16 september 2009

Impa en de spullen

De kasten gingen open en er rolden legers spullen uit. Ze trokken over de vloer, tussen mijn benen door en om mijn voeten heen en stelden zich op in rijen van honderd. Wie ze zo zag staan, wijdbeens, onwrikbaar, zou nooit geloven dat ze echt uit de kasten en laatjes van het kleine flatje waren gekomen. Dat de kastjes ooit dicht hadden gekund, de klinken naar beneden, de sloten om. Ze zagen er vastberaden uit: die zou ik nooit weer achter de deurtjes krijgen, zoveel was zeker.

Wie goed kan opbergen, kan klein wonen. Geen centimeter van de planken en en lades in mijn eenkamerflat was onbenut gebleven en van de berging had ik gebruik gemaakt met manshoge stapels precair balancerende voorwerpen met afwijkende vorm waar ik elke dag mijn fiets tussenuit trok zonder dat ze omvielen.

Voordat de spullen in troepen de kast uit was gekomen, had ik ze al aan een selectie onderworpen die aan de ergste overtolligheid een einde had moeten maken. Ieder voorwerp werd onderworpen aan De Drie Vragen 'Gebruik ik het?', 'Vind ik het mooi?' en 'Is het me dierbaar?' en alles wat niet aan een van de drie criteria voldeed, verdween zonder pardon naar vrienden, de inbrengwinkel of de stort. Dat laatste in een gezamenlijke inspanning met vriendin M. die me hielp de kleine rode bolide zo vol mogelijk te laden zonder dat hij door z'n zwarte bandjes zakte.

En de rest?

De rest van de spullen mocht mee en werd door de verhuisploeg van vrienden en vriendinnen op de dag van de verhuizing in het benedenportiek van de flat gezet, in een lange rij langs de wanden en door de deur naar buiten. Daar stond de grote gele verhuisbus. We keken naar de dingen, we keken naar de bus. We keken nogmaals naar de dingen. De een trok een wenkbrauw op. Een ander schudde -bijna onmerkbaar- zijn hoofd. Een derde ging er eerst eens even voor zitten met een kop koffie en een sigaret en verderop trok iemand aan zijn snor en spuugde op de grond. Langzaam bekroop ons allen het gevoel dat er wel eens iets niet zou kunnen kloppen met de verhouding tussen de afmetingen van de bus en die van de spullen. Oftewel: -niemand durfde het hardop te zeggen maar laten we wel wezen- dat de spullen het wel eens niet in de bus zouden kunnen passen...

[...]

3 opmerkingen:

Riekster zei

Gisteren zei een goede vriend tegen mij 'Riekster, er zit ook een eetkamer, woonkamer en slaapkamer in je hart'.
Misschien kon je daar nog wat spullen kwijt...?

Maz zei

Heus wel! Vooral die ficus paste er nog makkelijk in. O ye of little faith!

pepperfly zei

Wie goed kan opbergen, heeft een grote(re) verhuiswagen nodig. (Of moet twee keer rijden.)