29 september 2009

Inwendig dan ben je dat wel

Impa hoorde een man op de radio. Zijn stem kraste van ouderdom. 'Eenzaam, eenzaam... Dat is een heel moeilijk woord voor mij, dat zal ik nooit gebruiken. Het wil nait zo, zeg ik wel eens. Als Groninger doe je dat niet, wil je dat niet. Maar inwendig, dan doe je dat wel. Dan ben je dat wel. Alleen zeg je dat niet tegen een ander.' Hij zweeg even. 'En doar blief ik bie.'

Vroeger was Impa's huis een drugspand. Buurman P. vertelde dat er de hele nacht mensen aan de deur kwamen en dat er zwervers in het tuinhuis sliepen. Uiteindelijk is het huis door de politie ontruimd en is de drugdealer eruit gezet. Al zijn bezittingen kwamen in de tuin te liggen. Er zaten zelfgeschreven gedichten tussen. 'Daarna is één van de zussen er komen wonen', zei Buurman P. 'Eén van de zussen?' vroeg ik. We stonden in de tuin van Buurman P. en keken naar zijn kippetjes. 'Ja,' zei Buurman P, 'de andere zus kwam aan de andere kant naast me wonen. Ze riepen de hele dag over de schutting tegen elkaar dat de koffie klaar was.' Buurman P. had de eigenaar van het drugspand nooit gesproken toen die er nog woonde, tot hij op een nacht zat te kaarten met een vriend en om middernacht de deurbel hoorde. Het was de buurman van het drugspand. Hij zei: 'Vandaag is mijn 50e verjaardag. Willen jullie een biertje met mij drinken?'

Er zitten nu geen zwervers meer in het tuinhuis. Wel heel veel spinnen, maar of die er ook slapen... Ik zou zelf geen oog dicht doen met al die pootjes.

20 september 2009

19 september 2009

De spullen en de bus

(vervolg van Impa en de spullen
Op de dag van de verhuizing was er niets minder dan een wonder nodig, en wonder stond op in de vorm van vriendin M. Zij baande zich een weg door de dozen en meubels op het trottoir en stapte langs de verzamelde verhuistroopers die met bezweet voorhoofd vragend van de bus naar de spullen keken en van de spullen naar Impa. Ze stapte achterin de gele bus en sprak de verlossende woorden: 'Laat mij maar. Ik ben hier goed in.' Ze liet haar ogen over de meubels en dozen glijden, stroopte haar mouwen op, wees op de boekenkasten en zei: 'Die eerst.' De verhuisvrienden kwamen in beweging. Hoop glinsterde in hun ogen. De kasten werden in de bus getild. Als een veldheer stond vriendin M. in de bus, het oog op het slagveld. De verhuistroepen sjouwden en tilden op aanwijzing van M. Ze liet meubels omdraaien en doorschuiven tot het paste en vond voor elk gaatje en elke kier een doos of een plank die erin paste. Geen centimeter liet ze onbenut. En zo werd het leger van Impa's spullen onder aanvoering van vriendin M. een kopje kleiner gemaakt en vielen uiteindelijk de grote gele busdeuren dicht.

Ik nam afscheid van de vrienden en vriendinnen bij het oude huis in de oude stad. Ik startte de grote gele bus. De dieselmotor ronkte en ik draaide het raampje open. Vriend A. stak zijn hoofd naar binnen en zei: 'Het kwartje valt nu pas. Nog even en je woont niet meer in Utrecht.' Ik knikte en slikte. Mijn lief zat naast me en zette een cd op. Ik begon te rijden. De vrienden en vriendinnen van de verhuisploeg liepen mee met de rijdende bus. Ze zwaaiden. Ik weet het niet helemaal zeker, maar ik zou zweren dat ze in slow motion liepen.

Ik reed de straat uit.

Ik draaide de hoek om.

Ik ging.

16 september 2009

Impa en de spullen

De kasten gingen open en er rolden legers spullen uit. Ze trokken over de vloer, tussen mijn benen door en om mijn voeten heen en stelden zich op in rijen van honderd. Wie ze zo zag staan, wijdbeens, onwrikbaar, zou nooit geloven dat ze echt uit de kasten en laatjes van het kleine flatje waren gekomen. Dat de kastjes ooit dicht hadden gekund, de klinken naar beneden, de sloten om. Ze zagen er vastberaden uit: die zou ik nooit weer achter de deurtjes krijgen, zoveel was zeker.

Wie goed kan opbergen, kan klein wonen. Geen centimeter van de planken en en lades in mijn eenkamerflat was onbenut gebleven en van de berging had ik gebruik gemaakt met manshoge stapels precair balancerende voorwerpen met afwijkende vorm waar ik elke dag mijn fiets tussenuit trok zonder dat ze omvielen.

Voordat de spullen in troepen de kast uit was gekomen, had ik ze al aan een selectie onderworpen die aan de ergste overtolligheid een einde had moeten maken. Ieder voorwerp werd onderworpen aan De Drie Vragen 'Gebruik ik het?', 'Vind ik het mooi?' en 'Is het me dierbaar?' en alles wat niet aan een van de drie criteria voldeed, verdween zonder pardon naar vrienden, de inbrengwinkel of de stort. Dat laatste in een gezamenlijke inspanning met vriendin M. die me hielp de kleine rode bolide zo vol mogelijk te laden zonder dat hij door z'n zwarte bandjes zakte.

En de rest?

De rest van de spullen mocht mee en werd door de verhuisploeg van vrienden en vriendinnen op de dag van de verhuizing in het benedenportiek van de flat gezet, in een lange rij langs de wanden en door de deur naar buiten. Daar stond de grote gele verhuisbus. We keken naar de dingen, we keken naar de bus. We keken nogmaals naar de dingen. De een trok een wenkbrauw op. Een ander schudde -bijna onmerkbaar- zijn hoofd. Een derde ging er eerst eens even voor zitten met een kop koffie en een sigaret en verderop trok iemand aan zijn snor en spuugde op de grond. Langzaam bekroop ons allen het gevoel dat er wel eens iets niet zou kunnen kloppen met de verhouding tussen de afmetingen van de bus en die van de spullen. Oftewel: -niemand durfde het hardop te zeggen maar laten we wel wezen- dat de spullen het wel eens niet in de bus zouden kunnen passen...

[...]

10 september 2009

Impa en Blog-Art

Impa werd gevraagd om met de korte filmpjes op Impalinea bij te dragen aan Blog-Art. Blog-Art is een een on-line podium voor en door creatieve webloggers dat op 9 oktober 2009 z'n eerste off-line evenement beleeft: een festival in Theater aan het Spui in Den Haag. Het wordt een dag waarop creatieve bloggers hun werk laten zien en horen, elkaar en andere geïnteresseerden ontmoeten en live met elkaar samenwerken. Het gaat er over blogs als podium voor kunst en de rol van de nieuwe media; er zijn presentaties, lezingen en forumdiscussies en er is van alles te zien: video-art, fotografie, muziek, cabaret en poëzie.

Benieuwd? Check dan het programma op de site van Blog-Art. Kaartjes kun je bestellen bij Theater aan het Spui. Organisatie: Karin Ramaker en Marco Raaphorst. 

09 september 2009

Impa en de politie

Ik liep langs de A27 op de vluchtstrook toen de politie me staande hield. Op de achterbank werden wat zwarte koffertjes en kogelwerende vesten verschoven zodat ik kon gaan zitten. Op het schermpje voorin de auto zag ik mijn naam staan, en mijn adres en geboortedatum. Heel even vroeg ik me af of ik gezocht werd maar besloot toen dat ik in dat geval zelf zou weten waarvoor. 

'Uw auto staat verderop in de berm' zei de ene agent. Hij hield z'n strakke zonnebril nog even op, ook al scheen de zon niet. Ah, dacht ik. Natuurlijk. Kenteken gecheckt. Ergens eigenlijk wel jammer. Nu hoefde ik me dus al niet meer af te vragen of er zo'n boevenfoto van me zou worden gemaakt met een bordje met cijfertjes onder mijn kin en strepen op de achtergrond waarbij ik met een woeste blik recht de camera in zou kijken omdat ze mij niet klein zouden krijgen. 
'Klopt,' zei ik. 'Ik heb een lekke band.'
'En waarom loopt u hier dan in de berm?' zei de andere agent. 
'Mijn telefoon was leeg. Ik ben naar een benzineststation gelopen om de ANWB te bellen.' 

De agent met de zonnebril vroeg: 'Kunt u zelf geen band verwisselen?' In mij vonkte verontwaardiging, want ik ben een jonge vrouw met een goed verstand en een gezond lichaam. Natuurlijk kan ik een band verwisselen. Maar toen realiseerde ik me dat hij er ook niks aan kon doen dat hij dat niet op het eerste gezicht meteen goed had ingeschat, dat van dat goede verstand en dat gezonde lichaam. Goddelijk, okee. Maar gezond, dat kun je nooit weten.
'Ik betaal de ANWB al tien jaar lang met veel plezier zo'n 80 euro per jaar en voor die 800 euro in totaal mogen ze nu best mijn band komen plakken. En bovendien is het een beetje gevaarlijk daar, agent. Met dat langsrazende verkeer en die toeterende auto's. Want als die toeterende auto's al afgeleid raken als ik daar alleen maar loop, wil ik ze niet van koers zien raken als ik daar ook nog een beetje op mijn hoge hakken een band ga staan verwisselen.'
Toen zette de agent zijn zonnebril af. Misschien hield hij wel van hoge hakken. Of vond hij dat ik hele verstandige dingen zei. 

Ze reden me naar mijn auto. Met een hele grote omweg, want je mag niet achteruit over de snelweg. Onderweg hadden we een gesprek over 'Waakzaam en Dienstbaar', het nieuwe motto van de Nederlandse politie, naar het Amerikaanse voorbeeld van 'to Protect and Serve'. Want ook de politie moet een beetje mediageniek bekken en zonder motto ben je nergens.
'U bent de eerste die erover begint', zei de agent zonder zonnebril. Hij keek me aan in zijn achteruitkijkspiegel. 
Ik zei: 'Maar ik vind u dan ook ontzettend dienstbaar, dat u mij naar m'n auto brengt', en lachte mijn allerliefste lach. De agent rommelde wat in het handschoenenvakje en haalde er een zonnebril uit. 

Bij mijn rode auto stond een grote, gele takelwagen. Er stapte een wegenwachter uit die het wel 'aandurfde' om de band ter plaatse te verwisselen. Er hoefde niet getakeld en gesleept te worden. Hij vroeg waar de reserveband lag. De agenten en de wegenwachter keken me vragend aan. Ik keek naar mijn kleine, rode bolide. Die zat tot aan de nok toe vol met spullen.
'Onder de vloerbedekking in de kofferbak', zei ik. De agenten deden een stap in de richting van de auto.
De agent van de zonnebril vroeg: 'Bedoelt u onder die krukjes, emmers, schoonmaakspullen, bezems, verfspullen, gereedschapskist, tas met kleren, twee laptops en al dat tuimeubilair?'
Ik knikte. Ik vond dat hij hele verstandige dingen zei.

De agenten keken elkaar aan, staken hun zonnebril in hun borstzakje en stroopten hun mouwen op. Eén voor één kwamen al mijn spulletjes langs de A27 in de berm te staan. Emmer. Weekendtas. Tafel. Stoeltje. Nog een stoeltje. En nog een. Laptops. Schoonmaakspullen. Bezem. Gereedschapskist. Verfspullen. Toen de auto leeg was, ging één van beiden op de vluchtstrook op een rood krukje zitten. De ander ging op gepaste afstand met zijn zonnebril staan spelen. De wegenwachter verwisselde mijn band. (Hij had een magische opblaaskrik.) Toen hij klaar was, stond de ene agent op en borg de andere zijn zonnebril weer op. Stuk voor stuk legden ze al mijn spullen terug in de auto. Ik begon het zo gezellig te vinden dat ik het bijna jammer vond dat ze weer weg moesten. Gelukkig wist de agent van het rode krukje de verhoudingen op tijd te herstellen door me erop te wijzen dat ik vrij zicht door de achterruit diende te hebben als ik geen rechterbuitenspiegel had. En dat ik dus eigenlijk strafbaar was. 'En nog waakzaam ook', glimlachte ik naar hem. 

De wegenwachter stapte in zijn takelwagen. Hij zou nog voor me uit rijden naar de dichtstbijzijnde garage. Daar zou ik een nieuwe band laten plaatsen en de bijeenkomst afbellen waar ik die avond naar op weg was en waar ik nooit meer op tijd kon zijn. 

De agenten stapten in hun auto. 
'Bedankt, mannen.'
Ze staken hun hand op, lachten naar me en reden weg. 

Bij mijn moeder, waar ik zou overnachten, die laatste nacht voor ik de sleutel kreeg van mijn nieuwe huis, was er spaghetti en bier. 

En zo begon mijn verhuizing naar Groningen.