29 juni 2009

Impa in de regen

De druppels waren zo groot dat ik ze allemaal afzonderlijk uit de lucht kon zien vallen. Als ze de diepe plassen op straat raakten, vormden ze grote, ronde bellen die uiteenspatten voor je er goed naar kon kijken. De bellen waren overal waar je maar keek. Het waren net springende, bolle kikkertjes in het water.

Rennen van de auto naar de voordeur lukte niet. Iemand sprong lachend voor me en kuste me tot mijn haar langs mijn gezicht droop en mijn kleren drijfnat waren.

PS: Niet de man met de pantalon die in het vorige logje voor me kwam staan.

27 juni 2009

Impa en de mannen

Zijn pantalon kwam tot ruim over zijn middel. Zijn geruite overhemd was erbij ingestopt en zijn grijze haar was keurig geknipt. Hij was oud en hij groette me. Ik lachte naar hem en groette terug. Hij stond stil. Ik deed nog een stap. Hij zette een stap opzij zodat hij half voor me stond. Ik stond stil. Ach, van alle dingen in de wereld die mensen van je moeten, is een praatje toch wel het minste. 'Hoe gaat het met u?', vroeg hij. In zijn mondhoeken zag ik nog net twee oude tanden. De rest was hij kwijt. 'Prima', zei ik. 'En met u? Gaat u boodschappen doen?' 'Nee, ik ga een doos halen. Mijn pendule is kapot. Weet u wat dat is, een pendule?' 'Een klok', knikte ik. 'Dat wordt vast heel duur, om die te laten maken', zei hij. Zijn stem klonk duidelijk maar heel zachtaardig en hij keek me doordringend aan. 'Heeft u al een vriend? Of bent u getrouwd?' vroeg hij. 'Ik heb een vriend', zei ik. Hij keek heel serieus. 'Want ik zoek namelijk nog een vriendin. ' Ik dacht even na hoe ik dit nou het beste kon brengen. 'Maar u heeft niet echt dezelfde leeftijd als ik', zei ik voorzichtig. Hij keek me een tijdje aan alsof hij zocht naar wat ik bedoelde. Toen ontspande zijn gezicht. 'Dat zeggen ze nou altijd', zei hij. Hij lachte. Ik begon weg te lopen. 'Ik ga m'n boodschappen naar huis brengen, meneer. Veel succes met uw pendule.' Hij draaide met me mee en deed nog een stap achter me aan. Toen stak hij z'n hand op, draaide zich om en sjokte richting de supermarkt.

Dus toen had ik het ineens gezegd. Dat van die vriend. Zomaar op vrijdagmiddag bij de Albert Heijn. Want tenslotte immers: steeds afspraakjes maken met iemand die je zo leuk vindt dat je eigenlijk een klein dansje wilt doen als je aan hem denkt, hoe lang blijf je dat 'daten' noemen?

26 juni 2009

Impa door de bocht

De wegafzetmannetjes hadden vanochtend de weg afgezet. Dat kan natuurlijk wel kloppen, want dat is hun werk. Maar toch komt het anders op me over als het om een weg gaat waar ik graag op had willen rijden. Omdat hij naar mijn werk leidt, bijvoorbeeld. Het werk dat deze fraaie ochtend alleen op mij persoonlijk ligt te wachten. Maar ja, probeer dat op de snelweg maar eens uit te leggen aan de wegzafzetmannetjes. Raam open, wapperend haar, breed zwaaien, nauwelijks verstaanbaar met 100 km per uur omdat je al ver vóór de wegafzetmannetjes een afslag moet nemen die je helemaal niet wilt nemen en zij in grote schijnwerpers onverstoorbaar aan het werk zijn met hele grote, gele wegafzetmannetjemachines.

Doorrijden dan maar, en hopen dat het goed komt.
En dat kwam het ook. Niet meteen, maar wel veel later.

Alles komt immers altijd weer goed.

18 juni 2009

Het is mij werkelijk een raadsel...

dat kassajuffrouw Enigma zelf niet weet wat haar naam betekent. 

14 juni 2009

...en op tafel staat een konijn

De mannen in mijn leven cirkelen om me heen. Ze zijn er altijd maar verdwijnen af en toe in mijn ooghoeken. Sommige kan ik aanraken, andere zijn alleen om naar te kijken. Ik hou van hen allemaal. De man van de konijnen is op reis. De man van de zwaluwen belde dat hij later op op reis zou gaan en dan bij me langs zou komen. Op het werk zaten we op de binnenplaats aan een picknicktafel. Hoog boven de steile muren dreef een enkel wolkje in de blauwe lucht. Iemand riep dat het de vorm had van een enorm hangoorkonijn. Een paar uur later kwam iemand naar me toe met een plastic konijn voor m'n verjaardag. Diezelfde nacht droomde ik van de man die altijd naar de wezens in de wolken kijkt. Hij kwam, omhelsde me en verdween weer. Toen ik wakker werd, belde hij me op. Hij ging op reis en zou bij me langskomen. Op dezelfde dag als de zwaluwenman. De man van de konijnen belde op en zong een lied voor m'n verjaardag. 

Het plastic konijn staat lachend op tafel.

Alles is één. Ik word er duizelig van. 

Impa zwenkt haar ogen

Ik lees een oud blog. Het gaat over pijn. Als ik mijn vingers beweeg om te scrollen naar het eind van over hoe het regent, klinkt er een harde tik in de keuken en maakt mijn blik ineens een klein zwenkje. Een reality-ripple. Een soort duizelig zijn maar dan plaatselijk, alleen in de ogen, een miniem stukje achtbaansimulatie achter mijn voorhoofd.

Buiten regent het en op mijn tafel staat - ongelogen- een konijn. Die is de vorige dag aan komen hoppen op het werk. Hij had gehoord dat ik jarig was.

Onmiddelijk komt er een bericht binnen van iemand die weet waar bij mij de knoppen van het licht zitten. De regen tikt verder, de keuken niet, de zwaarte vervliegt. 

Impa legt zichzelf het zwijgen op

Wie niet stemt, moet ook niet klagen over politiek. Ik vind het een mooi systeem, die democratie. Dat we met z'n allen doen van meeste stemmen gelden. Mensen die roepen dat het geen zin heeft om te stemmen, hoeven heus niet mee te doen. Maar zeur dan ook niet dat de rest het niet goed doet. Sterker nog: aan een systeem waar je vruchten van plukt als vrede en veiligheid (betrekkelijke begrippen, ik weet het, maar in ons land toch niet het allerbelabberdst) en waar je recht hebt op een naar omstandigheden zo goed mogelijk geregeld stelsel van - bijvoorbeeld - zorg en onderwijs, mogen ook best een paar plichten kleven. Belasting betalen bijvoorbeeld, zodat we met z'n allen zorgen dat er een potje is waar voor ons allemaal die vrede en veiligheid, die zorg en dat onderwijs uit betaald kunnen worden. En je stem uitbrengen: ook zo eentje. Omdat we met z'n allen afspreken dat we het met z'n allen samen willen bepalen. Je hóeft niet mee te doen, maar zanik er dan ook niet over. Blijf vooral constructief meedenken, maar roep niet alleen dat anderen het niet goed doen als je zelf niet meedoet. 

Waar ik naartoe wil: ik heb geen recht van spreken meer. Ik heb vorige week voor het eerst sinds ik de stemgerechtigde leeftijd heb bereikt, niet gestemd. En het was gewoon helemaal m'n eigen stomme schuld. Ik ben het vergeten *duikt een beetje in elkaar*. Ik moest ergens naartoe wat ik zó spannend vond dat zelfs het stemmen er - voor het eerst van m'n leven - per ongeluk door uit m'n hoofd is gekukeld. Uitgerekend bij deze Europese verkiezingen waarvan de uitslag zo bedroevend was. Want ik heb wellicht in Europa maar een klein stemmetje, het is er wel mooi één. En ik had hem zo gaag willen laten horen.

Diep, schaam ik me.

Diep. 

09 juni 2009

Wulk

Iemand hield een schelp omhoog en zei: "Dit ben jij. Kijk maar."
Ik keek.
"Hij is mooi. Zie je wel? In het licht zie je hem glanzen. Maar hij is niet helemaal glad. Er zitten ook een paar randjes aan."
Hij keek bedachtzaam.
"Ik heb nagedacht op reis", zei hij. "Ik heb hem voor je meegenomen van het strand."
Hij legde de schelp in mijn hand.

Ik sloot mijn vingers eromheen.
Dat ben ik dan.
En dat mag.

Wat prachtig is dat.

05 juni 2009

Hij hoopt dat ze hem


(klik op de foto voor een grotere weergave)

02 juni 2009

'Wat is dat toch met jou en Vlieland?'

Eén moment dan. Want telkens als ik probeer om het helemaal uit te leggen, dan kom ik er niet uit. Dan hou ik een heel verhaal dat steeds langer wordt omdat ik zeker wil weten dat je het snapt, een verhaal over de wind voornamelijk, de geuren en het licht, het drinken in de kroegen en het slapen met het geluid van de zee. Iets over zand tussen je tenen en zout op je huid. De eenvoud van de dagen. Leven naar behoefte. Zintuigen. Over het Wad dat de lucht weerkaatst en dat ik zeker weet dat ik in oktober de duistere mist naar me heb zien glimlachen. Wandelen met een hond en rijden over de zandvlakte in het westen. Alleen zijn tot er van binnen een warm licht gloeit, te pakken krijgen waar ik in de echte wereld niet bij kan door de ruis van het dagelijkse leven en de loop der dingen. Een verhaal waar fietspaden en dorpsstraatjes in voorkomen, lang strand, ijsjes, mooie gesprekken, zonderlinge mensen en prachtige mannen.

Maar dat zou een lang verhaal zijn. En heel onsamenhangend. Mijn armgebaren zouden steeds breder worden, mijn ogen zouden glinsteren, ik zou roepen: Snap je het nou! Voel je het dan niet!

Beter één moment. Gisterochtend.
Ik stap met mijn warme lijf de tent uit en ik hou mijn slaapzak aan. In de duinen vlakbij het strand ruisen altijd de wind, het helmgras en de zee. Die gelaagdheid doet dat ruisen stromen; kabbelen met een soort precisie. En als je dat hoort, komen er ook dimensies in de andere geluiden. Koekoek rechts in de bosrand. Meeuw boven. Fazant links in het duin. Kauwtje voor me, op het stuur van de fiets.

Bij de tent waar ik slaap staat een stoeltje ingegraven in het zand, stormbestendig. Het is vroeg. Bijna alle tenten zijn nog dicht. De zon staat nog laag (de wijnglaasjes van de vorige avond werpen lange schaduwen) maar de belofte van het blauw zit al hemelsbreed in de lucht.

Op het eiland maakt het zoute vocht in de lucht altijd slierten touw van mijn haar. Het maakt niet uit. De mensen hier hebben me nog nooit gezien met hoge hakken en make-up. Nooit op het werk, in de trein, op de snelweg, in de wereld van mooier maken en hoger houden. Ze zijn van me gaan houden om mijn lach en blik en om onze gesprekken. Hier worden de dagen gereduceerd tot eenvoud en ik door de ogen van anderen tot mezelf.

In de verte staat een vrouw bij een tent. Ze zwaait naar me en houdt een kopje koffie omhoog. Het is m'n moeder. Ik gebaar dat ik nog even blijf zitten, hier in die slaapzak op het stoeltje. Nergens zwijgt het zo lekker als op Vlieland.

Naast mij kruipt een slakje dieper het helmgras in. Het vocht verdwijnt uit de lucht met het klimmen van de zon.

Ik doe m'n ogen dicht. Maandag. Chocoladebroodje, mountainbike, liggen in het gras.