31 december 2009

Impa was blij met 2009

Vorig jaar rond deze tijd liet ik een jaar los dat ik heel graag wilde afsluiten. Ik stond aan een oever, liet het oude jaar neer in de stroom en gaf het een resoluut duwtje. Opgelucht zag ik het in de verte verdwijnen. Het had z'n tijd gediend maar ik zou het niet missen. Ik liet het los.

Dit jaar sta ik zelf in het water. Het hart beeft nog af en toe, maar ik heb nu wortels en wijd gespreide armen. Ik verheug me op het komende stromen.

2009 was het jaar waarin ik alles veranderde. Waarin ik na een paar voorzichtige jaren van de balans opmaken, de dingen herzien en herijken, alles vlot trok dat nog vastzat. Waarin ik koos voor een nieuwe stad en een nieuwe opleiding. Voor andere opdrachtgevers. Voor een schonere lucht en een open landschap. Ik kocht mijn eigen huis om thuis te kunnen komen in de wereld en in mezelf.

2009 was het jaar waarin ik steeds beter leerde luisteren en steeds meer durfde horen. Waarin de stem van binnen helderder ging klinken, waarin het herinneren eindelijk kon beginnen. Waarin ik me ging verheugen op de kracht van mijn eigen intuïtie en het stromen van mijn energie.

Ik kreeg een groot geschenk.
Ik maakte een bijzondere reis.
Ik verwelkomde een zuivere liefde.
Ik ontmoette prachtige mensen.
Ik herkende en koesterde de mensen die me ontroeren, inspireren, laten lachen, hopen, dromen, huppelen, dansen.

Ik legde met hele kleine stapjes het begin van vele paden waar ik op wil dwalen. Waarheen dan ook.

Ik heb vertrouwen.

Ik verheug me iedere dag.

Impa wenst iedereen een wonderschoon 2010!

21 december 2009

Impa is in haar allergrootste, dikste en mooiste nopjes


Ik heb van mijn lief begrepen dat de onderhandelingen over samenwonen hierdoor voorlopig wel van tafel gaan, maar ach. Ik zit in deze donkere dagen onder mijn nieuwe omalamp uit de kringloopwinkel. Als je hem aanzet, verschijnen er kanten bloemen op de kap en er hangen kwastjes aan. Ik bedoel maar.

(En als je heeeel lief naar me glimlacht, prachtig lief van mij, dan mag jij er ook lekker onder komen zitten lezen. Come on, I know you want to.) 

Impa helpt de auto's de winter door

'Er moet iemand op de motorkap', zei een man. 'Hij heeft voorwielaandrijving en hij krijgt aan de voorkant geen grip op de sneeuw.' En dus belandde ik op de motorkap van een wildvreemde, nooit te beroerd om anderen aan te moedigen: 'Duwen, mannen. Kom op.'

19 december 2009

Hoe Impa voor het eerst hoorde van oprolsneeuw


Impa wilde niet achterblijven bij de rest van Nederland en ook iets zeggen over de sneeuw. U het uitzicht bij de voordeur laten zien en het uitzicht op de tuin.

Maar toen las ik op Folkerts onvolprezen blog over Vlieland iets dat mijn aandacht trok. Het stond er eigenlijk heel achteloos, aan het eind van een alinea over telefoonbereik op zandvlakte de Vliehors. Er stond: 'Op het strand was trouwens een bijzonder fenomeen te zien, oprolsneeuw.' Er stond een plaatje bij. Klik. Klik hier om dat plaatje te zien.

Oprolsneeuw.

Heel zacht en geruisloos ging er een nieuwe, witte wereld voor mij open.

Oprolsneeuw.

14 december 2009

13 december 2009

Impa en Eurosonic


Hoera! De kaartjes zijn weer binnen. Ze waren dit jaar in drie uur uitverkocht, dus het was maar goed dat ik in de aanslag zat voor internet. Vorig jaar moest ik het festival missen, dus ik was vastberaden. Aan mij zou het niet liggen.

Eurosonic heeft de magie van ieder groot festival maar dan met de sparkle van de winter. Want in plaats van dwalen van tent naar tent op een festivalterrein dwaal je van zaal naar zaal in de oude Groningse binnenstad. Van de vele dampende achterzaaltjes in kroegen via de grotere podia als het Grand Theatre en poppodium Vera tot aan de grote zaal van de Stadsschouwburg. Allemaal op loop-en fietsafstand van elkaar.

Twee nachten lang smullen van ruim 200 Europese bands. Nieuwe bands die in het land van herkomst vaak als aanstormend talent worden gezien. Tenslotte hebben Editors, Franz Ferdinand en Kaizers Orchestra de podia van Eurosonic ook gesierd voor hun roem aanbrak. Dit jaar ligt de landenfocus op Noorwegen. Dat is veelbelovend, want Noorwegen is al van oudsher de bakermat van veel prachtigs op muziekgebied. (Mijn favorieten: The White Birch, Ane Brun en Röyksopp.) Dat belooft dus wat.

En voor wie na twee nachten zwerven door de volle zalen van Groningen nog niet moe is van het muziekgeweld, wordt het festival de derde nacht afgesloten met Noorderslag, een festival voor Nederlandse bands in de zalen en op de vele kleine podia van cultuurcentrum De Oosterpoort. Waar je de sparkle van de koude winterlucht weliswaar niet voelt, maar waar het wel lekker dwalen is door de magie van een muziekfestival.

Wat zegt u?

Dat geluid?

Oh, sorry, dat ben ik. Ik sta te trappelen.


(Eurosonic Noorderslag: 14 t/m 16 januari 2010, Groningen. De kaartjes zijn uitverkocht, maar geniet bijvoorbeeld mee op de website van 3voor12)

06 december 2009

Impa en de woestijn (slot)

Waarin Impa in de ban raakt van een Bedoeïenenman en ontdekt dat er niets gaat boven het toetje van thuis

Of ik niet verliefd zou worden op een Bedoeïenenman, vroeg mijn lief. Het leek mij een aan onmogelijkheid grenzende onwaarschijnlijkheid. Een Bedoeïen moest wel een heel speciale trukendoos hebben om aan mijn lief te kunnen tippen. Ik kuste hem en vloog naar de Sahara. 

Het was geen toeristentrip, maar een bezinningstocht. Er werd gemediteerd, gelopen in stilte, geslapen onder de sterrenhemel en bezonnen aan de hand van thema's die soms inzichten opleverden en vaak iets losmaakten. En omdat je toch niet echt lekker tot bezinning komt als je steeds de neiging hebt om het thuisfront te sms-en dat je zo waanzinnig aan het bezinnen bent, stond de mobiel de hele week uit.

Terwijl wij bezonnen, werden we verzorgd door een groep mannen uit de woestijndorpen. Ze boden ons op het heetst van de dag beschutting in een onderkomen van kleurige doeken die ze tussen de jeeps spanden en kookten iedere dag heerlijk eten. 's Avonds maakten ze muziek en als wij 's ochtends uit onze slaapzak kropen om bij zonsopgang te mediteren, waren zij al bezig met de pannekoeken voor het ontbijt.

Alleen de kamelenjongen liep zelf met ons mee. Hij was onze gids in de onafzienbare woestijn. Hij liep die week dezelfde 100 kilometer als wij. Hij gaf ons fruit en water en hielp ons op een kameel als we moe waren of pijn hadden. Elke middag viste hij een mobieltje uit zijn zak en belde even met zijn vrouw en kinderen. Iedere avond verzorgde hij zwijgend de dieren en sloot zich dan aan bij de mannen met de jeeps. Hij heette Menhem.

's avonds bij het vuur leerde Menhem me Bedoeïenenliedjes die ik maar niet onder de knie kreeg. Op één of andere manier huppelden de melodieën steeds weg, net als de hypnotiserende ritmes van hun muziek. Ik danste bij het vuur.
Menhem sprak geen Engels en wij geen Arabisch en toch praatten we altijd. En we lachten. Menhem maakte grapjes. Hij zong tijdens het lopen. Zijn stille zachtmoedigheid raakte me diep.

Op een dag klom ik op een kameel en vouwde mijn benen onder me. Als ik met mijn heupen wiegde, vond ik een manier om min of meer stil te zitten in de trage deining van de dieren. Menhem liep voor de kamelen aan en zong. Hij legde het touw waaraan hij de kamelen meevoerde, even over de nek van het voorste dier. Hij hield zijn pas in en kwam vlak naast de hals van de kameel lopen. Aan mijn andere kant kwam de achterste kameel naar voren, tot hij bijna naast me liep en zijn zachte oren en pluizige snuit onder handbereik waren. Ik sloot mijn ogen.

Van binnen heupwiegde ik een dans. Menhem zong, de dieren zwegen en overal was het zo ontzettend licht.
Toen ik aan het eind van de week mijn mobieltje weer aanzette, had ik hem niet gemist. Mijn lief, die had ik wel gemist. In de donkere nacht terug naar Caïro, honderden kilometers in een hobbelig busje door de onafzienbare nacht, las ik op mijn magische mobiel zijn woorden weer.
Het vliegtuig landde 's ochtends heel vroeg in een heel grijs Amsterdam, maar in de auto op weg naar huis brak de zon door. Mijn lief wees naar een doos op de achterbank. Er zaten een kom in en een lepel. En hopjesvla. Met hagelslag.
 
Thuis, was ik.

Thuis met de woestijn in mijn hart. 

02 december 2009

Impa en de woestijn (3)

Waarin Impa knabbelt aan Helder Weten en zich neerlegt bij de zwaartekracht


Heeft u dat ook wel eens? Dat u ergens terechtkomt waar geen taal of tijd bestaat en waar een soort helder weten is? Waar zich van alles voor je ogen afspeelt dat in de wereld om je heen niet gebeurt?

Wat zegt u?

Bioscoop?

Nee, dat bedoel ik niet helemaal. Het is meer een soort ultieme verbondenheid met het grote geheel der dingen. Laten we het voor het gemak maar even de werktitel 'visioen' meegeven. Mocht u nu het ongemakkelijke vermoeden krijgen dat hier zweverigheid in het spel is, dan mag u het ook bijvoorbeeld 'flow' noemen. Ik heb namelijk laatst van een arts en wetenschapper begrepen dat dat gezien wordt als managementterm, dus dat stelt u vast meer op uw gemak. 

Ik mag er af en toe van proeven, die flow, maar niet zonder slag of stoot. Het zit namelijk achter een deurtje dat ik meestal niet kan vinden. Goed verborgen achter de Ruis van de wereld en het Gonzen in jezelf. U weet wel. Dagelijkse beslommeringen, luidruchtig hoofd en een portie onderbewuste mechanismen dat roet in het eten gooit, zoals angst. Vreselijk jaren '90, ik weet het, maar leg dat maar eens uit aan het onderbewuste.

Anyway. 

De woestijn is een shortcut naar dat deurtje. En dat niet alleen: als je nietsvermoedend aan komt zwoegen in je cadans van zwijgend lopen, blijkt het al wijdopen te staan en komt er al lang en breed van alles doorheen gestroomd. Het visioen is al in volle gang; je hoeft er alleen nog maar popcorn bij te kopen en er gemakkelijk voor te gaan zitten. (Wat ben ik toch goed in metaforen.) 

En zo kon het gebeuren dat ik in de woestijn liep, zweeg en zag dat het goed was. 

Wat ik na een dag sjouwen door de woestijn trouwens ook al meteen heel Helder begon te Weten, was dat het zo niet langer kon met die stenen. Want hoeveel je ook van stenen houdt, het zijn er in de woestijn een paar ontelbaar miljard en als je ze allemaal mee wilt nemen, komen er toch praktische bezwaren om de hoek kijken. En zo bereikte ik op dag 1 naast het Helder Weten ook al managementoverwinning nummer twee: Loslaten.  Ik koos elke dag een paar stenen en liet de rest liggen. 

En op de allerlaatste dag kreeg ik van de Sahara een rode steen in de vorm van een hartje.

26 november 2009

Impa en de woestijn (2)

Waarin Impa zich Doornroosje waant en de schorpioenen op afstand houdt


Onder de blote sterrenhemel slapen leek mij wel wat. Ik had van tevoren wel een paar onsamenhangende gedachten gehad over schorpioenen maar die ook weer verworpen. Vertrouwen moesten we hebben, in de kosmos. Die zou wel raad weten met die schorpioenen. En zo ging ik met mijn matje op zoek naar een slaapplaats. Hoe pak je zoiets aan in de woestijn? Even zien. Een paar duizend kilometer ruimte die kant op en een paar duizend kilometer ruimte die kant op. Dat was dus niet echt een criterium. Waren er nog mensen in de buurt waar ik niet naast wilde liggen? Want je wilt in de uitgestrekte woestijn natuurlijk niet uitgerekend naast een snurker terechtkomen. Zul je net zien. In de verte zag ik de laatste stralen zaklantaarn tussen de krijtheuvels weerkaatsen en verdwijnen. Niemand meer in de buurt.

Ik keek omhoog en meteen weer naar beneden.

Een miljard ontelbaar vierhonderdduizend triljoen sterren, dat duizelde een beetje. Ik besloot dat ik beter eerst kon gaan liggen, anders werd ik de volgende ochtend natuurlijk grommend van geluk en zwaar onderkoeld teruggevonden in het zand naast mijn slaapzak. 

Ik koos een hoge plek, in een uitgesleten kom in de krijtrotsen. Op de zandvlakte aan de voet van de heuvel stond het Bedoeïenenkamp. Het vuur was bijna gedoofd, de kamelen lagen als donkere schimmen in de verte geruisloos te herkauwen. 

Ik spreidde mijn bed, viste mijn knalroze slaapsokken uit mijn tas (er is geen reden om in de woestijn het leven niet ook zo prachtig mogelijk te maken) en kroop in de slaapzak. Er zat een capuchon aan zodat alleen je gezicht eruit tevoorschijn kwam. Speciaal ontworpen zodat je geen zuchtje bries hoefde te missen als je in het donker onder de sterren lag. En net toen ik me aan de sterrenhemel over wilde geven, zag ik in het donker die gladde zwarte gifangels weer voor me. Tussen mijn gezicht en de slaapzak voelde ik allerlei gaten die echt gapend groot waren - vanuit het perspectief van een schorpioen dan hè, daar kan ik me heel goed in verplaatsen - waar schorpioenen op hun dooie akkertje doorheen konden wandelen op zoek naar warme, donkere holletjes en knalroze slaapsokken (want schorpioenen zijn ook niet gek). 

Ik besloot over te gaan tot rigoureuze maatregelen. Als de kosmos het beste met mij voorhad, zouden ze het ook snappen als ik het even niet zo nauw nam met de grenzen van natuur en wetenschap. Ik besloot een forcefield aan te leggen. Als ze het in de science-fictionfilm konden, kon ik het ook. Ik stelde me voor dat ik daar op mijn heuveltje lag en dat er als het ware een grote, glazen stolp over me heen stond. Als er dan een schorpioen nietsvermoedend aan kwam trippelen, zou hij er - patsboem - met z'n snufferd recht tegenop lopen. Alle schorpioenen die dat overkwam, zouden onmiddellijk afdruipen en heel tevreden ergens anders op zoek gaan naar roze slaapsokken in warme slaapzakken. In ruil daarvoor beloofde ik de kosmos dat ik dus niet in blinde paniek een beest dood hoefde te slaan. Ik zou er extra vredelievend van worden, geliefd door mens en dier. De kosmos een beetje kennende schatte ik in dat mijn voorstel wel aan zou slaan.

En zo geschiedde. Ik sliep een diepe slaap, volledig schorpioenvrij, en klom de volgende ochtend met twee roze sokken en een diep geluksgevoel uit mijn slaapzak. 

Tijdens de meditatie bij zonsopgang kwam er een vogeltje op mijn knie zitten.
(plaatje natuurlijk niet van Impa maar van Disney)

22 november 2009

Impa en de woestijn (1)

Waarin Impa afscheid neemt van het stof maar de woestijn nog in zich draagt


Ik laat me in het bad zakken. Mijn huid draagt het stof van de woestijn, het zand zit tussen mijn haren. Als het water me omsluit, aarzel ik. Mijn haar is stug als touw, een week lang door de woestijnwind gevlochten. 'Een koord dat uit drie strengen bestaat, is niet snel stuk te trekken.' Ik wil het stof en het zand er niet uitspoelen, het laatste tastbare stuk woestijn niet loslaten. Als ik dieper en dieper in het water zak, voel ik hoe mijn haar begint te drijven en door het warme water waaiert. Ik voel mijn oren vollopen en sluit mijn ogen.

Zodra mijn gezicht helemaal onder water is en ik het stof van de woestijn teruggeef aan de elementen, merk ik dat ik op een andere plek ben. Het water omsluit me zoals de zon dat deed. De werveling streelt me zoals de wind dat deed. In het water zit dezelfde zachtheid als in het stof, dezelfde milde streling als in het eindeloze licht en de ruimte van de woestijn.

Een bad is anders met de nieuwe zintuigen die ik van de Sahara heb gekregen. Met het hart nog zo wijd open en de overgave nog zo dicht bij de hand. En dan realiseer ik me dat ik de woestijn rustig kan laten gaan, daar, in het warme water, omdat hij overal is. Omdat mijn zintuigen zich overal kunnen laven aan stilte, ruimte, beweging, stroming, licht.

'Alles is goed zoals het is. De mensen die je ontmoet, zullen precies de juiste zijn, op het juiste moment. De dingen die gebeuren, zullen de juiste dingen zijn, op het juiste moment. De dingen komen zoals ze komen. Ze gaan zoals ze gaan. En wat voorbij is, is voorbij.'

De volgende ochtend loop ik met mijn lief in Nijmegen langs de rivier. Ik voel de wind op mijn wangen en hoor de geluiden van de stad die ontwaakt. Het verkeer, de schepen. En onder alle geluiden hoor ik, heel duidelijk en heel vriendelijk, de stilte.

11 november 2009

09 november 2009

Impa en het mannetje op de trap

Halverwege de trap woont een mannetje. Hij zit daar en giechelt. Ik weet niet of hij echt zit: misschien zweeft hij wel of is hij aanwezig of zit hij een beetje verspreid geplakt rond de muren en het plafond. Ik weet niet hoe dat precies werkt bij dat soort mannetjes. Maar hij woont dus op de trap en hij doet je pijn. En daar giechelt hij dan om. Met pretoogjes. Als je de trap oploopt, geeft hij je een zetje omhoog zodat je je hoofd stoot aan het veel te lage plafond. Als je de trap afkomt, laat hij je uitglijden op je sokken en je een paar treden naar beneden stuiteren op je hielen. En als je bij het op- en aflopen van de trap heel voorzichtig bent omdat ze jou niet zomaar te grazen nemen, zorgt hij dat je jezelf bij het praten in je gezicht krabt of dat je jezelf in je oog steekt met iets wat je in je handen hebt.

Hij doet dat omdat hij vindt dat je jezelf te serieus neemt. Omdat je zo hard werkt en probeert om het leven voor jezelf en anderen zo aangenaam mogelijk te maken. Omdat je je zorgen maakt om het milieu, het grote leed en de algehele energiehuishouding der dingen. Dat vindt hij zelf ook allemaal heel belangrijk, maar hij weet ook dat je er af en toe even afstand van moet nemen. Of hij vindt dat er een ander perspectief in je schuilt dat erom vraagt eens flink losgeschud te worden. En daarom doet hij je pijn en dan lacht hij heel hard.

En als je dan verontwaardigd om je heen kijkt, zie je hem op de trap zitten gniffelen. Met pretoogjes. Dan ben je heel even afgeleid van het grote geheel der dingen en met beide benen terug in je lijf. En dan kun je weer verder. Naar boven, waar het maanlicht door het raam schijnt, of naar beneden, waar de vaatwasser spint.

Dan wrijf je over de zere plek, schud je je hoofd, voel je de pijn en lach je even om jezelf. Als je doorloopt, lach je ook even naar het mannetje.

En dan geef je hem een ferme rotschop.

07 november 2009

Hoe er een pimpelmees naar Impa werd vernoemd

Naast Impappelflappen (jammie) bestaan er nu ook Impimpelmezen. Ja, beste mensen, tsjilpt u nog maar eens van opwinding. Het is heus waar. Dat kwam zo: Manon wilde graag nog meer literaire prijzen winnen. En om marketingsgewijs de mensen een beetje aan te zetten tot stemmen op haar boek Izzy Love, loofde ze als beloning de vernoeming van één van haar 14 goudvissen uit. Succes gegarandeerd, dat weet iedereen in de marketing- en reclamewereld. Nu heb ik zelf liever niet dat er een goudvis naar mij vernoemd wordt, dat ligt nogal gevoelig en is een lang verhaal vol zijsporen en uitweidingen waar ik u niet mee lastig zal vallen, maar of ze ook pimpelmezen had. En wat bleek? Dat had ze. Een heel nest. Waarvan er nu dus één officieel Impa heet. Een Impimpelmees! Ladiedadieda!

03 november 2009

Impa zegt tsjilp

Was u al zat van de tuin van Impa? Nee? Mag ik dan deze pimpelmees even met u delen? Er zijn er nog veel meer van, ook met rode borstjes en kole meesjes. Het is hier een drukte van jewelste. 

De foto is van mijn lief. Die is hier fotografiegewijs de onbetwiste pimpelmeester.

27 oktober 2009

Impa en de mooie dingen

Impa googelde "mooie dingen zijn goed voor de ziel" en kreeg geen hits. Zo kan het niet langer. Want mooie dingen ZIJN goed voor de ziel en het zou fijn zijn als ook de googelende medemens daaraan herinnerd zou blijven. 

Morgen hang ik met de geleende boor - die wordt geleverd met twee paar bijbehorende spierballen inclusief gezelligheid, ook inzetbaar in de herfsttuin - dierbare lijstjes en schilderijtjes op in mijn nieuwe huis. Na jaren in een doos krijgen ze in de nieuwe ruimte van leven weer een eigen stukje muur. Zodat ik tussen de wanden kan gaan zitten glimlachen - want dat moet ik nou eenmaal steeds in dit huis - en kan voelen dat mooie dingen inderdaad goed zijn voor de ziel. 

Maar het kan ook andersom. Dingen die goed zijn voor de ziel zijn ook mooi. Neem bijvoorbeeld het urenlang vasthouden van een heel klein jongetje. Laten we zeggen een jongetje van een week of twee oud, met een groen mutsje op, dat slaapt, gaapt, fronst, in zijn slaap mijn vinger grijpt en heel lekker ruikt. (Mijn lief zegt dat die geur speciaal is ontworpen om vrouwen te bedwelmen: nou, dat werkt dus.) Dat vasthouden van zo'n jongetje helpt het hele energiesysteem aarden, hup de grond in met die wortels, tot de hele boel weer op z'n plek zit. Als dat niet goed is voor de ziel dan weet ik het niet meer en verhip: dat jongetje was vandaag het prachtigste schepsel dat ik ooit heb gezien.

PS. Poezen die fluitend om zich heen kijken en ondertussen met een pootje je beschuit met muisjes van je schoteltje trekken omdat je net even niks kunt doen vanwege twee armen vol slapende pasgeborene, zijn niet goed voor de ziel. 
PS.PS. Hoewel ik daar eigenlijk de schoonheid ook wel weer van inzie. De besnorhaarde smiecht. 

25 oktober 2009

Slaap, Impa, slaap

Impa wil iets schrijven over het kleine, witte kamertje met het grote, witte bed. Het kamertje waar een witte lamp voor is uitgezocht en waar een diepbruine plank komt te hangen boven de witte dekenkist. Het kamertje waar de dierbaarste stenen en de mooiste bloemen op de bruine plank zullen worden gelegd en waar roze takken op de muur zullen worden geschilderd die zich 's nachts, in de sluimer waarin alles mogelijk is, zacht wuivend zullen uitstrekken boven het bed waar ze de slapende vrouw zullen toeritselen in haar dromen; almaar verder, veilig, verder, toe maar, toe maar. Droom maar.

Waar zich buiten het raam de wijnranken over de vensterbank krullen, hoog boven de tuin, tegenover de vlinderboom, precies daar waar 's ochtends de vogels het eerst beginnen te fluiten.

Want daar, in het kleine, witte kamertje met het grote witte bed, wordt iedere ochtend iemand wakker met een glimlach op haar gezicht. 

Maar misschien valt er wel helemaal niet over te schrijven en is dat kamertje alleen te vangen in die glimlach. 

Zo zacht. Licht. Rustig.

21 oktober 2009

Impa vindt lachen leuk

(aangetroffen bij 1meter98)

19 oktober 2009

Impa en de ontmoeting met Tobi

Tobi was nog geen week oud toen hij voor het eerst iemand een briljant idee gaf. Hij vond zelf dat hij er niet veel voor had hoeven doen, en dat was natuurlijk ook zo. Het geven van goede ideeën ging hem heel gemakkelijk af, sluimerend in zijn bed. Maar zo gaat dat tenslotte bij ieder groot talent: de bezitter ervan vindt het zelf allemaal nogal een vanzelfsprekendheid. Hij ziet wel dat er in de levens van mensen om hem heen iets verandert door de nieuwe kijk die ze op de dingen krijgen, maar zelf voelt hij de innerlijke inspiratie natuurlijk niet die daarmee in de harten van de mensen geplant is.

Impa ging na de ontmoeting met Tobi-die-nog-geen-week-oud-was naar huis en dacht: Die Tobi toch. Wat een briljant idee. Wat een oplossing, wat een verhelderend licht op een sluimerend probleem. En zo eenvoudig. 

Een kruik in bed.

Ge-ni-aal. 

14 oktober 2009

11 oktober 2009

Impa stelde gewoon een vraag

'Als je in Groningen de Blokker binnenkomt, houdt iemand de deur voor je open. Eerst word je rondgeleid zodat ze je kunnen laten zien waar alles staat en daarna vragen ze of je misschien koffie of thee wilt en of je nog vragen hebt.'
'Serieus?' vroegen Vriendin M. en vriend A. verbaasd.
'Nee', zei ik. 'Natuurlijk niet. Maar ik heb laatst wel een vraag gesteld in de Blokker.'
Geschrokken keken Vriendin M. en Vriend A. op van hun ontbijt.

Ik was een beetje in elkaar gedoken naar de Blokkermedewerkster toe gelopen, gewoon met mijn armen een beetje afwerend voor mijn gezicht, en toen ik haar had gevraagd waar de rollen kastpapier lagen, wilde ik er heel snel aan toe voegen dat het me echt heel erg speet dat ik iets kwam kopen, maar toen had ze ineens neergelegd wat ze in haar handen had. Ze had me even nadenkend aangekeken en toen gewezen met haar vinger. Ik had hem niet durven volgen en had haar gezicht in mijn vizier gehouden. 'Daar,' zei ze, 'achter dat schap met badkamerspullen rechtsaf en dan loopt u er vanzelf tegenaan.' Ze keek me afwachtend aan. Ik wist niet wat ik moest doen. Hoe kon dat nou? Was het een afleidingsmanouevre? Had ze met een onzichtbare druk op de knop de manager gewaarschuwd? Of had ze me glimlachend keihard de verkeerde kant op gestuurd? Want waarom keek ze niet vermoeid, verveeld of verontwaardigd? Ze was toch aan het werk in de Blokker? En ik had haar toch zojuist iets gevraagd?

Vriend A. en vriendin M. keken me ademloos aan. Ik was in mijn nieuwe woonplaats in mijn eentje de Blokker binnen gestapt. Ik was nog dapperder dan ze dachten.

Wat blijkt? Het ligt niet aan de Blokker. Kennelijk werken er bij de Blokker ook mensen die het geen klotestreek vinden als je ze iets vraagt. Die bereid zijn om je te woord te staan en te helpen. Die vriendelijk zijn. Jawel, u leest het goed. Vriendelijk. Zou het dan aan... aan Utrecht gelegen hebben? Waar ik al die jaren met zoveel liefde heb gewoond maar waar je alleen naar de Blokker gaat als je een extreem laag zelfbeeld hebt en een ziekelijke behoeft om dat te laten bevestigen? Om je te laten afsnauwen of domweg negeren?

Vriendin M. trippelde na het ontbijt door de keuken in een grote handdoek en sprong onder de douche. Vriend A. ruimde de ontbijttafel af. Ik deed de afwas. Vanonder de douche kirde vriendin M. dat het zo gezellig was (want dat doet ze, als ze het gezellig vindt). En gedrieën zongen we heel hard mee met Bishop Allen, terwijl we onderwijl dachten aan de Blokker en hoe de wonderen de wereld nog niet uit waren.

04 oktober 2009

Impa en de appelflappen

Maz vertrok uit Impa's nieuwe tuin met armen vol appels. Als een ouderwets huishoudstertje hield ze de zoom van haar tuniek omhoog, legde ze er voorzichtig de grote, groene appels in en ondersteunde toen de zware bolling in de stof. Iemand hield de deur voor haar open en terwijl ze wegliep, hoorde ik haar nog iets roepen over appelmoes en appelflappen. 

En ziehier: Impappelflappen!
Tadaaaaa!

03 oktober 2009

29 september 2009

Inwendig dan ben je dat wel

Impa hoorde een man op de radio. Zijn stem kraste van ouderdom. 'Eenzaam, eenzaam... Dat is een heel moeilijk woord voor mij, dat zal ik nooit gebruiken. Het wil nait zo, zeg ik wel eens. Als Groninger doe je dat niet, wil je dat niet. Maar inwendig, dan doe je dat wel. Dan ben je dat wel. Alleen zeg je dat niet tegen een ander.' Hij zweeg even. 'En doar blief ik bie.'

Vroeger was Impa's huis een drugspand. Buurman P. vertelde dat er de hele nacht mensen aan de deur kwamen en dat er zwervers in het tuinhuis sliepen. Uiteindelijk is het huis door de politie ontruimd en is de drugdealer eruit gezet. Al zijn bezittingen kwamen in de tuin te liggen. Er zaten zelfgeschreven gedichten tussen. 'Daarna is één van de zussen er komen wonen', zei Buurman P. 'Eén van de zussen?' vroeg ik. We stonden in de tuin van Buurman P. en keken naar zijn kippetjes. 'Ja,' zei Buurman P, 'de andere zus kwam aan de andere kant naast me wonen. Ze riepen de hele dag over de schutting tegen elkaar dat de koffie klaar was.' Buurman P. had de eigenaar van het drugspand nooit gesproken toen die er nog woonde, tot hij op een nacht zat te kaarten met een vriend en om middernacht de deurbel hoorde. Het was de buurman van het drugspand. Hij zei: 'Vandaag is mijn 50e verjaardag. Willen jullie een biertje met mij drinken?'

Er zitten nu geen zwervers meer in het tuinhuis. Wel heel veel spinnen, maar of die er ook slapen... Ik zou zelf geen oog dicht doen met al die pootjes.

20 september 2009