel waarschijnlijk niet erg overtuigend overkwam. Misschien dat ik daar de volgende keer iets op kon vinden. De merel tikte weer tegen het raam. 'Toe nou,' riep hij. 'Ik sta me hier een partij koude poten te krijgen op die ijzeren schaal, dat wil je niet weten.' 'Ja, ga dan gewoon eten', riep ik, 'en vlieg op. Daar is die schaal voor. Hou je een beetje aan de rolverdeling.' 'Pffff, deed de merel. Hij rolde met zijn kraaloogjes. 'De rolverdeling. Moet je mevrouw nou es horen. Komt je zeker wel goed uit, hè? Nu het zo koud is. Lekker belangrijk, hoor.' Hij nam een hap zaad. Het meeste viel meteen zijn volle snavel weer uit. Hij gooide zijn kop in zijn nek en schokte er een paar keer mee naar voren om het vogelzaad door te kunnen slikken. 'Lekker belangrijk?' riep ik terug. 'Lekker belangrijk? De vorige keer dat je zo nodig naar binnen moest, kregen we die hele toestand. Je vloog overal tegenaan. Tegen de ramen en het plafond, alles. En maar panieken. En ik daarna maar de hele tijd wachten tot je shocktoestand weer een beetje voorbij was.' De merel flapte afwijzend met een vleugel. 'Nee, die shocktoestand krijg ik nu niet. Echt niet. Bovendien, het ging toch heel goed met jouw riekie-dinges? Daar werd ik lekker leip van.' 'Reiki', zei ik. 'Dat heet reiki. En dat helpt inderdaad wel, maar toch vind ik het maar een hoop gestress. Ik doe het niet weer. Dus trek die achterlijke muts en sokken nou maar uit en ga gewoon vliegen. Of eten. Als je mij maar met rust laat, want ik ben bezig.' De merel trok z'n oogjes samen tot spleetjes en stak z'n kop naar voren. 'Pfrrrrrrfffr', deed hij. Het puntje van z'n tong spetterde tussen z'n snavel vandaan. 'Ik heb anders ook wel wat beters te doen', riep hij. Hij ging beurtelings met één poot op het sokje van de andere staan en trok zijn poot eruit. Hij pakte beide sokjes op met z'n snavel en slingerde ze de lucht in. Het ene sokje bleef in de wijnrank hangen. Het andere verdween achter de stapel stenen bij de schutting. De merel boog voorover en wiebelde met zijn schouders. Z'n vleugels flapten een beetje opzij. De muts gleed voorover van zijn kop af en bleef op het vogelvoer liggen. Hij hipte naar de rand van de schaal, keek om en knipoogde. Ik stak mijn tong uit. Hij sloeg z'n vleugels uit en vloog weg. Hij verdween boven de takken van de gouden regen in de richting van de berk achter de tuin. Ik maakte mijn blik los van het raam en richtte hem weer op mijn beeldscherm. Ik blies de veertjes van mijn toetsenbord en kneep mijn handen een paar keer open en dicht. Ik wreef de laatste veertjes tussen mijn vingers vandaan en begon weer te tikken. Bij de verwarming. Onder de lamp. In het huis.

14 december 2010

Hoop en vrijheid


Op een plein in Nijmegen maken de bomen zich klaar om te verhuizen. Hun wortelkluit is teruggebracht tot een schrikwekkend twee bij twee, verpakt in houten bekistingen. De rillingen lopen me over de rug als ik ze daar zo zie staan. Er is vast een boomexpert die zich er lang en diep over heeft gebogen wat een grote plataan nodig heeft om elders te kunnen overleven, maar toch. Een boom die niet wortelt, blijft een eenzaam ding om te zien.

Verderop stroomt de machtige Waal tot vlak onder de kade. Ik laat de rivier vandaag niet alleen door mij heen stromen, maar leg hem in gedachten ook even om naar het plein.

Voor mijn lief koop ik een cd van Bruce Springsteen. Ik heb hem wel eens gevraagd wat dat nou is, met Bruce. 'Hoop en vrijheid', zei hij. 'Het harde leven, maar altijd met uitzicht op betere tijden'. Ik hoor het zelf ook, in Springsteens stem. Ik zie voor me hoe door Bruce overal ter wereld mannen hun geliefde weer wat steviger beetpakken. Ik zeg tegen mijn lief: 'Volgens mij is de muziek van Springsteen voor veel mannen de enige manier om hun pijn te kunnen voelen. 'Ja', zegt hij. 'Dat, en elkaar op de bek slaan'. Ik begin het langzaam te ontdekken: hoe minder taal ik gebruik, hoe beter mijn lief me verstaat.

09 december 2010

Ondertussen...

(...in de stripboekenwinkel van de familie Knots...) blijk je na het eten prima te kunnen schilderen op het karton van de pizzadozen. Oefening baart... hm.