29 december 2008

Impa in de stille nacht, heilige nacht

Op eerste kerstdag ging ik om een uurtje of kwart over twaalf 's nachts maar eens naar Benedenbuurman. Het kan een minuutje eerder of later zijn geweest, maar een kniesoor die daar rond die tijd op let. Ik was nog niet eerder bij hem langsgegaan. Het was al wel vaker in me opgekomen, maar de deur naar zijn galerij zit in principe dicht, en dan loop je toch wat minder snel aan. En nu, in de nacht van een duistere en koude eerste kerstdag, hakte ik de knoop door en ging. Ik zocht naar het knopje van mijn nachtlampje en stommelde mijn bed uit. Ik trok een trainingsbroek aan, vond een rondslingerende trui, bond mijn haar in een staart en draaide mijn deur van het nachtslot. Beneden aangekomen kon ik tot mijn verbazing doorlopen, want de deur naar de galerij stond open. Ik wilde Benedenbuurman nu zo graag spreken dat ik er nog niet over had nagedacht wat ik zou hebben gedaan als hij dicht had gezeten.

Ik belde bij hem aan. Achter de deur hoorde ik iemand zeggen: "Doe even open". De deur zwaaide open en een zware-sjeklucht walmde me tegemoet. Benedenbuurman stond in zijn woning met een kastdeur in zijn handen. Op de grond bij de kast zat een man op z'n knieën met een sjekkie in z'n mond en een schroefboor in z'n hand. Hij had de voordeur achter zich opengedaan en dook nu weer voorover de kast in zonder me een blik waardig te keuren. Hij maakte aanstalten om te gaan schroeven.

"Hallo, ik ben je bovenbuurvrouw".
Benedenbuurman trok een wenkbrauw op. "Hoi."
Ik vroeg me af of ik iets miste. Ik kon zijn halve glimlach niet goed plaatsen.
"Het is midden in de nacht en ik probeer te slapen. Kunnen jullie misschien stil zijn?"
Benedenbuurman trok zijn andere wenkbrauw ook op. "Waar heb je last van dan?"

Mijn mond probeerde open te vallen. Ik hield het vallen uit alle macht tegen, want op blote voeten en met een slaapgezicht kun je zo'n open mond er echt niet bij hebben. Ik voelde mijn hersenen de breinmappen scannen die over sociaal gewenst gedrag gingen, maar vond geen relevante hits. OF hij begreep echt niet wat er aan de hand was, OF hij begreep wel wat er aan de hand was maar had er schijt aan. In beide gevallen moest er een Taktiek komen. Ik dacht snel na. Zou ik voor de woede gaan of voor de geduldige redelijkheid? Ik was waarschijnlijk te verbijsterd om voor woede te kiezen. Bovendien voelt woede toch anders als je op blote voeten staat. En ik weet ook niet of woede iets zou hebben uitgehaald bij iemand die het doodnormaal vindt om rond middernacht een potje te gaan boren.

"Boren," zei ik. "En schroeven. En met dingen bonken."
Van de bodem van de kast kwam een ongeduldig: "Goed hoor, we houden er rekening mee."
Nou, dat vond ik dus juist niet.
Ik zei: "Ik hoor sowieso alles, want het is hier heel gehorig. Ik hoor je zelfs praten en hoesten. Overdag is dat niet zo erg, maar dit is echt niet fijn, midden in de nacht".
Benedenbuurman keek van de sjekroker op de bodem van de kast naar mij en zei: "We zijn zo klaar."
"Dat is mooi." zei ik. "Wat zullen we zeggen? Nog een minuut of tien? En dat het dan weer stil is?"
Op de bodem van de kast werd iets gebromd en mijn buurman keek me half lachend aan. "Ja, hoor."
"Fijn."
Ik liep de galerij over en de trap op, terug naar mijn eigen flat. Ik draaide de deur op het nachtslot en kroop trillend in bed. Van woede. Ik was benieuwd.
15 minuten later was het stil.

4 opmerkingen:

jack of hearts zei

Fijn geschreven stukkie over een herkenbaar tafereel. Ik schat dat morgennacht de kast afgemaakt moet worden.

Wenz zei

Hahaha Jack! Foei. :D

Maar Impa, je bent wel een held hoor, zo midden in de nacht je recht gaan halen. En dan op twee van die smalende mannen stuiten. En je dan toch niet uit het veld laten slaan. Petje af.

Impa zei

@Jack of Hearts: De nacht erop hadden ze een feestje... Maar toen sliep ik gelukkig ergens anders. En er hing toen vooraf wel een excuus in het portiek voor de te verwachten overlast. Dat vond ik dan wel weer een goed teken.
@Wenz: Smalen, ja. Dat deden ze. En ik was niet eens een held op sokken :-)

Polle zei

Ik vind je stoer. Heus.