27 juni 2010

A drawing a day keeps the doctor away



Mijn tante C. heeft voor mijn verjaardag een boekje voor me genaaid. Twaalf katernen met een voor- en achterkant van blank hout, samengestikt met dik, rood garen. Als je het openslaat, zie je dat het het hout is van een sinaasappelkistje: de voorkant is aan de binnenkant bedrukt met het Spaanse fruitmerk en je kunt aan het hout nog zien waar de krammetjes hebben gezeten. Ze heeft voor het naaien van de omslag de gaatjes van de krammetjes gebruikt en er zelf een paar bij geboord. Het zijn zo'n 100 velletjes papier. Ze heeft alles door elkaar gebruikt: blank en ongebleekt, vezelig en glad, dik en perkamentdun. Er moet heel veel tijd en aandacht in zijn gaan zitten, en dat voel je. Ik vind het prachtig. Ik ben er heel blij mee.


25 juni 2010

Impa's hoofdbrekens en haar lief aan kop

Ik zit bij mijn lief thuis te werken aan een opdracht die me hoofdbrekens bezorgt. Ik wil buiten spelen en een dansje doen. Het mag ook wel iets nuttigs zijn zoals boodschappen halen of iets ondoenlijks zoals de rivier leegemmeren. Alles behalve deze hoofdbrekens. Maar ik stroop steeds opnieuw mijn mouwen op en raap mijn moed bijeen en ga door.

Als mijn lief tegen achten thuiskomt van zijn werk, heeft hij al boodschappen gedaan. Hij trekt een blok pure Chocolonely en een fles rode wijn uit zijn tas en zet twee potten Kneipp-badolie voor mijn neus. Ik zet de computer uit en als hij me een glas wijn heeft gegeven, zet hij Jaques Brel op. En terwijl hij in de keuken gehaktballetjes staat te draaien met rozemarijn uit zijn tuintje, word ik langzaam licht in mijn hoofd van de melancholie van Brel. Of is het van de wijn? De hoofdbrekens verdwijnen in ieder geval langzaam naar de achtergrond.

De tuindeur en de ramen staan open want buiten is het zacht.

Vanavond is er de avond en morgen is er weer een dag.

22 juni 2010

Impa doet het op haar klompen


Ik kocht ze in 2007 en heb er drie zomers op gelopen. En niet alleen gelopen. Ik heb erop gerend, gehuppeld, gedanst en gevreëen. Ze zaten als gegoten en pasten bij al mijn zomerkleren. Wat was ik dol op mijn zomersandalen met hakken. Na drie zomers wear and tear, plensbuien, festivals, vakanties, kilometers plaveisel en een aantal provisorische reparaties kon ik er niet meer onderuit. Ze waren op. En toen ze dit voorjaar zelfs wit uitgeslagen uit de kledingkast tevoorschijn kwamen, wist ik het zeker. Ik moest afscheid nemen.

Een tijdlang dacht ik dat ik deze zomer wel toe zou kunnen met platte sandalen en gympen. Maar wie probeer ik nou voor de gek te houden? Want mijn rinkelende enkelbandjes dan? Mijn rood gelakte nagels en gebloemde jurkjes? Die schreeuwen om hooggehakte sandalen. Groene. Waar ik verliefd op ben. En die het niet al na één zomer begeven. Ik zuchtte. Ik wachtte. Ik twijfelde.

Tot ik mij iets herinnerde dat ik had gezien op de wereldwijde weblogs. Bij Sanneke, om precies te zijn. Swedish Hasbeens. Ik klikte verder, keek, wilde hebben-hebben-hebben, bestelde, hield mijn adem in, deed mijn ogen dicht en... betaalde. En toen de postbode een week later met een doos op de stoep stond, snapte hij vast niet waarom ik stond te kirren bij de voordeur. Iets over Zweden, groen en hierdaarmee.


(Sanneke for president)

21 juni 2010

Impa bleef even op de bank zitten

Dit moet wel de fijnste zondag van het jaar zijn geweest. Ik viel aan het begin van de avond in slaap bij Nena's 99 Luftballons. Mijn lief en ik zaten op de bank met de laptop en draaiden op YouTube clipjes uit de jaren '80. Feargal Sharkey en Falco, need I say more? Als je bij elk liedje een andere houding zoekt voor verstrengelde armen en benen en je kookt tussendoor een hapje pasta met blauwe kaas en spinazie dan vliegen de uren voorbij. We hadden een film zitten kijken die me blij maakte en ontroerde en mijn lief had zijn kater aangevoerd als excuus voor zijn tranen. Daarvoor had hij WK-voetbal zitten kijken, dicht tegen mij aan, terwijl ik mijn blik naar buiten liet dwalen. Daar hielden de blaadjes aan de bomen voor het raam zich stil in de donkere middag en binnen, onder een dekentje, met het vuvuzelakoor op de achtergrond, bedacht ik mij dat een lichte kater die een hele zondag mag duren een prettige verdoving oplevert. Zo één waar je niet echt last van hebt maar die je wel lekker traag maakt, zodat je een pas op de plaats doet en je bewust wordt van je hele lichaam. En je jezelf toestaat om een dag helemaal niets te doen. Ik had vriend W. rond het middaguur naar het station gebracht waar hij nog net zijn trein haalde. Misschien wel omdat ik op weg naar het station ontdekte hoe je met piepende banden moest optrekken. Vriend W. zat die ochtend bij ons aan de ontbijttafel en we voerden een langzaam gesprek, van het soort waar we de avond ervoor niet aan toe waren gekomen, over liefde en kunst, werken en leven. Een goed gesprek om te voeren met een langzaam hoofd en een lijf dat gevoed wil worden met kersenvlaai en aardbeien, toast, sterke koffie en grote glazen water. Mijn lief stond al eieren te bakken voor vriend W. toen ik die ochtend beneden kwam. Ik daalde uit mijn lege bed af in een keuken vol warmte.

Ik was een paar uur ervoor het bed pas in gerold, moe en een beetje dronken en heel erg gelukkig. Ik had de laatste gasten rond 04.00 uur op hun fiets gezet en de straat uit geduwd, toen de lucht aan de overkant al lichtblauw werd. Ze waren de laatsten van een grote groep mensen die in de loop van de avond bij mij had aangebeld en die de hele avond en nacht bij mij aan tafel, in de keuken en in de tuin had zitten praten en lachen zodat ik af en toe om me heen keek en me rijk, rijk, rijk voelde. Er waren mensen die ik al heel lang ken, maar ook veel mensen die ik dit afgelopen jaar heb ontmoet, in mijn nieuwe leven in mijn oude stad. Er was fijne familie en er waren dierbare, oude vriendinnen. Er waren nieuwe vrienden, studiegenoten en fijne buren. Een paar vriendinnen stelden me die avond voor het eerst aan hun mannen voor en iemand droeg een nieuw kind in haar buik. De meeste mensen kenden elkaar niet en toch werd er gepraat en gelachen en werd het fles na fles, een hele playlist lang, buiten langzaam licht en van binnen heel blij.

Ja, dit moet wel de fijnste zondag van het jaar zijn geweest. 

19 juni 2010

Elke dag een avontuur

Ik greep een bos sleutels en slofte in een broek vol verfvlekken en een oud t-shirt de voordeur uit. Even de vuilniszak naar de container brengen. 'Klik' deed het slot. 'Flipflop' deden mijn oude sloffen. Pasje bij me voor de container? Ja. Sleutels bij me? Ja, die had ik in mijn hand. Ik keek ernaar. Het was een bos reservesleutels. Maar niet die van de voordeur.

Nu had ik twee opties. Sonisch MacGyveren met het pasje van de vuilcontainer en de sleutelbos (zes identieke steeksleutels) of bij de buren aanbellen.

Buurman J. deed op sloffen open. Dat schepte alvast een band. En daarna liet hij er geen gras over groeien. Hij liet me binnen, gaf me tussen de keuken en de achterdeur een lepel zelfgemaakte pesto om uit te proberen, haalde een ladder uit de schuur en kiepte me zo over de schutting mijn tuin in. 'King', zei hij. 'Chill', riep ik terug.

Daarna heb ik hem uitgenodigd voor mijn verjaardagsfeestje.

17 juni 2010

Vriendin M. stuurde even een sms'je

Vogel heeft op me gepoept, moet haarwassen ben ietsje later. X

11 juni 2010

Een kolibri, dat lijkt Impa wel wat

Het is gedaan met de kleine vogeltjes. In de winter wisten ze me wel te vinden, met al dat zaad en die vetbollen in de tuin. Ik heb eigenhandig de hele Noord-Nederlandse populatie groenlingen, vinken, staart- kool- en pimpelmezen, heggemussen, roodborstjes, boomklevers en winterkoninkjes de lange, barre winter door geholpen. Bescheiden klonk hun gekwetter en getwinkelier vanuit de kale struiken en bomen in de tuin.

Ik weet niet waar ze inmiddels naartoe verdwenen zijn. Waarschijnlijk zitten ze ergens in een spleet of onder een blad op een stel eieren of is er elders in het land een groot kleinevogeltjesfeest waar ze allemaal de horlepiep dansen, maar ik zie ze nergens meer.

Dat geeft natuurlijk niets, want ik heb mijn lief om naar te kijken en ik tuur ook graag door de schutting naar de kippen van de buurman. Heel meditatief hoor, naar kippen turen. U zou het eens moeten proberen. Dat koert en pikt en scharrelt wat rond en voor je het weet heb je tien meditatiepunten gehaald en mag je in één keer door naar het volgende level.

Het is alleen wel jammer dat het nu kennelijk tijd is voor grote vogels. Een buurman van verderop zet op zonnige dagen iets tropisch buiten in een kooi dat de hele dag fiep-fiew! fluit. Alsof het vrouwtjesvogels met korte rokjes langs ziet vliegen. In de boom aan het uiteinde van mijn tuin wonen twee kraaien. In de dakgoot van het tuinhuis houdt een ekster zijn eikelvoorraad, een paar tuinen verderop woont een haan in een stadstuintje en op het platte dak van mijn slaapkamer klossen 's ochtends vroeg een paar houtduiven rond op houten duivenklompen.

Fiep-fieuw.
Kras.
Kraaaaa.
Kukelekuuu.
Roekoekoe. Koekoe.

Nog even en er landen gieren in de gouden regen en er hollen struisvogels door de brandgang. 

08 juni 2010

Impa likt niet alleen haar eigen vingers erbij af

Lekker eten en drinken, dat kunnen mijn lief en ik heel goed. We kunnen het nog beter op dagen dat het precies een jaar geleden is dat we elkaar ontmoet hebben. Op die dagen (tot nu toe was het er maar één, maar dan wel meteen een heule goeie) ontbijten wij met sweet lovin', koele champagne, rijpe aardbeien die wij dopen in diepdonkere, gesmolten chocolade, warme croissantjes met kaas, sterke espresso uit het potje op het vuur en sweet lovin'.

O nee, die sweet lovin', die had ik al gehad.

05 juni 2010

Impa in 21rozendaal

Komt u wel eens in Enschede? Ik zou het gewoon eens proberen. De zon schijnt er. En als u Enschede maar een uithoek vindt dan kan ik u als inwoner van Groningen verzekeren: dat is een kwestie van perspectief. En het kan geen kwaad je perspectief eens te verleggen.

Wat deed ik dan zelf in zonnig Enschede? Lunchen met een kunstenaar en in het gras liggen met haar kat. En daarna ging ik naar de opening van de solotentoonstelling van Wendy Morris in expositieruimte 21rozendaal.

Wendy Morris, P.O.W., 2008
220 x 150 cm, houtskool op papier
(with kind permission of the artist)

De Zuid-Afrikaanse Morris woont en werkt in België. Ze maakt grote houtskooltekeningen waarvan ze gedeeltes uitveegt en opnieuw tekent. Daar maakt ze opnames van, die ze tot animatiefilms monteert. Haar animaties ademen zorgvuldigheid. Dat komt niet alleen door de enorme hoeveelheid werk die er in het tekenen en monteren gaat zitten. Ze benadert haar thema's - koloniale geschiedenis in het algemeen en die van Zuid-Afrika in het bijzonder, met alle onrecht en sociale en politieke bijverschijnselen die daaruit voortvloeien - ook vanuit een heel persoonlijke invalshoek. Ze gebruikt oorlogsdagboeken en brieven van haar voorouders om een lang vervlogen tijd te reconstrueren en vermengt die met haar eigen herinneringen aan haar jeugd in Zuid-Afrika.

De video's vloeien, elk beeld vol betekenis, overal is iets te zien. Het gaat soms snel, maar in de witte fabrieksruimte van 21rozendaal met de grote ramen, omringd door Wendy Morris' houtskooltekeningen blijf je gewoon ziten kijken en kijken tot je het gevoel hebt dat je er bent. Op de plek die Morris je wil laten zien.

De tentoontstelling 'Far from Kimberly' van Wendy Morris is nog te zien tot en met 12 september 2010. Kijk voor meer informatie op www.21rozendaal.nl.