31 december 2010

Impa wenst u 2011

Ik wilde op deze laatste dag van 2010 een logje tikken vol terugblik en evaluatie. Niet omdat ik zonodig mee moet doen met de eindejaarstrend, maar omdat ik hou eenmaal houd van terugblikken en evalueren. Van het beleven van cycli, het afronden van het ene jaar en het verwelkomen van het volgende. Ik houd daarvan. Van bewust op weg gaan naar nieuw licht en nieuwe vruchtbaarheid in een nieuwe lente. Van dankbaar zijn voor wat er op mijn pad is gekomen: niet alleen voor de vreugde en de rijkdom maar ook voor de worstelingen en het lijden. Dat soms zo allesoverstijgend kan voelen. Van aandachtig formuleren wat ik wil laten gaan, wat ik los mag laten om plaats te maken voor het nieuwe. Van in dankbaarheid vooruitblikken zodat ik de rondedansjes al voel opkomen nog voordat ik de gaven in handen heb. Ik houd daarvan. Van steeds bewuster worden, van steeds meer spiritualiteit verwelkomen in mijn leven, van voelen dat ik op de goede weg ben. Van de balans opmaken over mijn werk dat steeds leuker wordt, de kunst die mijn ziel helpt bevrijden, de liefde. De liefde die me ontroert en ontwapent, die me tegelijkertijd voedt en vreselijk bang maakt. Die me helpt om langzaamaan gelukkiger te worden dan ik ooit heb durven zijn. De balans van vriendschappen, werk, kunst, familie, het lichaam, de ziel, de gedachten en de geest, van de liefde, het huis, het wonen, de dieren. Van meditatie en reiki. Van leren luisteren, geven en ontvangen. Van steeds meer mooie mensen op mijn pad, van zoveel prachtige, krachtige, wijze en warme vrouwen om me heen. Van het leven.

Maar toen ik begon aan het logje waarin ik zou terugblikken en evalueren, het logje dat op Impalinea het oude jaar zou uitluiden en het nieuwe zou verwelkomen, had ik ineens iets beters te doen. Hier aan tafel zitten, bijvoorbeeld, bij Maz, mijn prachtige hartsvriendin waar ik meer van houd dan ooit tevoren. Waarmee ik de hele middag heb staan koken in een zonovergoten keuken, sterretjes heb klaargelegd en champagne heb koud gelegd. Om samen met haar en haar man te wachten op die van mij. Mijn lief die vanavond in het donker en in de kou naar het noorden komt rijden. Er is hier wijn in mijn glas en zwanengezang van Schubert uit de speakers. Kerstboom, lichtjes in het duister, warmte. Het Groninger Hogeland. Ik tik dit logje en klap dan de laptop dicht. Ik laat jullie, mijn lezers, mijn virtuele vriendjes en vriendinnetjes, voor wat jullie zijn en ga straks bij de jaarwisseling om een echte vuurkorf staan met een echt glas bubbels in mijn handen, in een hele kleine kring van mensen waar ik heel veel van houd. En dan, dat weet ik zeker, gaat het loslaten van het oude jaar en het verwelkomen van het nieuwe vanzelf.

Ik wens u prachtigs, mensen.
Ik wens u 2011.

30 december 2010

Impa is verliefd

Impa moest breed glimlachen en kreeg toen achtereenvolgens kippenvel, tranen in haar ogen en vlinders in haar buik.

Luister, kijk en neem een diepe teug levensvreugde. Zo simpel kan het zijn.

28 december 2010

Wat je denkt, maak je waar

Vogels zijn een griezelig soort verlanglijstje. Je moet heel voorzichtig zijn met wat je tegen vogels zegt. En met wat je erover schrijft, ook al denk je dat je een gevat stukje absurd-realisme zit te tikken dat niets met het echt te maken heeft. Ik zeg het u, mensen. Alles wat je over vogels denkt, schrijft of voelt, wordt als wens beschouwd. 'Ben je daarmee bezig in dat kronkelige brein van je, Impa?' klinkt ergens uit het kosmische vogelgeheel een in stilte gefloten orakelvraag. 'Is dat het beeld van vogels waarmee jij je dagen vult?' galmt het geruisloos. Ik kijk niet op, want ik zit bijdehante stukjes te tikken. 'Dan is dát...' vervolgt de oppergalmvogel en laat een veelbetekenende stilte vallen om de spanning een beetje op te bouwen, '...Wat Je Op Je Pad Zult Krijgen.'

Ik tikte. Bijdehante dingen.

Nou, dat heb ik geweten.
De inkt van het logje over te grote vogels was nog niet droog of er vloog een minuscuul vogeltje tegen mijn raam te pletter. Heel klein en op één luide pijnkreet na ook heel stil. Precies zoals ik hem besteld had. Ik ging gestrest in de weer met een doos en een oud T-shirt en een plaatsje in de zon om het beest bij te laten komen uit zijn shock. Om mijn leven te beteren wenste ik hem nog vaak en langdurig keihard fluiten. Na een half uurtje deed hij een poepje en vloog weg. Muisstil.

Met de witte kip is het minder goed afgelopen. Toen ik er een o, zo gevat fictieperikeltje over had geschreven waarin de kip in het kader van alles-is-één werd opgepeuzeld door een grote spin, ging de bel. De buurman stond op de stoep en vroeg of ik wist waar de witte kip was gebleven. Hij was ontsnapt en spoorloos verdwenen. Ik verzekerde hem dat ik er niks van wist en er ook echt niks mee te maken had. Later hoorde ik van de buurman dat er van de kip slechts een klein stukje was teruggevonden. De rest was verzwolgen.

Vorige week schreef ik een stukje over een merel die mijn huis in wilde. Ik wees hem de deur en de winterse kou. De volgende ochtend werd ik wakker van een luid gekrijs. In de kippenren van de buurman zag ik een kip voor pampus in de sneeuw liggen. Als ze nog leefde, zou ze doodvriezen. En zo kon het gebeuren dat ik nog voor het krieken van de ochtend in het donker en bij een gevoelstemperatuur van min 15 in de kippenren van de buurman stond om er een omgekukelde kip uit te vissen. Het beest was nog warm. Ik haalde haar het warme huis in - de buurman was er niet- in de hoop dat ze zich zou bedenken en niet zou bezwijken. Dat was ijdele hoop. Ik had een dode kip naar binnen gehaald: meer kon ik er niet van maken. Bevroren vogels stortten zich vervolgens massaal voor mijn voeten. In de auto op weg naar mijn lief kwam ik in een file terecht. Er was een vrachtwagen gekanteld met twintig ton diepvrieskippen. De vogels lagen naakt en bevroren op de snelweg en ik kon er niet omheen. Ik zeg het u, menschen. Eert den voogelsch met gans uw hart. Want wat je denkt, maak je waar.

Lieve vogel.
Lief! Vogel!
Lieieieieief.

20 december 2010

Laat mij even op de computer


'Er landde een merel op de schaal met vogelvoer voor het raam. Hij droeg blauwe sokjes.' Lees verder in Lekker belangrijk.

Lekker belangrijk

Er landde een merel op de schaal vogelvoer voor het raam. Hij droeg blauwe sokjes. Om zijn keel knelde een blauw koordje waaraan op zijn rug een blauw mutsje bungelde. Het mutsje had oorflappen aan weerszijden en een touwtje aan de punt met een geel toefje eraan. De merel tikte tegen het raam. Ik hield op met typen. 'Laat mij even op de computer', riep hij. Ik gebaarde dat hij moest gaan eten. De merel verroerde zich niet en bleef door het raam naar binnen turen. 'Eten', riep ik. Ik wees afwisselend op het eten en op mijn mond. Daarna maakte ik pikkende snavelbewegingen. Ik realiseerde me dat dat zonder snavel waarschijnlijk niet erg overtuigend overkwam. Misschien dat ik daar de volgende keer iets op kon vinden. De merel tikte weer tegen het raam. 'Toe nou,' riep hij. 'Ik sta me hier een partij koude poten te krijgen op die ijzeren schaal, dat wil je niet weten.' 'Ja, ga dan gewoon eten', riep ik, 'en vlieg op. Daar is die schaal voor. Hou je een beetje aan de rolverdeling.' 'Pffff, deed de merel. Hij rolde met zijn kraaloogjes. 'De rolverdeling. Moet je mevrouw nou es horen. Komt je zeker wel goed uit, hè? Nu het zo koud is. Lekker belangrijk, hoor.' Hij nam een hap zaad. Het meeste viel meteen zijn volle snavel weer uit. Hij gooide zijn kop in zijn nek en schokte er een paar keer mee naar voren om het vogelzaad door te kunnen slikken. 'Lekker belangrijk?' riep ik terug. 'Lekker belangrijk? De vorige keer dat je zo nodig naar binnen moest, kregen we die hele toestand. Je vloog overal tegenaan. Tegen de ramen en het plafond, alles. En maar panieken. En ik daarna maar de hele tijd wachten tot je shocktoestand weer een beetje voorbij was.' De merel flapte afwijzend met een vleugel. 'Nee, die shocktoestand krijg ik nu niet. Echt niet. Bovendien, het ging toch heel goed met jouw riekie-dinges? Daar werd ik lekker leip van.' 'Reiki', zei ik. 'Dat heet reiki. En dat helpt inderdaad wel, maar toch vind ik het maar een hoop gestress. Ik doe het niet weer. Dus trek die achterlijke muts en sokken nou maar uit en ga gewoon vliegen. Of eten. Als je mij maar met rust laat, want ik ben bezig.' De merel trok z'n oogjes samen tot spleetjes en stak z'n kop naar voren. 'Pfrrrrrrfffr', deed hij. Het puntje van z'n tong spetterde tussen z'n snavel vandaan. 'Ik heb anders ook wel wat beters te doen', riep hij. Hij ging beurtelings met één poot op het sokje van de andere staan en trok zijn poot eruit. Hij pakte beide sokjes op met z'n snavel en slingerde ze de lucht in. Het ene sokje bleef in de wijnrank hangen. Het andere verdween achter de stapel stenen bij de schutting. De merel boog voorover en wiebelde met zijn schouders. Z'n vleugels flapten een beetje opzij. De muts gleed voorover van zijn kop af en bleef op het vogelvoer liggen. Hij hipte naar de rand van de schaal, keek om en knipoogde. Ik stak mijn tong uit. Hij sloeg z'n vleugels uit en vloog weg. Hij verdween boven de takken van de gouden regen in de richting van de berk achter de tuin. Ik maakte mijn blik los van het raam en richtte hem weer op mijn beeldscherm. Ik blies de veertjes van mijn toetsenbord en kneep mijn handen een paar keer open en dicht. Ik wreef de laatste veertjes tussen mijn vingers vandaan en begon weer te tikken. Bij de verwarming. Onder de lamp. In het huis.

14 december 2010

Hoop en vrijheid


Op een plein in Nijmegen maken de bomen zich klaar om te verhuizen. Hun wortelkluit is teruggebracht tot een schrikwekkend twee bij twee, verpakt in houten bekistingen. De rillingen lopen me over de rug als ik ze daar zo zie staan. Er is vast een boomexpert die zich er lang en diep over heeft gebogen wat een grote plataan nodig heeft om elders te kunnen overleven, maar toch. Een boom die niet wortelt, blijft een eenzaam ding om te zien.

Verderop stroomt de machtige Waal tot vlak onder de kade. Ik laat de rivier vandaag niet alleen door mij heen stromen, maar leg hem in gedachten ook even om naar het plein.

Voor mijn lief koop ik een cd van Bruce Springsteen. Ik heb hem wel eens gevraagd wat dat nou is, met Bruce. 'Hoop en vrijheid', zei hij. 'Het harde leven, maar altijd met uitzicht op betere tijden'. Ik hoor het zelf ook, in Springsteens stem. Ik zie voor me hoe door Bruce overal ter wereld mannen hun geliefde weer wat steviger beetpakken. Ik zeg tegen mijn lief: 'Volgens mij is de muziek van Springsteen voor veel mannen de enige manier om hun pijn te kunnen voelen. 'Ja', zegt hij. 'Dat, en elkaar op de bek slaan'. Ik begin het langzaam te ontdekken: hoe minder taal ik gebruik, hoe beter mijn lief me verstaat.

09 december 2010

Ondertussen...

(...in de stripboekenwinkel van de familie Knots...) blijk je na het eten prima te kunnen schilderen op het karton van de pizzadozen. Oefening baart... hm.


30 november 2010

Vogels, kou en wijsheid

Ik sta verwoed boterhammen te smeren. Ik heb een vervelend gevoel. Ik beleg de geroosterde boterhammen met kaas. Ik snijd ze doormidden en stapel ze op. Ik verzucht tegen mijn lief: 'Ik heb zoveel valkuilen en ik leer maar zo langzaam.' Hij komt achter me staan en slaat zijn armen om me heen. Hij zegt: 'En één van die valkuilen is dat je niet accepteert dat dat zo is'. Ik schiet vol. Raak. Ik heb het meest last van het oordeel dat ik over mezelf vel. Ik draai me om sla mijn armen om hem heen. 'Wat een wijsheid', zeg ik. 'Ben ik er steeds boeken over aan het lezen, zit jij hier ondertussen een beetje verlicht te raken.' Hij maakt zich los uit mijn omhelzing, gaat achter zijn laptop zitten en zegt: 'Dat gaat vanzelf. Het is net meeroken'.

Het is winter, mensen. Wat heerlijk. Koud is het, en zo licht. Met de eerste strenge vorst ben ik weer voer voor de vogels neer gaan leggen. Het duurde geen halve dag of de koolmezen, pimpelmezen en vinken hadden mijn stadsachtertuintje weer gevonden. Een boomklever legt een voorraad aan in een gat in de bakstenen muur van mijn huis. Een Vlaamse gaai schittert roze en blauw tegen de witte sneeuw. Een roodborst houdt voorzichtig post in de bos takken bij de schutting.

Ik heb het weekend gewerkt en maak van deze maandag en dinsdag mijn weekend. Mijn wijze, liefdevolle en eigenwijze lief zit bij me aan tafel te werken. 's Avonds bij de televisie masseert hij mijn nek en schouders.

Vogels, kou, wijsheid.
Het leven is zo fijn.

16 november 2010

Motregen is de nieuwe 7Up

Ik vond 7Up een feestje. Eerst hoorde ik de belletjes in het bekertje suizen. Daarna spatten ze tegen mijn gezicht, miniscuul en talloos, nog voor ik een slokje kon nemen. Dan deed ik mijn ogen dicht en trok ik mijn neus op tegen het kietelen. Ik zette me schrap voor het prikken in mijn mond en proefde bij elk slokje uiteindelijk de zoete beloning van suiker.

Met regen heb ik hetzelfde. Niet dat daar suiker in zit of dat ik het drink uit bekertjes, maar ik vind regen ook zo'n feestje voor de zintuigen. Motregen is de nieuwe 7Up, zeg maar. Miezerige regen bruist ook met talloze spatjes op je gezicht, koud en fris totdat alles tintelt.
Dit weekend was ik op Vlieland met mijn lief. We hadden familieweekend. Het zou je verbazen hoeveel schoon-, stief-, aanhang-, groot- en kleinconstructies je in één groep van 9 familieleden kunt proppen. Het was er royaal, met eten en drinken en luxe verblijven. Chillen en hangen en warm gezelschap. Maar vooral, hoe kan het ook anders op Vlieland, met heel veel buiten zijn. Op lege stukken strand waar je in november kilometerslang de enige bent. Waar je felle kleuren en mooie vormen kunt jutten en waar het altijd waait.

En af en toe -gelukkig- regent.

26 oktober 2010

Impa en de liefde

Het is altijd gemakkelijker om van mensen te houden die je niet kent. ECHT van mensen houden dan, hè? Dat je ziet dat het allemaal prachtige wezens zijn, kinderen van het geheel en dat er onder elk gerimpeld uiterlijk en elk stoffelijk leven vol tekortkomingen en vergissingen een ziel schuilt op zoek naar liefde. En dat je dat niet dénkt, met je hoofd, maar het ten diepste ervaart. Op weg naar het postkantoor bijvoorbeeld, als de herfstzon in een blauwe lucht staat en ik langs de vijvers onder de bomen loop, dan kan ik dat heel goed. Dan kijken de mensen verbaasd terug terwijl ik voel hoe ik met mijn schouders glimlach adem en dan zwaaien kleine kinderen naar me vanuit hun buggies.

Een zwarte kat biedt zich aan op een elektriciteitskastje, onder handbereik. Zijn staart is geknakt en gebroken en hij mekkert een waarschuwing als ik hem aanraak. Maar zíjn schouders ademen ook glimlach en zijn kopje geeft goede zin. Na een tijdje katbrabbelen en handen op schouders en rug draait hij zich om en biedt hij me de staart alsnog aan. Ik leg er zacht een tijdje mijn hand op tot er weer verdergesnuffeld en gejaagd moet worden. Een dier weet zelf precies wanneer het genoeg heeft.

Houden van mensen die dichterbij je staan, dat is een stuk moeilijker. Want dan heeft de mens ineens met jou te maken, met jouw verlangens en wensen en behoefte aan liefde en veiligheid en met jouw geworstel met de liefde voor jezelf en dan wordt onbaatzuchtige liefde vermengd met eigenbelang en angst in al z'n subtiele verschijningsvormen. Van de buurman houden is al moeilijker dan van die prachtige zielen op straat. Want de buurman die ken je en daar moet je wat van. Stilte, bijvoorbeeld. Of gezelligheid. Van je moeder en vader houden is het allermoeilijkst. Want hoewel onverwoestbaar -meestal dan toch- is de liefde voor ouders mischien wel de minst onbaatzuchtige van alle. Het is liefde vol natuurlijk eigenbelang. Probeer dat maar eens zuiver te krijgen met je pogingen tot bewustzijn. Nee, dan de zielen op straat. Al hun tekortkomingen vergeef ik ze, alle onhebbelijkheden van dit leven, alle vergissingen die ze begaan. Vele tweede kansen krijgen ze van me en ik kijk recht door hun eeltige buitenkant heen op een ziel met een huid van licht.

Die dingen denk ik op weg naar het postkantoor, in de zon tussen de ritselende blaadjes. En dan hoor ik de volgende stap al roepen. Want ik weet dat ik een blik die ik eenmaal heb ervaren, daarna overal op kan richten. Ook op de buurman, ook op opdrachtgevers, op vrienden, op mijn lief en mijn ouders. Ook op mezelf. En dan voel ik weer dat ene, dat oude bekende, van dat er iets prachtigs buiten mijn gezichtsveld is, voelbaar maar nog onzichtbaar, nét buiten handbereik en dan verheug ik mij en zet ik maar alvast een kleine stap.

Op de terugweg van het postkantoor fietst er een grote, blozende man voorbij op een fiets. Hij zingt een beetje pompompom. Ook hij kijkt verbaasd naar het glimlachen dat ik om mijn schouders voel zweven en knikt een groet. Hij houdt een grote zak kattenbakkorrels vast die op het stuur van zijn fiets ligt. Ik hoop dat hij op weg is naar de zwarte kat.

Pompompom.

10 oktober 2010

Impa en de kampeerspullen

'Waarom staat je gang vol met kampeerspullen?', vraagt Iedereen. 'Je was toch al weken terug van vakantie?' 'Weken?' zeg ik, vol ongeloof. 'Dat meen je niet. Hoeveel weken dan?' 'Twee', zegt Iemand. 'Je bent al ruim twee weken terug van vakantie.' Ik staar Iedereen aan. 'Ben ik echt twee weken terug van vakantie? Ik geloof er niks van.' Iedereen knikt verwoed. 'Echt waar. En je kampeerspullen staan nog steeds in de gang.' Iemand wijst aan. 'Tent, luchtbed, allemaal kookspullen. Campinggasjes, dekbed, luchtbedpomp. Stoelen. En daar liggen je slippers en bikini.' Ik frons. Ik snap er niks van. Iedereen roept: 'Je bent al heel lang terug en alles staat er nog!'

'Lang?' roep ik uit. 'Nou moet het niet mooier worden!' Iemand kijkt verschrikt op van de kampeerspullen en staart me aan. Mijn stem klinkt schril. 'Twee weken? Noem je dat lang? Weet je hoe lang het vóelt dat ik al terug ben?' Iedereen kijkt een beetje angstvallig mijn kant op. 'Nou?' Iemand haalt haar schouders op en schuift een lok haar achter haar oor. Iedereen doet een stapje achteruit. Ik zucht. 'Al maaaaanden', zeg ik zachtjes. 'Het voelt alsof ik al maanden terug ben.'

Ik kijk naar de kampeerspullen.

De vakantie is al maanden geleden.

Ineens begint Iemand de campingbordjes en het campingbestek in de grote tas te stoppen. 'Komt dat even goed uit!', roept ze. Iedereen kijkt mij triomfantelijk aan. 'Ja, perfect', roept Iedereen in koor. 'Je kampeerspullen staan nog in de gang.' Iedereen grijnst breed. 'Kun je zo weer!'

Impa en la douce France




04 oktober 2010

Impa en haar lief krijgen bezoek in de tent

Ik lag in de tent en ik was wakker. Waar was ik wakker van geworden? Ik luisterde. Buiten stroomde de rivier. Ik hoorde een zacht schrapend geluid, alsof er iets langs het tendoek bewoog. De haren op mijn armen stonden recht overeind. Ik stootte mijn lief zachtjes aan. In zijn slaap schoof hij een extra stuk dekbed naar me door, draaide zich om en sliep weer verder. Ik lag muisstil en hield mijn adem in. Er stonden geen andere tenten bij ons in de buurt en er liepen nooit mensen langs. Had ik het wel goed gehoord? Daar klonk het weer. Nu wist ik het zeker. Ik gaf mijn lief een harde por. Hij vloog rechtop in bed. 'Wat?', riep hij verwilderd. Voor ik iets kon zeggen, werd de rits van de voortent met één lange haal opengetrokken. Ik gilde. Er klonk gestommel, de stapel afwas in de voortent viel om en ik hoorde gegrom. Toen werd de tent weer dichtgeritst. Een luid ademhalen klonk uit de voortent. Mijn lief en ik zaten als aan ons luchtbed genageld. Langzaam draaide ik mijn gezicht naar hem toe. Hij hield zijn blik op de rits van de binnentent gericht. Hij knipperde niet met zijn ogen. Langzaam boog hij voorover, naar het voeteneind van het luchtbed, en greep de zaklamp. In de voortent klonk ademhaling en het geritsel van papier. Mijn lief keek over zijn schouder naar me om en wees naar de rits van de binnentent. Ik knikte en schoof langzaam naar voren op het luchtbed. Hij hield de zaklantaarn in de aanslag en telde met opgestoken vingers geruisloos tot drie. Bij de derde vinger ritste ik de tent met een ruk open en scheen hij met de lamp in de voortent.

Een gigantische spin zat dubbelgevouwen op het grondzeil. Hij stak met zijn pokdalige achterlijf in de koekenpan en raakte met zijn kop het zeildoek in de nok van de tent. Zeven van zijn poten zaten driedubbelgevouwen tussen de tentstokken en het tentdoek. Met de achtste probeerde hij zijn ogen af te dekken, die alle acht verwoed knipperden tegen het felle licht.

Ik probeerde weer te gillen, maar slaakte een beetje een gek kreetje. Ik voelde een vreemde slapte die in mijn achterhoofd begon en zich daarvandaan door mijn hele lichaam verspreidde. Ik bleef maar zo'n beetje zitten. Naast mij had mijn lief geen last van slapte. Hij zat op het luchtbed en sloeg wild om zich heen.

Kennelijk was de spin inmiddels bekomen van de schrik. Hij knipperde niet meer met zijn ogen en keek heen en weer van mijn lief naar mij. Toen verscheen er een brede grijs op zijn gezicht. 'BON SOIR', loeide hij. 'C'EST MOI'. Mijn mond was door mijn acute slapte opengezakt. Ik probeerde hem weer dicht te doen, maar ik zei eerst nog: 'Wah'. Mijn lief hield langzaam op met om zich heen slaan.

Woesj! Er ritselde papier. De spin hield een handgeschreven brief omhoog. 'BONNES VACANCES', brulde hij. Het geluid leek wel diep rommelend uit de aarde omhoog te komen. Hij smakte het papier met een razendsnelle beweging op het luchtbed in de binnentent. Toen ritste hij met een van zijn achteroverdubbelgeklapte poten de voortent weer open, rolde met zijn achterlijf uit de koekenpan en schoof met al zijn acht harige poten en zijn grote kop de tent uit. Hij verdween in het donker. Het geluid van zijn trippelende poten was nog heel even te horen en stierf toen weg. Verderop ruiste de rivier. Het was windstil.

Bonjour neef

De mensenvrouw komt jouw kant op. Je weet wel. Pas je een beetje op haar? Ze kan soms een beetje onnozel naar je staan kijken, maar het is geen kwaaie. Heeft me ooit nog vliegen gevoerd, voordat ik binnen ging wonen. Van die lekkere zwarte. Echte zoemers. Half levend, half dood. Zuig je zo leeg. Anyway, ze heeft haar man ook bij zich. Niet opeten, want dat alles één is, dat geldt voor mensenvrouwen alleen als het ze uitkomt. De rest van de tijd hechten ze nogal aan hun stoffelijke vrienden.

O, en kun je een beetje zachtjes praten? Ze hebben ze hier niet zo groot als jij.

Binnenkort weer eens abseilen in de Ardennen?
Je neef (Groningen)

Wat voorafging: Impa is één en Impa is één (2)

26 september 2010

Impa en de rivier


Ik stond in mijn bikini in de stroom van een ondiepe rivier en stapelde stenen. Als ik met een paar grote stenen begon, kon ik er met gemak nog twee of drie op leggen die door het wateroppervlak heen braken en met een glooiend golfje om zich heen de stroom weerstonden.

De rivier kronkelde laag tussen hoge rotswanden. Ik hield van open landschappen: van vlaktes en wijde velden. Dáár ging mijn hart open, dáár kon ik ademhalen. Maar toen mijn lief mij door de heuvelbergen van de Ardèche reed, voelde ik de energie op sommige plekken bijna uit mijn handen spatten. En toen ik uitstapte aan een rivier met een bedding vol stenen, deed mijn hart een rondedansje. Stroom! Heldere, koude stroom! En overal stenen. Ronde gladde, harde keien, overdag heet van de zon, in het water koel en kleurrijk.

De eerste keer dat ik me er helemaal in liet zakken, benam het water me de adem. De kou omsloot mijn huid. Ik zat roerloos. Visjes knabbelschubden langs en hoog aan de rotswand cirkelden geluidloos twee roofvogels. Daarna droegen mijn voeten me elke dag vanzelf naar de bedding.

En zo stond ik in mijn bikini in de stroom van een ondiepe rivier en stapelde stenen. Ze wankelden even, vonden dan hun plek op elkaar en bleven liggen. Kleine torentjes waren het, hier en daar één. Kleine kasteeltjes waar de stroom tegen de muren beukte en dwars door de ramen heen kwam en waar ik kon wonen met mijn lief omdat in de bedding van een rivier alles immers één is.
Ik was niet de enige die onder de indruk was van mijn bouwwerken. Op de weg langs de rivier staken af en toe motorrijders hun hand op. Een pompier in een grote, rode brandweerwagen zette zijn sirene aan. Hij hing lachend uit het raam, stak zijn duim op en riep iets onverstaanbaars. Hij verdween slingerend om de hoek. Het bericht moet zelfs de lokale media hebben bereikt, want die middag verschenen er politieagenten op motoren die de weg geruime tijd afzetten voor het verkeer zodat er een heel peloton wielrijders langs kon. Honderden snelle figuurtjes die misschien niet de tijd kregen om uitvoerig naar de stenen te kijken, maar die er toch maar mooi een glimp van op hadden gevangen. Het zou in Franse huiskamers een wielerverhaal worden dat nog generaties lang werd overgeleverd van vader op zoon.

Zo stapelde ik mijn stenen en stroomde ik mijn stroom. Af en toe koos ik een steen die ik mee zou nemen naar huis: een ronde kei, een steen in de vorm van een hart of een steen die er op het eerste gezicht misschien vreemd uitzag maar die hele mooie dingen fluisterde.

22 september 2010

Impa en de vakantie

Ik ging liggen in een alpenweitje en deed mijn ogen dicht. Zo voelde dat dus. Een alpenweitje. Was dit dan soms ook waar...? Jemig, zou op zo'n weitje The Sound of...? Ik deed mijn ogen open en keek om me heen. Ik verwachtte al bijna wervelende rokken en een stem als een klokje, maar ik zag alleen mijn lief die verderop aan een plantje zat te trekken. 'Is dit nou een alpenweitje?' vroeg ik. 'Nee, schat, die hebben ze alleen in de Alpen', antwoordde mijn lief. Hmm. Nee, de Alpen, daar waren we niet. We waren in iets wat mijn lief heuvels noemde en ik bergen en we waren op weg naar een rivier in het zuiden van Frankrijk. Ik deed mijn ogen weer dicht. Maar een weitje was het wel, dat wist ik zeker. Want alleen in een weitje kan het gebeuren dat ik op mijn buik ga liggen met één oor plat op prikkend gras en dat ik mijn lichaam over de volle lengte door zichzelf heel voel zinken, dwars door het gras heen de aarde in en dan -woesj- alle kanten op tot alles van binnen even zacht en vol voelt. 'Ik ruik tijm', zei ik. 'Dat klopt,' zei mijn lief, 'dat leg ik net onder je neus.'

Ik lag naast mijn lief in een weitje in de heuvelbergen en ik rook tijm.

Mijn vakantie was begonnen.

20 september 2010

Impa en de gastbloggers: Polle

Ik heb vakantie. Het huis wordt liefdevol bewoond, het werk ligt even stil en waar ik nu ben, flonkert koel water in warm zonlicht. Op Impalinea kunt u zich ondertussen laven aan logs van mijn favoriete bloggers. Impalinea proudly presents: Impa's gastblogs. Vandaag geschreven door Polle.
***

Het kader en de context
Een gastlog schrijven is als het opruimen van de post en het verzorgen van de planten terwijl de bewoner van een huis op vakantie is. Ik krijg de sleutel, op tafel ligt een briefje met instructies. "Wil je geen water in de pot laten staan bij het slaapkamergeluk? De vrouwentongen zijn niet veeleisend, een keer in de week een klein scheutje is genoeg." Lopend door een ruimte die me bekend is, doe ik de van mij verwachte dingen en voel me ongemakkelijk. Ik vraag me af waarom. Ik was hier immers al vaker, maar dan was jij er. Dat is wat het ongemak veroorzaakt: het kader mist de juiste invulling. Als de bewoner van een huis er niet is, mist een ruimte haar context.

Het omgekeerde ontmoet ik, wanneer ik zelf op vakantie ben. Wanneer ik niet in mijn eigen huis of omgeving ben, mist de invulling haar vertrouwde omkadering. Ik zie hoe mooi de heuvels en de bossen elders zijn, eet lokale specialiteiten die ik niet eerder proefde, vat de slaap temidden van vreemde geluiden en ontmoet mensen die ik nooit tevoren de hand schudde. Pootjebadend in een Franse rivier, denk ik aan thuis. Aan de huiskamer waar een grote oranje tijger ligt. Nadat ik hem geadopteerd had van de kunstuitleen heeft Hond drie dagen naar de indringer gegromd. Uiteindelijk sloot ze vrede, vlijde zich naast hem neer en viel in slaap. Boven de bijzettafel vliegt een vogel van papier-maché. Ik kreeg hem op moederdag. Omdat ik niet heb en niet ben. In de boekenkast staan de Jip en Janneke boeken waarin ik als vijfjarige in kleuterhandschrift mijn naam schreef. Ik stel me voor hoe het voelt om in mijn eigen bed te liggen, kan de geur van de badkamer oproepen, zie de foto’s die aan de muur hangen.

De post sorteer ik. Ongeadresseerd op een stapel, geadresseerd op die ernaast. Lopend door een ruimte die me bekend is, doe ik de van mij verwachte dingen en voel me ongemakkelijk. Ik vraag me af waarom. Ik was hier immers al vaker, maar dan was jij er. Op Impalinea ben jij de context. Jij vult het kader.
Kom snel terug.

18 september 2010

Impa en de gastbloggers: Lian Reuvekamp

Ik heb vakantie. Het huis wordt liefdevol bewoond, het werk ligt even stil en waar ik nu ben, flonkert koel water in warm zonlicht. Op Impalinea kunt u zich ondertussen laven aan logs van mijn favoriete bloggers. Impalinea proudly presents: Impa's gastblogs. Vandaag geschreven door Lian Reuvekamp.
***
Tandenborstels en watervallen
We vieren de overgang. Mijn vriendinnen en ik. Zaten we tot voor kort nog gezellig samen te zweten in de sauna, nu kunnen we dat gewoon bij mij thuis op de bank. We constateren dat een vest of jasje in deze levensfase klimaattechnisch gezien het handigste kledingstuk is. En dat we behalve tampons tegenwoordig ook een T-shirt in onze handtas meedragen. Bij Zeeman en Wibra zijn ze in allerlei kleuren voor een prikkie te koop. Twee maten te groot gaan ze bovendien je hele menopauze mee. Twee maten ja, zodat je ergens halverwege het krimpen door veelvuldig wassen en het uitdijen van je taille de juiste pasvorm vindt. Want die taille, zo weten mijn vriendinnen te vertellen, die gaat eraan.
“Ook die van jou Lian”, dreigt Roos, terwijl ze twee van mijn versgebakken kokoscitroenkoekjes tegelijk in haar mond stopt.

Waar ze het vandaan halen, weet ik niet, maar zij weten duidelijk meer over onze nieuwe levensfase dan ik. Misschien heb ik de laatste jaren te veel met mijn neus in de studieboeken gezeten en moet ik er nodig weer eens een Margriet of Libelle op naslaan.
Roos is nog niet klaar met haar doemscenario. “Wat zich nu nog aftekent als rondingen van borsten en billen, gaat er steeds meer als een rechte plank uitzien om vervolgens te transformeren tot een peer.”

Maatstaf voor dit verval is de tandenborsteltest. Hiervoor ga je in je blootje voor de spiegel staan. Houd vervolgens een tandenborstel onder je borsten en billen. Valt hij meteen op de grond, dan heb je nog niets te vrezen. Maar blijft hij vastgeklemd hangen...
Behalve een tandenborstel verkoopt de betere drogist ook een menopauzetest. Hiermee wordt in je urine het gehalte aan Follikel Stimulerend Hormoon (FSH) gemeten om vast te stellen of jouw hittegolven, slaande deuren en lokale droogte met klimaatverandering te maken hebben.
Marieke heeft geprobeerd zo'n test te bemachtigen. Het winkelmeisje, dat nog nooit van een  menopauze leek te hebben gehoord, legde verschillende ovulatie- en zwangerschapstesten op de toonbank. Nadat er ongeduldig geroezemoes in de rij achter Marieke ontstond, kocht ze maar een pakje condooms.
“Condooms?” vragen we verbaasd in koor aan deze vriendin, die haar troost al jaren in yoga en schilderklasjes zoekt, nadat haar man op zijn vijftigste aan zijn tweede leg is begonnen. 
“Wow”, roept Lizzy, “Welcome back to the land of the living!”
“Was dat maar waar”, bekent Marieke blozend. Ze vertelt hoe haar poging om haar seksleven te hervatten in de kiem werd gesmoord door Moeder Natuur, die zich precies die avond, na vier maanden afwezigheid, als een imitatie van de Niagara Falls aandiende.

Hier worden we niet vrolijk van. Thee maakt plaats voor wijn. Dat helpt. Want laten we eerlijk zijn: na zo'n vijfendertig jaar menstrueren houden we het graag voor gezien. Een man kan op zijn vijfenvijftigste tegelijkertijd als vader en als opa op het plein van de kleuterschool staan, maar ons lijkt dit niet iets om jaloers op te zijn. Integendeel! Doe ons eindelijk de lusten zonder de lasten. Martin Bril schreef het al: als het leven bij veertig begint, dan beleeft het zijn hoogtepunt rond de zestig!*

Die avond zoekt Erik zijn tandenborstel, net wanneer ik in mijn nakie het ding onder het bed vandaan probeer te vissen.


© 2010 Lian Reuvekamp (www.lianreuvekamp.nl)
*Martin Bril (2008). Oud worden. In Liefde, seks en regen. Amsterdam: Prometheus.

16 september 2010

Impa en de gastbloggers: Folkert

Ik heb vakantie. Het huis wordt liefdevol bewoond, het werk ligt even stil en waar ik nu ben, flonkert koel water in warm zonlicht. Op Impalinea kunt u zich ondertussen laven aan logs van mijn favoriete bloggers. Impalinea proudly presents: Impa's gastblogs. Vandaag geschreven door Folkert Janssens.
***

Een ommetje
Als je op Vlieland woont is de wereld heel erg klein, letterlijk. Je zit met 1163 inwoners op een stukje grond dat ongeveer 60 vierkante kilometer van onze onmetelijk grote aardbol bedekt. Grote wereldproblemen als de olievlek in de golf van Mexico gaan aan je voorbij want ons probleem is dat de komkommers vandaag op waren in de supermarkt en dat is hele andere koek. Dichterbij huis en dus raakt je dat enorm. Nu sta ik er zelf niet om bekend dat ik heel veel komkommers verslind maar toch, het is wel het gesprek van de dag en dan is het nog niet eens komkommertijd want het hoogseizoen is nu nog steeds in volle gang.

Impa gaat op vakantie, misschien wel hier naartoe, je weet het niet. Zo bezien is vakantie toch ook maar een bizar verschijnsel. Ik ga als ik even weg wil naar Texel, Arcen of Schiermonnikoog maar voordat ik echt weg kan ben ik dagen gestressed om alles af te hebben zodat ik ook rustig weg kan gaan. Na twee dagen is de pijn uit mijn lijf verdwenen en begin ik mijn vakantiebestemming wat te verkennen en net als het leuk wordt kan ik weer naar huis terug want voor mijn gevoel kan ik nooit langer dan een week weg. En dat terwijl ik vroeger gewoon naar Vlieland op vakantie ging en dus eigenlijk nog steeds alles om me heen heb wat vroeger voldoende was om te ontspannen. Na de vakantie heb ik twee maanden financiële stress want vakanties vallen altijd duurder uit dan vooraf begroot en voor je het weet ben je dan al weer aan vakantie toe om de vorige te vergeten. Het is een soort vicieuze cirkel, met in het midden een centrale as van het sociale netwerk waar je eigenlijk aan wilt ontsnappen maar waar je niet van los wilt komen.

Vakantie is veranderd sinds de invoering van de Euro. Voor mij begon vakantie pas echt als je je geld had gewisseld. Guldens werden marken, franken of ponden en de koffie hoort tijdens de vakantie nooit zo te smaken als thuis. Op vakantie is baggerkoffie goed genoeg, maar daar wil je dan niet met je eigen euro's voor  betalen.

14 september 2010

Impa en de gastbloggers: Pepperfly

Ik heb vakantie. Het huis wordt liefdevol bewoond, het werk ligt even stil en waar ik nu ben, flonkert koel water in warm zonlicht. Op Impalinea kunt u zich ondertussen laven aan logs van mijn favoriete bloggers. Impalinea proudly presents: Impa's gastblogs. Vandaag geschreven door Pepperfly.
***

Het meisje dat geen meisje was
Ik was nooit een meisje. Neen. Natuurlijk. Mijn ouders zagen mij wel als zodanig geboren worden, en zeker mijn moeder was razendenthousiast: zij had zó graag een dochter willen hebben, dat zij desnoods eerst een elftal jongens had gebaard. Gelukkig voor mijn moeder was dat niet nodig. Ik was slechts nummer twee en werd het sluitstuk in de kinderschare.

Maar een meisje werd ik niet. Ik kwam vaker smerig thuis dan de eerste de beste boerenzoon in de omgeving. Op vakantie wist ik mij binnen no time omringd door heren en schudde eventueel geïnteresseerde meisjes van mij af. Aan mijn lijf geen polonaise, en al helemaal geen kettinkjes, oorbelletjes, make-up en bijbehorend gefriemel. Want, begrijp me goed: jongens waren leuk, maar hun bewegingen dienden wèl plaats te vinden buiten mijn 30-centimeter zone. Ook dáár gold: aan mijn lijf geen...enfin. U begrijpt het.

Ik groeide op en knipte mijn haren af. Rolde shaggies en droeg spijkerbroeken, leren jassen en legerkistjes. Ik verzamelde vriendjes zoals anderen postzegels verzamelden. En nee, daar heb je ten slotte ook geen seks mee. Op die ene na, dan. En toen, niet veel later ná die ene, volgde er toch nog een echtgenoot. Misschien verraste me dat zelf nog het meest, al trouwde ik tot mijn moeders verdriet niet in een witte jurk, maar in een zwart pak. Hoed erbij en vooruit, voor de vorm een bosje rozen in een boerenzakdoek.

En toen. Besloot ik te gaan studeren voor juf. Er hoorden stages bij en in het tweede jaar kwam ik een jaar lang in de klas bij S. Vanaf de eerste dag begon hij me te bestoken met adviezen. Soms gingen die over het lesgeven, maar vaker riep hij dingen als: 'Laat je haar groeien!' en 'Doe een rokje aan!'.  Waarop ik slechts minzaam glimlachte, en met boerenjongensstappen de klas weer instampte.

Maar toch. Twee jaar verder, de opmerkingen van S. zijn vervlogen in de wind van maanden en weken, merk ik dat ik 's morgens voor mijn kledingkast sta en me afvraag wat ik dragen zal. Wat is er gebeurd met de jeans en het T-shirt, gepropt achter de leren riem? Ik ga met mijn vingers langs kettinkjes en oorbellen, en kijk wat er beter staat bij dat ene nieuwe blousje, roze, of toch aquamarijn.

Ik was nooit een meisje.

Maar met veertig schijnen veel levens te beginnen. Wellicht bij mij dat van meisje. Of in ieder geval van iets wat daarop lijkt.

12 september 2010

Impa en de gastbloggers: Esther Donkers

Ik heb vakantie. Het huis wordt liefdevol bewoond, het werk ligt even stil en waar ik nu ben, flonkert koel water in warm zonlicht. Op Impalinea kunt u zich ondertussen laven aan logs van mijn favoriete bloggers. Impalinea proudly presents: Impa's gastblogs. Vandaag geschreven door Esther Donkers.
***
*** Redactioneel (dat heb ik nou altijd al eens willen schrijven): Dit gastlog is verwijderd. In overleg met Esther zelf, hoor. Dat kan soms zo uitkomen. Niet getreurd! Ga lekker lezen op haar website. Of nog beter: ze schrijft een boek. Vol mooie verhalen. Verwoord zoals alleen zij dat kan: grappig en ontroerend. Kopen, mensen, dat boek! Impa ***

10 september 2010

Impa en de gastbloggers: Frank Overlast

Ik heb vakantie. Het huis wordt liefdevol bewoond, het werk ligt even stil en waar ik nu ben, flonkert koel water in warm zonlicht. Op Impalinea kunt u zich ondertussen laven aan logs van mijn favoriete bloggers. Impalinea proudly presents: Impa's gastblogs. Vandaag geschreven door Frank Overlast.
***

Het zal wel een poosje geduurd hebben voordat Impa genoeg moed bijeen had gesprokkeld om mij te vragen voor een gastlogje op haar site. Ach, de schat. Nergens voor nodig natuurlijk. Ik wil voor haar best wel even stoppen met mijn belangrijke werk om mijn vingers  langs het toetsenbord te trekken voor haar publiek. Impa weet dat ik in diezelfde vingers de kunst van het gastbloggen heb zitten. Daar hoef je míj niets over te leren.

Mijn aanvankelijke idee was om een stukje te tikken over hoe blij ik ben met mijn nieuwe trui. Toen schoot me iets boeddhistisch naar boven en denk ik erover om het daar over te hebben. Mensen denken vaak dat ik boeddhist ben. Omdat ik een gladgeschoren hoofd heb, omdat ik al een jaar of tien geen vlees of vis eet (en andersom), omdat ik vaak naar landen reis waar het boeddhisme enthousiast wordt uitgeoefend en omdat ik natuurlijk wijze uitspraken debiteer zoals Kleinduimpje broodkruimels.

Ik ben daarentegen geen boeddhist. Mijn laatste kans op het nirvāņa heb ik samen met wat onverteerde noedels uitgekakt in Nepal. Daar kwam ik op drieëneenhalf duizend meter hoogte een prachtig vervaagd boeddhistisch klooster tegen. Je kunt je wel voorstellen dat toen ik op mijn Havaianas tussen de gewassen vandaan kwam en dit imposante bouwwerk afgetekend zag tegen de bergtoppen van de Himalaya, ik erg onder de indruk was. Helaas niet. Het was namelijk zo, ik moest heel nodig naar het toilet. Bergje klimmen is leuk, maar de constante plofbewegingen die je organen te verduren krijgen, in combinatie met een vochtige hitte en veel thee, zorgen voor een schitterende buikloop. Dus terwijl het klooster mooi en mysterieus stond te wezen en aanleiding had kunnen geven voor een spirituele uiteenzetting mijnerzijds, zat ik gehurkt boven een monnikenpot mijn darminhoud eruit te kreunen. Om daarna toiletpapier te gebruiken. Wat niet eens met het emmertje doorgespoeld kon worden. Dat moet later een verrassing geweest zijn voor de lama’s en rinpoche’s. En ik verscheet ongetwijfeld mijn kans op een boeddhistische toekomst.

Afijn. Een gastlogje dus. Ik neem aan dat het ook iets meeslepends kan zijn. Iets uit mijn jeugd ofzo, wat tegelijkertijd geestig en aandoenlijk is. Misschien over de eerste keer dat ik een begrafenis heb bijgewoond en dat ik me altijd heb afgevraagd wat die vreemde mevrouw ging doen met de foto’s die ze van mijn dode oma nam. Oh nee, wacht even, ik schrijf iets over mijn werk als basisschoolleraar. Ja! Dát vinden de vrouwtjes ook altijd leuk (Discovery Channel: bloglezers zijn in negentig procent van de gevallen verveelde huisvrouwen). Dan haal ik een herinnering naar boven over een sympathieke leerling die iets moeilijk meemaakt. Je weet wel, een lach en een traan enzo. Dat wordt mijn gastlogje!

Shit. Ik zit al op 461 woorden en ik heb nog niets geschreven wat Impa’s lezers naar mijn site moet lokken. Ehm. Had ik al gezegd dat ik heel blij ben met mijn nieuwe trui?

08 september 2010

Impa en de gastbloggers: Riekster

Ik heb vakantie. Het huis wordt liefdevol bewoond, het werk ligt even stil en waar ik nu ben, flonkert koel water in warm zonlicht. Op Impalinea kunt u zich ondertussen laven aan logs van mijn favoriete bloggers. Impalinea proudly presents: Impa's gastblogs. Vandaag geschreven door Riekster.
***


Misschien is Impa hier wel
'Wie is Impa eigenlijk?' vroeg vriend T. mij enige tijd geleden op zijn eigen verjaardag. Het was hem opgevallen dat Impa op andere weblogs langzaamaan bezit nam van de ruimte onder het knopje 'reacties'. Ook op de mijne.
'Ja! Riep ik. Dat weet ik dus niet!’
'Je weet het niet?'
'Nee. Ik weet het niet.'
'J'wel, je weet het wel.'
'Nee, echt niet. Ik heb geen idee.'
‘Hm.’ Peinsde hij. ‘Nou dan moet je haar ook maar niet ontmoeten.' Vastbesloten keek T. me aan. ‘Nee, zeker niet. Ik denk namelijk dat haar verschijning haar eigen woorden niet kan bijhouden.'
Ik keek op. ‘Haar niet ontmoeten?’ Een ernstige frons verscheen op mijn voorhoofd.
'Ja. Dat denk ik.’ vervolgde hij. ‘Want dan valt het tegen en dan vind ik haar woorden niet meer leuk.' Hij knikte om zijn woorden te bevestigen. Zijn vader die naast hem stond knikte ook. Ja. Zijn vader begreep het wel.
'Wat is het dan voor iemand?', stelde zijn vader nu de vraag. 'Die Impa?'
'Ja jeetje.'
Wat is het dan voor iemand. Wat is het dan voor iemand. Hoe moet ik dat weten als ik haar nog nooit heb ontmoet. Ik ben alleen maar fan.
‘Wat is het dan voor iemand?’ vroeg de vader nu nog eens.
'Tja.’ Probeerde ik beleefd een begin van een antwoord te maken. ‘Een beetje als de Efteling, denk ik.' Ik keek de vader aan. 'Zo goed?'
Hij glimlachte. Ik denk dat hij dit gesprek nog fascinerender vond dan ikzelf.
‘Een beetje’, antwoordde T. Het was een beetje goed en daarna werd het onderwerp Impa met rust gelaten. Even.

Maanden later gingen T. en ik naar de Utrechtse Parade. Na een prachtige voorstelling stonden we in de rij bij de ijscokraam. Terwijl we naar de zweefmolen keken, boog T. zich naar me toe en fluisterde in mijn oor. 'Riekster, weet je wat leuk zou zijn...’ Dromerig keek hij naar de hoofden tussen de bomen. ‘Misschien is Impa hier wel.'

06 september 2010

Impa en de gastbloggers: Manon Sikkel

Ik heb vakantie. Het huis wordt liefdevol bewoond, het werk ligt even stil en waar ik nu ben, flonkert koel water in warm zonlicht. Op Impalinea kunt u zich ondertussen laven aan logs van mijn favoriete bloggers. Impalinea proudly presents: Impa's gastblogs. Vandaag geschreven door Manon Sikkel.
***

Spek
Of ik vegetarische spekreepjes wilde kopen, vroeg de vrouw in de supermarkt. Ik schudde vriendelijk mijn hoofd en bedankte. 'Echt niet?' vroeg ze verbaasd. 'Ik ben vegetariër,' zei ik verontschuldigend. De vrouw wilde waarschijnlijk zeggen 'nu breekt mijn klomp', maar in plaats daarvan zei ze: 'maar dit IS vegetarisch.' Ik zei dat ik dat wist, maar dat ik als vegetariër gruwel van het woord spek en dat ik geen vegetarisch product wil eten dat spekreepjes heet. 'Nu breekt mijn klomp,' zei de vrouw toch maar. 'Deze reepjes ruiken en smaken precies als spek.' Nog een keer probeerde ik haar duidelijk te maken dat dat precies de reden was waarom ik het niet ging kopen.
Bij het schap met vegetarische burgers hoopte ik eindelijk verlost te zijn van haar. Boos kwam ze achter me aangelopen, twee pakken vegetarische spekreepjes balancerend op haar reusachtige borsten. Dat laatste is niet echt een detail dat er toe doet, maar door die pakjes spekreepjes die er boven op lagen, kon ik toch niet anders dan er naar kijken. Misschien was ze daarom wel uitgekozen om in de supermarkt producten te verkopen. In plaats van rondgaan met een kaasplankje kon ze de blokjes kaas, bekertjes vifit en spekreepjes gewoon op haar borsten presenteren. 'Als u een pakje probeert, krijgt u er een tweede gratis bij.' Omdat ze me nu heel boos aankeek, pakte ik de spekreepjes van haar borstplateau en stopte ze in mijn winkelwagen. Maar nog was ik niet van haar af. Waarom ik eigenlijk vegetarisch at, wilde ze weten. 'Omdat ik niet van vlees hou,' antwoordde ik. Om geen enkele andere reden. Ik vind het gewoon domweg niet lekker. In mijn levendige fantasie zie ik in elk biefstukje een dode koe en dan heb ik opeens geen honger meer. Verder mag iedereen van mij zo veel vlees eten als hij wil. En iedereen mag vragen of ik vegetarisch ben - in plaats van vegetariër - en iedereen mag me vertellen dat ik ook geen winegums en in dierlijk vet gebakken friet zou moeten eten. Alles vind ik prima, behalve als een vrouw met twee borsten als kaasplateaus mij dwingt om vegetarische spekreepjes te kopen. Bij die gedachte bleef ik staan. De vrouw volgde me nog steeds. Waarschijnlijk om te zien of ik de pakjes niet stiekem terug zou leggen. Vlak voor de kassa haalde ik de pakjes weer uit mijn kar en haalde het plastic eraf. De spekreepjes schikte ik op haar borsten. Op de ene borst vormden ze een mozaïek in de vorm van de zon. Op de andere borst legde ik ze in het patroon van de Aardappeleters van Van Gogh. Ik was er nog behoorlijk lang mee zoet, maar uiteindelijk legde ik ook het laatste vegetarische spekreepje terug. Ik beloofde haar dat ik ze de volgende keer echt zou kopen, maar nu even niet. Voorzichtig liep de vrouw terug naar haar verkoopkraampje, haar borsten vol spekreepjes roerloop voor zich uit duwend.

04 september 2010

Impa en de gastbloggers: Maz

Ik heb vakantie. Het huis wordt liefdevol bewoond, het werk ligt even stil en waar ik nu ben, flonkert koel water in warm zonlicht. Op Impalinea kunt u zich ondertussen laven aan logs van mijn favoriete bloggers. Impalinea proudly presents: Impa's gastblogs. Vandaag geschreven door Maz.
***
Impa en Maz op Vlie
Het begon in 1989. Voor mij althans. Ik mocht mee naar Vlieland met Impa en haar familie. Daar is het begonnen en nooit meer over gegaan. De liefde voor de Waddeneilanden en in het bijzonder Vlie(land). 'T Ailaand (ook wel Schiermonnikoog geheten) kan er ook wat van, maar in 1989 en de vijf zomers daarna zijn mijn wortels achtergebleven op Vlie.
In de wind, langs het wad, in het zand en de duinen.
In het zilt en het nat, in de zon en de wolken.
In de Bolder, op het strand, op camping Stortemelk op het jongerenkamp waar Impa en ik in mijn ouders' gigantische tent steevast veel te veel pasta of rijst kookten en dan maar alle buren te eten vroegen. Ventend als marktvrouwen stonden wij tussen de ritsen van de voortent. 'Macaroni! Wie wil macaroni!'. In discotheek De Stoep dansten wij avond aan avond op Melissa Etheridge's Like the Way I Do en lieten wij ons trakteren door Friese jongens met matjes en probeersnorren tot de bessen-ijs ons de neus uit kwam. We lagen 's nachts in de duinen vallende sterren te tellen omdat de lucht daar zo helder is door gebrek aan lichtvervuiling. Op Vlie braken wij menig jongenshart ('Warum hast du nie geschrieben?') en gingen we altijd op weg van de Stoep naar de camping langs de frietkraam van Meneer Patat en Perry Patat Kerrie om nog even een vette bek te scoren. In de jaren daarna kwamen wij wel eens los van elkaar op Vlie en verstopten dan een gulden ergens langs het hek van de midgetgolfbaan en stuurden een schatkaart met cryptische routebeschrijving naar de thuisblijver.

Deze zomer mogen we weer. Samen naar Vlie, naar festival Into The Great Wide Open. Onder begeleiding van twee verstandige volwassenen in de vorm van mijn Ontzettend Lieve Man (met snor!) en de lief van Impa. We zullen hun hart niet breken maar hopen wel op een glaasje bessen-ijs. En het Zwitserlevengevoel!

02 september 2010

Impa en de gastbloggers in september


Impa gaat op vakantie. De oppassen van mijn huis zijn al gearriveerd met een grote tas en een -zo mogelijk- nog grotere glimlach, het werk ligt even stil en op weg naar de zon sluit ik de deur van het blog achter me. Tijdelijk natuurlijk, want eind september ben ik terug. Uitgerust en opgeladen, volgens de aloude formule 'zon + geliefde + voeten ergens in het water + tent + glas wijn = uitgerust en opgeladen'. Tot die tijd op Impalinea: *rapapaaaa tsjing* Impa's gastbloggers! De komende drie weken verschijnen hier stukjes van mijn favorieten in blogland. Ik wens u veel plezier.

Goed, ik spoor nog even mijn teenslippers op en dan ben ik wel zo'n beetje vertrokken. U kunt mij aan de horizon nog wat nazwaaien, als u wilt.

Summertime... And the living is easy... *Impa's stemgeluid sterft weg*

30 augustus 2010

Impa is één (2)

Er stond een witte kip in de tuin. Groot genoeg om kip te zijn, maar klein genoeg om ook nog wel voor uit de kluiten gewassen kuiken door te kunnen gaan. Het was een soort puberkip. En zo te zien had hij hele slechte manieren, want hij stond in mijn tuin een beetje mijn spullen op te eten. Een hangkip, zeker. Die maar doet waar hij zin in heeft. Toen de kip mij zag, keek hij mij even aan en peuzelde toen rustig verder. Ik zag dat hij al een mooi lapje grond had losgekrabt en kaalgevreten. Stond geen sprietje meer. Ik vreesde het ergste voor de zaadjes die ik daar had gestrooid. Vingerhoedskruid, vooral. Bloemen die een beetje tegen schaduw kunnen. Want die hangmat van mij moet natuurlijk wel ergens aan hangen en dus staan er een paar bomen in mijn tuin. Het valt alleen niet mee om op de beschaduwde grond iets te laten bloeien en ik had voor volgend voorjaar mijn hoop gevestigd op vingerhoedskruid. 'Hé', zei ik. 'Wat moet dat hier?' De kip trok een wenkbrauw op en stopte even met kauwen. 'Ach, man, maak je niet zo druk', zei hij met volle mond. Bij het woord 'zo' sproeide hij kleine stukjes pissebed.

Druk? Ik? Mijn tuin! Mijn plantjes! Mijn zaadjes en bolletjes en kiempjes die nu nooit het levenslicht zullen zien! Druk? Ik werd woest. Ik dacht goed na over wat ik tegen de kip zou zeggen. Ik probeerde een helder en verantwoordelijk antwoord te verzinnen. Ik probeerde toeschouwer te worden van mijn woede zodat ik niet uit boosheid zou handelen, want dat zou dan waarschijnlijk iets worden met luchtbuks en galg en knakkend nekje. Ik wilde op heldere en verantwoordelijke manier communiceren.

Opeens zette de kip grote ogen op. Hij slikte het hapje dat hij in zijn snavel had door en deed langzaam een stap achteruit. Snel probeerde ik mezelf te corrigeren. Hier stond ik dan, na te denken over helder en verantwoordelijk communiceren, terwijl er ondertussen stoom uit mijn oren kwam. Had ik ook al ongemerkt gebriest? De kip bleef kijken, maar begon zich ondertussen langzaam om te draaien. Ik haalde adem om iets te zeggen. Ik bedacht me dat ik de kip misschien een beetje gerust moest stellen, want hij zag er doodsbang uit. De kip begon te lopen. Eerst langzaam, en toen vliegensvlug. Ik wilde 'Kip' roepen, maar riep 'Tok'. Opeens schoten er een paar enorme, zwarte poten van ergens achter mij naar voren. Ze gingen zo rakelings langs me heen dat ik voelde hoe een lichte bries mijn nekharen overeind zette. Razendsnel vloog er een zwarte schim door de tuin en vlak voordat de kip onder de schutting door kon rennen, verdween hij in één hap tussen de kaken van een gigantische, harige spin. Het duurde maar een paar seconden, toen was er van de kip niets meer te bekennen. De spin keek om en grijnsde. Hij likte zijn lippen af, veegde met één van zijn acht poten zijn bek droog en knikte naar me. Ik kon me niet verroeren. Stokstijf en met open mond keek ik toe hoe hij in de hangmat ging liggen. Hij liet een boer en zei: 'Alles is één.'

28 augustus 2010

20 augustus 2010

Impa is één

In de woonkamer zat een hele dikke spin. Zijn poten waren per stuk een meter of twee. De spin zat in mijn lievelingsfauteuil en stak net een sigaret op. Ik vroeg: 'Moet dat nou?' Zonder zijn kop te bewegen, richtte hij twee van zijn acht ogen op me. Drie andere hield hij gericht op de aansteker, want zo'n vlam in je behaarde fikken kan nog best link zijn, en met de laatste drie keek hij naar het bovenraampje waar een vette vlieg zich hardnekkig tegen het glas te pletter zoemde. 'Wat?' Zei hij. 'Roken', zei ik. 'En in mijn lievelingsfauteuil zitten.'

Ik had me een paar dagen geleden al hardop afgevraagd waar hij was gebleven. Hij woonde altijd onder de stapel stenen in de tuin, waar ik hem soms vliegen voerde. Ik had al lachend tegen mijn lief gezegd dat hij er zeker te groot voor was geworden, voor dat hol onder die stenen.

Razendsnel stond de spin op en rende vlug een stuk door de kamer naar me toe. Dat doen ze, die modderfokkers. Dat is juist het probleem met spinnen, dat je nooit met ze kunt afspreken dat ze een beetje overzichtelijk op dezelfde plek blijven zitten. Op een paar meter afstand bleef hij staan en bewoog zijn kaken een beetje heen en weer. Hij nam een trekje en gooide toen de sigaret achteloos in een hoek. 'Je hebt gelijk', zei hij. 'Onbeleefd. Neem me niet kwalijk.'

Ik was wel even geschrokken toen ik hem daar aanvankelijk had zien zitten, maar toch was ik niet bang. Vroeger wel. Vroeger had ik gegild, getrild en ergens anders heen gewild. Nu bekeek ik hem nog eens goed en vond ik hem eigenlijk wel mooi. Ik hou namelijk wel van beharing bij mannen. Bovendien ben ik niet meer bang voor spinnen sinds ik heb verzonnen dat alles één is. Ik ben dus zelf die spin, als het ware. Het nadeel was nu wel dat ik dan ook zowel de vette vlieg was als het raam waartegen hij zich te pletter vloog, maar daar stond ik voor het gemak nu even niet bij stil.

De spin maakte aanstalten om door de tuindeuren weg te gaan. We keken elkaar nog één keer aan en probeerden er allebei toch een beetje superieur vanaf te komen. Ik vond dat hij wel een voorsprong had, met die acht ogen van hem, maar toch keek ik volgens mij ook behoorlijk mean en waardig tegelijkertijd. 'Pas maar op in de tuin', zei ik. 'De buurman heeft kippen. En alles is één, dus ik ben ook de tuin, de buurman en de kippen. En als je niet oppast, zeg ik één keer tok en dan peuzel ik je op.' De spin haalde z'n acht schouders op en liep langs me heen naar buiten. Heel snel. Want dat doen ze, die modderfokkers. Zo zijn ze.

12 augustus 2010

Impa en de Nijmeegse Vierdaagse

Of: Impa maakt reclame voor verwondering

'Ziet er goed uit, mevrouw! Hou vol!' Mijn lief zit naast me in de auto en zet een hoog stemmetje op. 'Nog een klein stukje, meneer!' Tussendoor grijnst hij naar me. 'U bent er bijna! Hou vol! Ziet er goed uit!' gaat het hoge stemmetje. Hij doet alsof hij het uit het raam naar voorbijgangers roept.

Hij doet mij na.

Van toen ik bij de Nijmeegse Vierdaagse was. Want ik ging op de derde dag van de vierdaagse nietsvermoedend voor het eerst van mijn leven langs de kant van de weg staan, op een rustig stuk straat vlak voor het einde van de route, toen de mensen de moed nog niet verloren hadden maar het al wel heel, heel zwaar hadden. Ik keek naar die mensen, zo vrolijk en vastberaden, die voorbij marcheerden of strompelden, zingend, verkleed of met tranen die ze van de pijn over hun gezicht stroomden en ik voelde me tot mijn stomme verbazing opgetogen en blij. En zo liefdevol.  En ik wilde ze ineens eigenlijk allemaal persoonlijk aanmoedigen. Dus ik klapte en riep en floot en lachte en zwaaide dat het een aard had en ik zag hoe het de mensen goed deed dat wij daar stonden langs de kant van de route en hoe mooi al die mensen waren en hoe fijn het in Nijmegen was en toen zat ik zomaar ineens vast in een episode van algehele levensvreugde.

'Ziet er goed uit, mevrouw! Hou vol! Nog een klein stukje, mannen!' Naast me op de stoeprand zat mijn lief. Hij zweeg. En ik voelde hoe hij daar zat en dat hij blij was met die uitbundige vrouw naast hem, die zoveel geluid maakte en alle mensen wel wilde ontmoeten en die zo vaak zo anders is dan hij. Hij keek en lachte en klapte zwijgend mee. En in de dagen die volgden, deed hij mij af en toe plagend na, met een hoog stemmetje. 'Ziet er goed uit, mevrouw! Nog een klein stukje!'

Maar die Vierdaagse is al weken geleden. Hoe kom ik daar nu bij? Door het nieuwste Retourtje Verwondering van Yvette van der Aa. En het stukje dat ze erover schreef op haar blog. En omdat  daardoor de hele blije handel opnieuw begon te bubbelen van binnen; die rare, blije sfeer van ontroering en vreugde en saamhorigheid in Nijmegen die ik nooit had kunnen vermoeden als ik er niet bij was geweest.


Yvette kent u van de mobiele Verwonderwinkel. En van alle andere prachtige dingen die ze doet.  

Het leven is vol moois, mensen.

Gaat heen en verwondert u. 

08 augustus 2010

Impa wenst u een lach

Op zondagochtend rol ik na het mediteren gewoon mijn bed weer in. Na de discipline van het steeds (en steeds, en steeds, en steeds...) opnieuw van gedachten- liefdevol- terugkeren naar stilte en ademhaling, is het nu tijd voor... genot. Met groene jasmijnthee, bruin brood met oude kaas, oranje sap, donkere chocola en een schaaltje romige, gele, zoete, zachte, fingerlickin' (kreun) sojayoghurt met vanille klap ik de laptop open en zoeft er pardoes een goedemorgenmailtje van mijn lief mijn slaapkamer in. Hij stuurt me een linkje om me te laten lachen, en het werkt. Hoe vaker, hoe lacher.

05 augustus 2010

Kijken doe je met je ogen, zien met je hart

Mijn lief is jarig. Ik heb tussen de spulletjes van mijn moeder twee tubes drukinkt gevonden en wil een linosnede maken. Ik teken een vlieger met een wervelende staart vol strikken en snijd de tekening uit de bovenste laag van een klein stukje linoleum. Ik heb thuis geen drukpers dus ik leg een vel papier op het met inkt ingerolde stukje lino en wrijf er stevig overheen met de bolle kant van een houten lepel. De inkt komt er dik vanaf, veel te vet, maar dat maakt niet uit. Alle afdrukjes zijn anders en bij andere exemplaren tekent de afbeelding zich fijner af maar lijkt de grijswaarde van de dunnere laag inkt wel een slechte fotokopie. Ik druk de vlieger af in okergeel, de enige kleur die ik heb naast het zwart. De strikken zijn het wit van het papier en tekenen zich in de prent af tegen een zwarte hemel. Het is een vlieger van licht en ook al is het een beetje een onhandige poging, ik ben toch best in mijn nopjes met het printje.

Ik brand voor mijn lief een schijfje met nummers uit mijn cd-verzameling. Af en toe geef ik hem zo'n cd'tje voor al die uren dat hij uit Nijmegen naar me toe komt rijden. Hij zal het pakje wel meteen herkennen aan de vorm, maar dat maakt niet uit. Een mens kan nooit genoeg mooie muziek hebben. Ik maak voor het cd-hoesje een omslag van bruin papier en plak de linoleumsnede van de vlieger op de voorkant. Het okergeel van de vlieger kleurt mooi bij het bruine papier. Ik pak hem in met wit papier, schrijf er met een dikke stift felicitaties en veel zoenen op en bind er een oranje strik met krullen omheen.

Op de vooravond van zijn verjaardag slaap ik bij mijn lief. Als zijn wekker 's ochtends gaat, zet ik koffie, tover ik een geheimgehouden aardbeiengebakje uit de koelkast en leg ik het cadeautje erbij op een dienblad. Ik steek drie kaarsjes aan op het kleine taartje en serveer hem zijn ontbijt als een eilandje van licht in het donker van zijn slaapkamer.

Hij lacht en gaat rechtop in bed zitten. Hij kijkt naar het cadeautje, herkent de vorm en maakt een grap. 'Is het een vlieger?' 

31 juli 2010

Waarom kunst?

Ik waag me maar niet aan de vraag WAT kunst is. Al helemaal niet in deze tijd, waarin beeldende kunst naadloos aansluit bij en overlapt met muziek, film, video, design, mode, illustratie, comics en architectuur. We leven in een verrukkelijke tijd die ons leert dat onze wereld net zo groot is als onze geest hem durft te maken en de verschillende disciplines binnen de kunst en cultuur mogen samensmelten zoals het ons goeddunkt. 

Maar WAAROM dan kunst?

Veel mensen begrijpen kunst niet. Ze snappen niet wat ze ermee moeten, en in deze tijden van angst om de economie vooral: waarom het geld moet kosten. Andere mensen vinden kunst niet belangrijk, vinden dat het nergens toe dient, vinden het elitair of op zijn minst iets wat in onze samenleving geen prioriteit verdient.

Ik denk dat ik begrijp waar die vragen en bezwaren vandaan komen. Toch geloof ik dat kunst met iedereen te maken heeft. Waarom? Omdat het volgens mij waardevol is om in een wereld te leven waarin je jezelf meer gunt dan alleen het voor overleving strikt noodzakelijke. En ook - in het verlengde daarvan - om onszelf op het gebied van luxe meer te gunnen dan alleen het materiële. Omdat kunst mensen door de eeuwen heen heeft geholpen buiten de grenzen en beperkingen van hun sociale, politieke, maatschappelijke of religieuze kaders te kijken. Omdat schoonheid de ziel voedt. En als je kunst niet mooi vindt, kan het een knipoog zijn die je een eenvoudige glimlach bezorgt of kan het een manier zijn om belangrijke dingen aan de orde te stellen en maatschappelijke discussie aan te zwengelen. Het kan een verrijking zijn om je door een kunstenaar een andere bril te laten opzetten zodat je even naar de wereld kunt kijken door de ogen van een ander. Kunst laat door beelden nieuwe gedachten bij je ontstaan die op hun beurt weer nieuwe beelden bij je scheppen. Kunst kan een deurtje openzetten. Een deurtje naar iets wat je nog niet kende, diep in jezelf. Voor de één is dat een deurtje naar het ervaren van gevoel - ontroering, verdriet, opwinding, boosheid, vreugde. Voor de ander is het een deurtje naar de kennismaking met iets nieuws. Voor weer een ander is het een deurtje naar de onnoembare dingen die net buiten het bereik van de mens liggen. Net buiten het blikveld, maar tastbaar in een onbestemd verlangen. Schoonheid, perfectie, harmonie, zuiverheid. De goddelijke vonk.

Het beste antwoord op de vraag: Waarom kunst? hoorde ik in de film Cloaca (met een scenario van Maria Goos). Het deed bij mij zomaar ineens een inzicht op zijn plek vallen.

" Het gaat niet om die lagen verf. Het gaat om wat het doet vermoeden. "

28 juli 2010

Impa heeft een netelige kwestie

Brandnetelsoep! Van jonge netels uit de tuin. Hoewel ze ook niet misstaan in een glas op de vensterbank....
had ik dat lekkere, groene soepje toch niet willen missen. 
Zelf maken?

Netels:
Pluk de netels door ze helemaal onderaan bij de steel te pakken, daar branden ze niet. Neem alleen jonge plantjes. Snijd de wortels en het harde stuk steel eraf. Zodra ze bij de bereiding zijn geslonken in hun eigen vocht, prikken ze niet meer.

Soep:
Uitje en knoflook snipperen en fruiten in olie. Brandnetels wassen en met aanhangend water even laten slinken in een pan. Fijnsnijden of -hakken. Bij de ui en knoflook in de pan doen, samen met groentenbouillon en vers gemalen zwarte peper. Even laten koken en dan blitzen tot een glad geheel. Voor het serveren een lepel lichte room erdoor en eventueel knapperige croutons erover.

Yum!

19 juli 2010

Impa's zomeratelier

Een half jaar lente en een half jaar herfst, klaagde ik. Altijd maar ertussenin. Echte winters en echte zomers, dat hadden wij in Nederland niet. Zoals ze in New York hebben. Of in Berlijn.

Toen besloot het universum mij eens flink te verwennen. Ik zal wel één of andere kosmische loterij gewonnen hebben. Zo eentje waaraan je al vanaf je geboorte meedoet zonder het te weten. En zo eentje waar ze je nooit bericht van sturen als je hebt gewonnen. Je moet gewoon heel goed opletten, dan zie je vanzelf of je al miljonair bent of niet.

Ik won dit jaar de hoofdprijs in de categorie 'Echte winters, echte zomers.' Drie maanden ijs en sneeuw kreeg ik in mijn straat afgelopen winter, en nu is er deze zomer. Elke ochtend als ik de ramen en deuren opengooi, is de lucht zacht. Al die warmte en al dat licht. Ik ben tussen het werken door meer buiten dan binnen en heb al wekenlang geen jas aan gehad. In de tuin ruisen de bomen boven mijn hoofd en de lucht blijft maar blauw, blauw, blauw. Met af en toe een regenbui die met een bulderende lach uit de verste hoeken van de hemel komt donderen.

Ik heb van mijn tuinhuis een provisorisch atelier gemaakt. Tussen de muren en het dak door kun je de lucht zien kieren, dus in de winter zul je daar als kunstenaar langzaam vastvriezen aan je potjes Oost-Indische inkt. Maar voor de duur van deze glorieuze zomer is het mijn toevluchtsoord. De muren zijn wit, de kastplanken bruikzaam leeg en in het midden staat een tafel met een radiootje erop.

Als u mij zoekt deze zomer, zit ik ergens achterin de tuin te tekenen.

09 juli 2010

Ik geef je een roosje...

Lieve lezers van Impalinea.
Kunt u zich dit logje nog herinneren? Over mijn snoezige nieuwe oude ontbijtservies? Welnu. Er gaat momenteel een frisse bezem door huize Impa, en ik ben er helemaal klaar voor om iemand anders blij te maken met zachtroze roosjes bij zijn of haar croissantjes. Wie het servies zelf op komt halen in Groningen of Nijmegen - en belooft er heel lief voor te zijn - mag het gratis meenemen.

05 juli 2010

Impa is niet gek

Het is de afgelopen week maar weer eens gebleken:

• dat ik een groot redder ben van egels, uit opengeknaagde vuilniszakken én van vlak voor opdoemende koplampen
• dat ik me afvraag of het eigenlijk wel handig is om namens egels voor rijdende auto's te springen
• dat ik de dood van tenminste één jonge merel in de bek van een kat had kunnen voorkomen als ik niet recht op het beest was afgestoven zodat het pardoes met zijn prooi over de schutting verdween
• dat merelouders nog samen op een schutting zitten te piepen als er al grote vliegen op het lichaam van hun dode kind zijn verschenen
• dat ik een groot redder ben van jonge heggemussen die tegen mijn raam te pletter vliegen door het in een doos warmhouden van het vogeltje tot het zelf weer vertrekt - met achterlating van een poepje
• dat ik expert ben in picnics aan de oevers van rivieren en meertjes en in wandelen en fietsen over dijkjes en door polders bij zonsondergang
• dat ik na 22 jaar lang maandelijks menstrueren nog steeds niet doorheb wat er aan de hand is als ik één keer in de maand een dag lang vind dat alles echt heel, heel, heel erg is en ook echt helemaal nooit, nooit meer goedkomt
• dat mensen die thuis werken best snappen waarom er op kantoren geen hangmatten worden opgehangen onder koel gebladerte want dat het niet meevalt om zo'n hangmat op een doordeweekse werkdag te mijden
• dat het je niet in de koude kleren gaat zitten als een bekende een einde aan zijn leven maakt
• dat het je een rijker mens maakt om compassie voor een ander te ervaren en levensvreugde voor jezelf
• dat er op warme dagen ook koude kleren zijn waar ik wél blij mee ben, in het kader van Ik ben niet gek, ik ben een raketje:

27 juni 2010

A drawing a day keeps the doctor away



Mijn tante C. heeft voor mijn verjaardag een boekje voor me genaaid. Twaalf katernen met een voor- en achterkant van blank hout, samengestikt met dik, rood garen. Als je het openslaat, zie je dat het het hout is van een sinaasappelkistje: de voorkant is aan de binnenkant bedrukt met het Spaanse fruitmerk en je kunt aan het hout nog zien waar de krammetjes hebben gezeten. Ze heeft voor het naaien van de omslag de gaatjes van de krammetjes gebruikt en er zelf een paar bij geboord. Het zijn zo'n 100 velletjes papier. Ze heeft alles door elkaar gebruikt: blank en ongebleekt, vezelig en glad, dik en perkamentdun. Er moet heel veel tijd en aandacht in zijn gaan zitten, en dat voel je. Ik vind het prachtig. Ik ben er heel blij mee.