30 juli 2009

Impa had een fijne woensdag

Als ze me later vragen: 'Oma, weet u nog wanneer u besloot dat u ooit met opa wilde trouwen?' dan zal ik knikken en zeggen: 'Toen hij in z'n blote bast aan het gasfornuis stond en zei: 'Ik kan ook nog wel even een chocoladepannenkoek bakken.'

24 juli 2009

Van een zoon en zijn vader

Days with my Father. Ontroerend prachtig, van Philip Toledano.

Er is meer magie van Toledano. (Aangetroffen bij Maz)

14 juli 2009

Impa en de proporties

Middenin mijn storm van veel werk, onregelmatige tijden, een onverwachte verliefdheid  die me met al z'n zachtheid verlokt en verleidt, huizenjacht, toelatingsexamen, stukken verzamelen, handtekeningen zetten, telefoontjes plegen, vele kilometers op de snelweg, het langzaam dagende besef dat vertrekken niet alleen ergens naartoe gaat maar ook ergens vandaan, slaaptekort en vele kleine rondedansjes van geluk, werd ik ineens om mijn oren geslagen met de onverzettelijkheid van het grotere perspectief. Dat stapte bij me binnen met een bolle buik en grote borsten en haar glimlach kwam niet van haar gezicht maar uit elke vezel van haar zwangere lijf. Ineens begreep ik het, voor het eerst zag ik het zelf, van dat stralen dat zwangere vrouwen schijnen te doen. Dat dat van binnenuit komt en ze een schoonheid verschaft die nooit cosmetisch kan zijn maar een soort goddelijk geheim is. Vriendin H. was altijd al van licht, maar leek er nu ook op te lopen. Vriendin K. heeft net haar dochter gebaard, Vriendin M. draagt een gezonde zoon en Vriendin C. kreeg te horen dat ze geen kinderen kan krijgen. Het zet ieder afzonderlijk leven hartstochtelijk of juist hartverscheurend op zijn kop en is toch in het grote perspectief der dingen de normaalste zaak ter wereld. Minnen, baren, sterven.
Liefhebben, voeden, loslaten.

Borsten, buik, strakgespannen huid. 

Ze zat naast me met de zwaarheid en de rust van een zwangere vrouw en liet me zitten met mijn hand op haar buik. Met al mijn energie zo dicht bij dat nieuwe wezen. Ik probeerde nog om iets zachts in mijn hand te leggen, om het schoon te houden, maar iemand was me voor. Er bewoog iets in die buik en in een snelle verschuiving van de werkelijkheid balde de hele wereld en alles daaromheen zich heel even samen onder mijn hand. En dijde weer uit, eerst tot z'n oude proporties en daarna ver ervoorbij. 

De oudste waarheid schuilt in de buik van een zwangere vrouw. 

06 juli 2009

Impa droomt

'Weet je wat ik heb gedroomd?' roep ik om vijf uur ’s ochtends. Alsof hij er al uren op ligt te wachten. Tussen het moment dat ik rechtop ga zitten tussen de witte lakens en het moment dat ik slaapdronken de gang op stommel om naar het toilet te gaan, over hem heen en drie stappen naar de deur, stort ik een vloed van dromen over hem uit waarbij het ene verhaal naadloos overgaat in het andere. Met een beetje geweld, een beetje verwarring, een paar vreemde mensen, gesprongen waterleidingen en tomatensoep. En kwam er nou een konijn in voor? Hij vertrekt geen spier. ‘Goed verhaal’, mompelt hij.

Als ik allang weer slaap (en nog meer chaos galloppeer, altijd maar verder, altijd maar door), ligt hij nog uren wakker. 
Veel te druk in zijn bed.

Ik weet het. 

Het spijt me.

Hou me maar vast. Wie weet, tenslotte.

05 juli 2009

De knapzak van Impa

Verhuizen naar ver weg voelt heel filmisch. Ik zie mezelf in een klein, oud huisje een bundel spullen op een grote doek leggen. Ik kijk om me heen. Ik laat mijn ogen glijden over alles wat achterblijft. Ik neem alleen mee wat nu bij me hoort. Ik knik, bind de vier punten van de doek samen met een stevige knoop en hang het bundeltje aan een lange stok. De stok leg ik over mijn linkerschouder. Mijn hand sluit er stevig omheen. Ik loop naar de deur van het kleine huisje en blijf op de drempel staan. Ik kijk even achterom, glimlach en steek mijn hand op. ’Dag huis, dag tuin, dag opbergschuur’, denk ik onwillekeurig. (Impa groet ‘s middags de dingen.) Dan trek ik het deurtje van het huisje achter me dicht, recht mijn rug, glimlach en stap het pad op. Het pad loopt weg van de kijker, naar voren en naar rechts. Aan weerszijden groeit wuivend gras. De horizon ligt ver weg, het tegenlicht is sterk. Ik loop. Al snel zie ik mezelf kleiner worden in de verte.

Opeens vraag ik me af waarom ik in dit storyboard het perspectief van de achterblijver heb. Het antwoord is precies de reden dat ik vertrek met een knapzak en niet met grote koffers vol met alles wat ik bezit. Luxe koffers op wielen met cijfersloten en een zachte binnenvoering vol vakjes waarin alles overzichtelijk en veilig is opgeborgen. Met etiketten erop waar al mijn gegevens op staan en de precieze geplande aankomst- en vertrektijden van het transport. Koffers die worden vervoerd door een bedrijf dat daarin is gespecialiseerd en dat kan garanderen dat alles volgens schema zal verlopen.

Ik heb het perspectief van de achterblijver omdat ik nu nog niet kan zien wat er achter de horizon is. De stappen over die drempel en op dat pad zet ik de komende maanden. De aanloop is natuurlijk al genomen, het afscheid begonnen, de voorpret bruist al van binnen. Maar het uitzicht vanaf het pad zie ik pas bij het bewandelen ervan. Als zich met iedere stap het volgende stukje perspectief ontvouwt. Als ik de knapzak op mijn schouder voel rusten. Het gras aan weerszijden van het pad langs mijn benen voel strijken. Het huisje achter me steeds kleiner zie worden in de verte.

01 juli 2009

Impa en de Waal

De Waal stroomt naar de Noordzee, naar links, zeg maar, en ik stroom naar het Noorden, dus eigenlijk meer richting Waddenzee. Maar toch. Dat stromen van de Waal zet een deurtje open in mijn hart. Het is ook zoveel water tegelijkertijd. En op de Nijmeegse kade, als ik er met mijn voeten ver boven bungel, twee grote bruggen aan weerszijden en het water ver onder me, dan stroom ik toch even mee. Heel stil en heel gestaag maar onstuitbaar. En dan wil ik ineens verder, groter, meer, rennen, dansen, wijn, verstoppertje spelen en een grote, gele, echte graafmachine op mijn verjaardag.

Ik stond aan het strand van de Waal, aan de overkant van de rivier, met mijn voeten in het water. Overal lagen stenen die ik wilde oppakken en overal kabbelde dat water maar, rondom, in mijn hoofd, op mijn voeten, langs al mijn zintuigen, door en door en door. Koele steentjes, koud water.

Ik trok mijn kleren uit, zat in mijn ondergoed in het koude water in de warme zonsondergang en dacht: Als ik nu goed voel en niet meer nadenk, als ik dit moment z'n eigen gang laat gaan, dan blijf ik hier voorgoed zitten. Dan word ik een steen of een golf en hoef ik alleen nog maar te glanzen en te kabbelen.

Mijn lief stond op, kwam naar me toe lopen met zijn voeten in het water en kuste me in mijn nek. De Waal lachte zijn allerbreedste glimlach.

Luister.