25 mei 2010

Impa's nieuwe zelfinzicht

Ik pakte een schoonmaakdoekje, liep de voordeur uit, knikte naar buurman P en de twee Jehova's getuigen waarmee hij al een tijdje bij zijn voordeur stond te praten EN DEED NET ALSOF IK BUITEN DE VENSTERBANKEN AAN HET AFSOPPEN WAS.

Als dat geen koploper is in de categorie 'Buurvrouw achter de geraniums' dan eet ik mijn sanseveria op. Maar goed, ik bén buurvrouw en ik héb geraniums. Ik ben er kennelijk niet van verschoond gebleven.

(Ik gniffel me suf.)

21 mei 2010

Impa was even op Vlieland...



...alwaar ik met mijn lief op de Waddendijk lag. Leg dat maar eens uit, dat met die geur van Waddenslib en de onophoudelijke wind, golfjes die aan de dijk likken en zout op je gezicht en dan dat hele trage, dromerige aanwezig zijn in het moment, in het lichte licht, met je lief onder handbereik. Vogels hebben er gebogen snavels (een kluut kijkt naar zijn snuut en een wulp naar zijn gulp) en bij de bakker viel er een enorme, roodbruine spin uit mijn portemonnee.

En toen mijn lief dan een paar dagen later op de boot stond en ik zwaaide en probeerde om in slowmotion met mijn haar te wapperen, bewaarde ik het schuren van zijn stoppels op mijn wang en volgden er nog een dag of wat op het eiland.


Dagen met die wonderlijke stilte die mij er altijd weet te vinden, waardoor het gonzen in mijn lijf verstomt en er iets helders voor in de plaats komt dat helemaal leeg is en boordevol, tot mijn zolen planten en mijn palmen stromen. Met de begroeting van Vlielandse vrienden, altijd gastvrij en hartelijk, en met onverwachte gesprekken die zomaar een halve nacht en een fles rose duren. Met mijn handen in hondenvacht, fluisterend.

14 mei 2010

Impa en de lichtvlek

Verliefd op een lichtvlek? Ja, hoor, dat kan heel goed. Heeft u dat dan nooit? Hij verschijnt iedere avond, vlak voordat de zon ondergaat. Dan schijnt het late licht van achter het huis over het dak heen en valt het op de bovenste ramen van het huis aan de overkant van de straat. Als ik geluk heb, staat daar ook een klein kiepraampje open en verschijnt er een extra lichtvlek in het midden van het grote vierkant, ovaal als het gekantelde spiegelbeeld van de zon. Tien minuutjes, langer duurt het niet. Dan is het licht weer ergens anders.

10 mei 2010

Impa heeft het aan de stok met de natuur

"'s Morgens liggen de gedachten nog verscholen en tasten aarzelend om zich heen. Ze glanzen als goud." John Steinbeck (Citaat aangetroffen op BW14.)

Ik heb een heel klein slaapkamertje, helemaal wit, met een roze omalamp aan het plafond en roze voile achter het witte rolgordijn. Als het raam openstaat, bolt de voile glinsterend naar binnen in het heldere zonlicht van de middag. Het bed is groot, het beddengoed is wit, de muren zijn wit. Er hangt een bruine plank aan de muur waar een paar dierbare objecten op liggen en daar staat een witte dekenkist onder. Verder niets. Het witte kamertje is zo basic dat het sommige mensen spartaans voorkomt, maar voor mij is het een haven van rust en stilte. Dat gaat verder dan alleen een prettige plek om te slapen. Het is de enige kamer van mijn benedenwoning die een verdieping hoger ligt, boven de werkkamer, in de tuin aan de achterkant van het huis. Als ik 's avonds ga slapen, lijkt het wel alsof ik met de trap omhoog ga naar een soort witte cel, een stukje andere wereld, waar ik me een nacht inplug om me op te laden. Het is bijna een klein stukje hemel, zo licht en veilig en dierbaar. Ik heb jarenlang gebeden om stille buren, ik heb jarenlang naast een rumoerige snelweg gewoond en uitlaatgassen ingeademd. En nu ben ik dan eindelijk op deze plek aanbeland. Ik slaap er als een marmot en voel me er nooit alleen. Iedere avond voordat ik in slaap val, ben ik me er even van bewust hoe goed het bed aanvoelt en hoe lekker ik lig en 's ochtends word ik er zonder uitzondering met een glimlach wakker.

Tot voor kort, tenminste. Tot de komst van de haan.

Een haan! Een haan mensen, in een dichtbevolkt stukje stad. Stelt u zich vier straten voor die een vierkant vormen. Aan de achterkant van de huizen omsluiten die vier straten een groot, afgesloten gebied van tuinen, brandgangen, binnenplaatsjes en balkons. In honderden appartementjes, huizen, benedenwoningen en bovenwoningen wonen evenzoveel mensen. Gezinnen, studenten, kinderen,  stellen, jonge mensen, ouderen. Mensen die daar allemaal hun best doen om er naast elkaar en met elkaar te leven. Die er werken, wonen en... slapen.

Tot voor kort, dus. Tot de komst van de haan.

Zoiets verzin je toch niet? Op een dichtbevolkt stukje stad in het midden van zoveel woningen een levende sirene neerzetten met maar één toon op de herhaalstand die begint bij het eerste licht en de hele dag doorgaat?

Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tien.
Haal diep adem, Impa.

Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tien.
Haal adem. Glimlach.

Lieve haan. Ik weet niet in welke tuin je woont, en ik weet ook dat je er zelf niets aan kunt doen dat jouw woonsituatie op z'n zachtst gezegd ietwat 'sociaal onhandig' is geregeld van je baasje. Maar als ik nou heel hard en liefdevol jouw kant op straal dat de croissantjes hier op zondag niet al om 06.00 uur de oven ingaan, kun je daar dan iedere zondagochtend een paar uur een beetje voor jezelf over nadenken? Met je oogjes dicht en je snaveltje toe?

04 mei 2010

02 mei 2010

Impa en ITGWO


Impa houdt van Vlieland en Vlieland houdt van Impa. Dat moet wel, zo goed als het er voelt. Dat ik vorig jaar niet bij de eerste editie van Vlielands eigen festival Into The Great Wide Open kon zijn, heeft het eiland me vast allang vergeven. Ik moest immers verhuizen; mijn hebben en houwen, huid en haar, hand en tand, man en muis, raad en daad... Ik kwam knapzakken tekort. En verhuizen naar de andere kant van het land past nou eenmaal zelden in hetzelfde weekend als drie dagen muziek op een eiland in de zee met kunst, bier, zingende mensen en waddenwind in je tot touw gewaaide haren.

Anderen waren er wel bij. De Vlielanders stuurden sms'jes waar ik nou bleef. Heel loggend Nederland maakte er z'n opwachting. Het Meisje Dat Op Dinsdag Het Bier Schenkt schreef er Het Mooiste Logje Sinds Mensenheugenis over. Van tussen de verhuisdozen las ik verlekkerd mee. Maar dit jaar ben ik er ook, met mijn lief en een heel bundeltje van de fijnste vrienden. Man, man, man. De kaartjes zijn binnen, de camping is gewaarschuwd, de veerdienst gooit de trossen al los en in de oude schuur in de haven zijn de zwaluwen na een lange winter weer teruggekeerd uit Afrika.

Woei!