24 maart 2010

Impa leert zich mogen

Ik heb een huis. Ik heb mijn huis gekocht. Het is mijn huis. Als ik wil, kan ik er de hele tijd blijven. Ik hoef nooit naar buiten, tenzij ik dat zelf wil. Ik hoef niemand anders in mijn huis binnen te laten, tenzij ik dat zelf wil. Ik hoef dat nooit aan een ander uit te leggen, tenzij ik dat zelf wil. Het kent mij, dit huis. Als ik binnenkom, glimlacht er iets. Een beetje krakerig en heel oud, maar het glimlacht. En ontspant zich. Omdat ik thuis ben, en het huis ook. Omdat ik licht meebreng, en het huis ook. 

Ik zit niet te raaskallen, hoor. Ik heb wel eens het gevoel dat ik 36 jaar aan het zwerven ben geweest in dit prachtige leven van mij en nu voor het eerst thuiskom. Niet alleen in mijn stenen huis natuurlijk, met de houten vloer en de koele muren, maar vooral in mezelf, diep van binnen en in de hele wereld in zijn grote, allesomvattende geheel, dat ene, grote, uitvergrote, atomische detail dat alles bevat.

Nee, ik zit echt niet te raaskallen. Eerst waren deze gedachten alleen gedachten. Dan was ik uitbeduusd van het huizenkopen en de verhuizing en de grote verkassing en het achterlaten van alles wat ik niet meenam en dan kwam ik altijd thuis op deze plek die  in gedachten van mij was. Dan wist ik dat ik hier mocht blijven, ik wist het in het weten, in het hoofd. Dan liet ik mensen mijn huis zien: 'Kijk, en hier nog een kamer en heeft u die tuin gezien? En de lucht, ademt u de lucht nou eens in, het is hier zo schoon, de lucht.' En dan riep iedereen 'Prachtig! En wat past het bij je!' en dan keek ik stralend om mij heen en zei ik: 'Eindelijk kan ik thuiskomen.'

Maar vanochtend zat ik in mijn werkkamer met het raam op de tuin, na ruim een half jaar weten in mijn gedachten en de buurman zaagde achter de schutting de grote vlinderboom om. Hij riep naar binnen, naar de buurvrouw: 'Wil je nog dag zeggen?' en ik hoorde haar terugroepen: 'Nee. Eruit met dat ding.' Ik had de boom tak voor tak achter de schutting zien neerdalen en toen de buurman het laatste, grootste deel van de vlinderboom neerhaalde,  zei ik: 'Ik wil wel dag zeggen. Dag boom. Heel erg bedankt.' En toen bewoog er iets groots en zacht en langzaams van rondom naar binnen en was het weten in mijn hoofd veranderd in dat andere, dat niet weten is maar leven. Dat in de wortels zit en door de takken stroomt.

Dat je niet hoeft uit te leggen. Dat je niet hoeft te verdedigen.
Dat je niet hoeft te te verantwoorden.
Dat je helemaal zelf mag weten.
Dat het om jou gaat.
Dat je niet weg hoeft. 

Dat ik  een plek heb en dat dat echt waar is.
Het is echt waar.

Ik ben thuis.  

17 maart 2010

Impa kan dat eindeloos draaien

Huilen, dat kan ik. Omdat het zo'n rijkdom is dat schoonheid overal in schuilt en omdat melancholie zo lekker trekt aan je hart. Ik grijp ernaar met mijn rechterhand en veeg met mijn linkerhand de tranen van mijn wangen en lach omdat ik alweer sta te huilen. En dan draai ik het nog een keer. Iets harder, alleen dan met de vitrages open.

A good woman will pick you apart
A box full of suggestions for your possible heart
You may be offended and you may be afraid
but don't walk away
don't walk away


(Bright Eyes en Emmylou Harris)

15 maart 2010

Impa en de vliegbolletjes

Eerst schoten de tranen me in de ogen omdat hij zo schattig was. Die tranen veegde ik weg. Daarna schoten de tranen me in de ogen omdat ik zo hard naar hem moest turen dat het pijn deed. Hij is namelijk heel klein en hij zit nooit stil.

Winterkoninkjes zijn óók schattig als je niet van vogels houdt. En ook als je nooit iets schattig vindt. Het zijn bruine bolletjes, gemaakt van veertjes. Die vallen elke dag vliegend door de schutting, van plank naar plank, gaan laag bij de grond op zoek naar iets te smikkelen en besluiten op goede dag in de vensterbank een minuutje in de zon te gaan zitten.

(Het schrijven van dit stukje duurt heel lang, want ik val steeds om door de hoge schattigheidsfactor. En dan hebben we het dus alleen nog maar over het je visueel voorstellen, he? Nog niet eens over de dagelijkse real-lifegebeurtenissen in de echte tuin.)

*Bonk* (Ging ik weer.)

Bent u er nog? (Ik denk wel eens dat ik de enige ben  die vogels stoer vindt. Op Quirk na misschien, want die houdt ook van bejaardenlegpuzzels).

Nu heb ik gelezen dat winterkoninkjes zo klein zijn dat groepen winterkoninkjes in koude nachten tegen elkaar aan kruipen om warm te blijven.

*Bonk*

Er bestaan dus plekken waar die veerballetjes tegen elkaar aan kruipen. Eentje is ongeveer zo groot als een flinke pepernoot. Als er dan hele groepen tegen elkaar aan kruipen, hebben we het nog steeds maar over een gebied zo groot als een gevulde koek. *Bonk* *Bonk*

Dit is te schattig voor mij. Ik hou op met me dat voor te stellen. In plaats daarvan ga ik mijn winterkoninkje zelf onderdak bieden. Nestje in het voorjaar, slaapplek in de winter. Jeeeeej!
(foto vivara.nl)

Wat ik trouwens ook las: 'Het mannetje maakt meerdere, vrijwel geheel gesloten nesten, waarvan het vrouwtje er eentje kiest om aan de binnenkant te bekleden met veertjes en ander zacht materiaal.' (vogelvisie.nl) 

Mooi systeem. Ahum.

En tot slot, lieve lezers: Vertel mij meer, Impa! en: Hoe klinkt dat, Impa?

*Bonk* (damn)

13 maart 2010

Impa en het grote watertanden

Mag ik even opscheppen over mijn lief? Als hij bij me slaapt (relatie in een andere stad, weekenden, vaak in slow motion uitzwaaien helemaal tot hij de straat uitrijdt etc, etc, en nou niet beginnen over dat we het dan wel leuk houden zo want het grootste deel van de tijd ligt hij gewoon niet naast me en of dat zo leuk is daar wil ik best een robbertje met u over vechten, spreekwoordelijk natuurlijk want in het echt ben ik heel vredelievend) dan koop ik zelfoprolcroissantjes voor De Volgende Ochtend. En wat hij dan dus doet, als hij bij mij is, is eerder opstaan dan ik, die croissantjes oprollen met stukken donkere chocolade erin zodat het -jawel!- cho-co-lade-croi-ssantjes worden (ja, proeft u het woord maar even op de tong) en die dan warm aan mij serveren met espresso.

Ja.

Tsjaaaaa, ja ja, ja, mensen.

Daar heeft u zo snel niet van terug, he?

Kan ik me goed voorstellen.

11 maart 2010

Impa laat u iets moois zien

Kijk maar gewoon, raad ik u aan. Neem een paar minuten de tijd om je mee te laten voeren. Ik vind dit erg mooi. En ik merk tot mijn verrassing dat het beeld me helpt om de muziek beter te begrijpen. Alsof het geluid door het beeld ineens fysiek volume krijgt, zodat ik er middenin kan gaan staan. Ik ga daar eens over nadenken, het is een deurtje dat opengaat.

Aangetroffen op een van de mooiste blogs van Nederland: Riekster.

04 maart 2010

Impa en de communicatie

De bel ging en dat is altijd lachen. Ik rende naar de voordeur, trok hem open en deed hem meteen weer dicht. Ik lag zelf helemaal dubbel, maar toen ik weer open had gedaan zag ik dat de man die op de stoep stond mij niet begreep. Ik wachtte tot het lachen over was en vroeg hem wat hij kwam doen. 'Uw ketel lekt', zei de man. Ik voelde me betrapt. 'U had gebeld', vervolgde hij. Ik vond dat dat wel een hoop verklaarde. Ik trok de deur verder open en deed hem meteen weer dicht. Ik leunde een tijdje tegen de binnenkant van de deur tot de ergste slappe lach voorbij was. Ik zakte op mijn knieën en keek door de brievenbus. De man stond er nog. Hij had een gereedschapskist bij zich en een overall aan van het energiebedrijf. 'Mevrouw?' zei de man door de deur heen. Ik rolde de deurmat op en maakte er een toeter van. De toeter was dik en zwaar en ik moest hem met beide handen vasthouden. Ik zette hem tegen de brievenbus en riep: 'Retteketetteketet'. Ik luisterde. Het was stil buiten. Ik legde de toeter weer op de plek van de mat, stond op en tuurde door de vitrage voor het ruitje in de deur. De man had zijn telefoon gepakt en stond een nummer in te toetsen. Ik trok de deur open. 'Bel je je vrouw?' vroeg ik. 'Gewoon doen, hoor, vindt ze gezellig. Wacht, ik ga ook iemand bellen.' Ik greep mijn telefoon. 'Of zullen we elkaar bellen?' De man keek me niet-begrijpend aan. Hij zag er vriendelijk uit, maar zoals hij nu keek ook wel een beetje dommig. Ik zuchtte. Mannen hebben ook altijd zo weinig kaas gegeten van communicatie. Je kunt ze maar het beste iets te doen geven. 'Kom maar binnen', zei ik. 'Mag je mijn ketel controleren. Die lekt.'