26 november 2009

Impa en de woestijn (2)

Waarin Impa zich Doornroosje waant en de schorpioenen op afstand houdt


Onder de blote sterrenhemel slapen leek mij wel wat. Ik had van tevoren wel een paar onsamenhangende gedachten gehad over schorpioenen maar die ook weer verworpen. Vertrouwen moesten we hebben, in de kosmos. Die zou wel raad weten met die schorpioenen. En zo ging ik met mijn matje op zoek naar een slaapplaats. Hoe pak je zoiets aan in de woestijn? Even zien. Een paar duizend kilometer ruimte die kant op en een paar duizend kilometer ruimte die kant op. Dat was dus niet echt een criterium. Waren er nog mensen in de buurt waar ik niet naast wilde liggen? Want je wilt in de uitgestrekte woestijn natuurlijk niet uitgerekend naast een snurker terechtkomen. Zul je net zien. In de verte zag ik de laatste stralen zaklantaarn tussen de krijtheuvels weerkaatsen en verdwijnen. Niemand meer in de buurt.

Ik keek omhoog en meteen weer naar beneden.

Een miljard ontelbaar vierhonderdduizend triljoen sterren, dat duizelde een beetje. Ik besloot dat ik beter eerst kon gaan liggen, anders werd ik de volgende ochtend natuurlijk grommend van geluk en zwaar onderkoeld teruggevonden in het zand naast mijn slaapzak. 

Ik koos een hoge plek, in een uitgesleten kom in de krijtrotsen. Op de zandvlakte aan de voet van de heuvel stond het Bedoeïenenkamp. Het vuur was bijna gedoofd, de kamelen lagen als donkere schimmen in de verte geruisloos te herkauwen. 

Ik spreidde mijn bed, viste mijn knalroze slaapsokken uit mijn tas (er is geen reden om in de woestijn het leven niet ook zo prachtig mogelijk te maken) en kroop in de slaapzak. Er zat een capuchon aan zodat alleen je gezicht eruit tevoorschijn kwam. Speciaal ontworpen zodat je geen zuchtje bries hoefde te missen als je in het donker onder de sterren lag. En net toen ik me aan de sterrenhemel over wilde geven, zag ik in het donker die gladde zwarte gifangels weer voor me. Tussen mijn gezicht en de slaapzak voelde ik allerlei gaten die echt gapend groot waren - vanuit het perspectief van een schorpioen dan hè, daar kan ik me heel goed in verplaatsen - waar schorpioenen op hun dooie akkertje doorheen konden wandelen op zoek naar warme, donkere holletjes en knalroze slaapsokken (want schorpioenen zijn ook niet gek). 

Ik besloot over te gaan tot rigoureuze maatregelen. Als de kosmos het beste met mij voorhad, zouden ze het ook snappen als ik het even niet zo nauw nam met de grenzen van natuur en wetenschap. Ik besloot een forcefield aan te leggen. Als ze het in de science-fictionfilm konden, kon ik het ook. Ik stelde me voor dat ik daar op mijn heuveltje lag en dat er als het ware een grote, glazen stolp over me heen stond. Als er dan een schorpioen nietsvermoedend aan kwam trippelen, zou hij er - patsboem - met z'n snufferd recht tegenop lopen. Alle schorpioenen die dat overkwam, zouden onmiddellijk afdruipen en heel tevreden ergens anders op zoek gaan naar roze slaapsokken in warme slaapzakken. In ruil daarvoor beloofde ik de kosmos dat ik dus niet in blinde paniek een beest dood hoefde te slaan. Ik zou er extra vredelievend van worden, geliefd door mens en dier. De kosmos een beetje kennende schatte ik in dat mijn voorstel wel aan zou slaan.

En zo geschiedde. Ik sliep een diepe slaap, volledig schorpioenvrij, en klom de volgende ochtend met twee roze sokken en een diep geluksgevoel uit mijn slaapzak. 

Tijdens de meditatie bij zonsopgang kwam er een vogeltje op mijn knie zitten.
(plaatje natuurlijk niet van Impa maar van Disney)

22 november 2009

Impa en de woestijn (1)

Waarin Impa afscheid neemt van het stof maar de woestijn nog in zich draagt


Ik laat me in het bad zakken. Mijn huid draagt het stof van de woestijn, het zand zit tussen mijn haren. Als het water me omsluit, aarzel ik. Mijn haar is stug als touw, een week lang door de woestijnwind gevlochten. 'Een koord dat uit drie strengen bestaat, is niet snel stuk te trekken.' Ik wil het stof en het zand er niet uitspoelen, het laatste tastbare stuk woestijn niet loslaten. Als ik dieper en dieper in het water zak, voel ik hoe mijn haar begint te drijven en door het warme water waaiert. Ik voel mijn oren vollopen en sluit mijn ogen.

Zodra mijn gezicht helemaal onder water is en ik het stof van de woestijn teruggeef aan de elementen, merk ik dat ik op een andere plek ben. Het water omsluit me zoals de zon dat deed. De werveling streelt me zoals de wind dat deed. In het water zit dezelfde zachtheid als in het stof, dezelfde milde streling als in het eindeloze licht en de ruimte van de woestijn.

Een bad is anders met de nieuwe zintuigen die ik van de Sahara heb gekregen. Met het hart nog zo wijd open en de overgave nog zo dicht bij de hand. En dan realiseer ik me dat ik de woestijn rustig kan laten gaan, daar, in het warme water, omdat hij overal is. Omdat mijn zintuigen zich overal kunnen laven aan stilte, ruimte, beweging, stroming, licht.

'Alles is goed zoals het is. De mensen die je ontmoet, zullen precies de juiste zijn, op het juiste moment. De dingen die gebeuren, zullen de juiste dingen zijn, op het juiste moment. De dingen komen zoals ze komen. Ze gaan zoals ze gaan. En wat voorbij is, is voorbij.'

De volgende ochtend loop ik met mijn lief in Nijmegen langs de rivier. Ik voel de wind op mijn wangen en hoor de geluiden van de stad die ontwaakt. Het verkeer, de schepen. En onder alle geluiden hoor ik, heel duidelijk en heel vriendelijk, de stilte.

11 november 2009

09 november 2009

Impa en het mannetje op de trap

Halverwege de trap woont een mannetje. Hij zit daar en giechelt. Ik weet niet of hij echt zit: misschien zweeft hij wel of is hij aanwezig of zit hij een beetje verspreid geplakt rond de muren en het plafond. Ik weet niet hoe dat precies werkt bij dat soort mannetjes. Maar hij woont dus op de trap en hij doet je pijn. En daar giechelt hij dan om. Met pretoogjes. Als je de trap oploopt, geeft hij je een zetje omhoog zodat je je hoofd stoot aan het veel te lage plafond. Als je de trap afkomt, laat hij je uitglijden op je sokken en je een paar treden naar beneden stuiteren op je hielen. En als je bij het op- en aflopen van de trap heel voorzichtig bent omdat ze jou niet zomaar te grazen nemen, zorgt hij dat je jezelf bij het praten in je gezicht krabt of dat je jezelf in je oog steekt met iets wat je in je handen hebt.

Hij doet dat omdat hij vindt dat je jezelf te serieus neemt. Omdat je zo hard werkt en probeert om het leven voor jezelf en anderen zo aangenaam mogelijk te maken. Omdat je je zorgen maakt om het milieu, het grote leed en de algehele energiehuishouding der dingen. Dat vindt hij zelf ook allemaal heel belangrijk, maar hij weet ook dat je er af en toe even afstand van moet nemen. Of hij vindt dat er een ander perspectief in je schuilt dat erom vraagt eens flink losgeschud te worden. En daarom doet hij je pijn en dan lacht hij heel hard.

En als je dan verontwaardigd om je heen kijkt, zie je hem op de trap zitten gniffelen. Met pretoogjes. Dan ben je heel even afgeleid van het grote geheel der dingen en met beide benen terug in je lijf. En dan kun je weer verder. Naar boven, waar het maanlicht door het raam schijnt, of naar beneden, waar de vaatwasser spint.

Dan wrijf je over de zere plek, schud je je hoofd, voel je de pijn en lach je even om jezelf. Als je doorloopt, lach je ook even naar het mannetje.

En dan geef je hem een ferme rotschop.

07 november 2009

Hoe er een pimpelmees naar Impa werd vernoemd

Naast Impappelflappen (jammie) bestaan er nu ook Impimpelmezen. Ja, beste mensen, tsjilpt u nog maar eens van opwinding. Het is heus waar. Dat kwam zo: Manon wilde graag nog meer literaire prijzen winnen. En om marketingsgewijs de mensen een beetje aan te zetten tot stemmen op haar boek Izzy Love, loofde ze als beloning de vernoeming van één van haar 14 goudvissen uit. Succes gegarandeerd, dat weet iedereen in de marketing- en reclamewereld. Nu heb ik zelf liever niet dat er een goudvis naar mij vernoemd wordt, dat ligt nogal gevoelig en is een lang verhaal vol zijsporen en uitweidingen waar ik u niet mee lastig zal vallen, maar of ze ook pimpelmezen had. En wat bleek? Dat had ze. Een heel nest. Waarvan er nu dus één officieel Impa heet. Een Impimpelmees! Ladiedadieda!

03 november 2009

Impa zegt tsjilp

Was u al zat van de tuin van Impa? Nee? Mag ik dan deze pimpelmees even met u delen? Er zijn er nog veel meer van, ook met rode borstjes en kole meesjes. Het is hier een drukte van jewelste. 

De foto is van mijn lief. Die is hier fotografiegewijs de onbetwiste pimpelmeester.