18 augustus 2008

De bamboe op zondag

Als het waait, ritselt de bamboe op het balkon. Dan ruisen de halmen in de wind en zetten alles om zich heen in beweging. Ik denk altijd dat ik de bamboe zie glimlachen.
Zondag regende het. Het water viel rustig en recht naar beneden. Een geometrisch patroon van zilvergrijs op een achtergrond van groene stilte. Door de dikke waterdruppels bewogen de bamboeblaadjes op en neer. Er sprongen flitsjes licht vanaf. De bamboe stond rechtop in de regen en speelde piano in de lucht met honderd groene vingertjes.
Ik lag op de bank met een zeldzaam soort tevredenheid en voelde de vochtige buitenlucht vlak buiten het raam. Ik lag daar en ik las mijn boek. En af en toe keek ik een tijdje naar het concert van de bamboe.

13 augustus 2008

Impa bekent

Ik heb geen föhn.

09 augustus 2008

Stockholm




08 augustus 2008

Impa krijgt buikpijn van collega M.

Vroeger, toen ik nog echt jong was en het leven veel langer duurde, had ik heel vaak de slappe lach. Op een beduimeld casettebandje is nog te horen hoe ik daar bijna dood aan ben gegaan. Ik drukte met vriendinnetjes altijd op de magische knoppen Play en Record van mijn allereerste radiocassetterecorder en dan namen we hoorspelen op of zaten eindeloos te lullen over niks. Op een dag kondigde vriendinnetje N. op het bandje aan dat ik op haar schouders zou klimmen. Eerst is het even stil en dan hoor je een hoop gestommel en een harde bons. Ik was van het bed op haar schouders geklommen, waarna ze haar evenwicht verloor en ik in mijn kinderkamertje via de lamp, de deur en het bureau hardhandig kennismaakte met het groene kleedje op de vloer. Daarna is er lange tijd niets anders te horen dan twee tienjarigen die samen snikken, hijgen en steunen van de slappe lach tot vriendinnetje N. door haar lachen heen kreunt: 'Mens, ik schrik me wezenloos.'
Op een of andere manier verdwijnt dat als je ouder wordt. Ik moet regelmatig hardop lachen om grappen of films en loop vaak met een glimlach rond die iets te maken heeft met een algeheel Zwitserlevengevoel. Maar echt onder de tafel liggen van het lachen, dat komt er nog maar zelden van.
Tot ik ging werken op het kantoor waar collega M. werkt. Collega M. en ik kunnen af en toe zo hard lachen dat het lijkt alsof het nooit meer ophoudt. Ik heb geen flauw benul waarom en ook andere collega's kijken ons altijd aan alsof we niet goed wijs zijn. En misschien is dat ook wel zo. De helft van de tijd lachen we om een stomme blik of een raar geluid dat de anderen is ontgaan. En als je dan eenmaal bezig bent, is het lachen van de ander zo aanstekelijk dat het alleen maar erger wordt. Vorige week zei ik -oprecht- dat ik de datum 30 juli nooit bewust had meegemaakt. Collega M. verslikte zich, begon te gieren en te piepen en tegen de tijd dat de tranen hem in de ogen stonden, had ik zelf ook buikpijn van het lachen. En of hij alsjeblieft op wilde houden omdat m'n make-up uitliep en ik geen adem meer kon halen.
Uiteindelijk maakt het niet uit waarom je lacht. Het voelt gewoon zo ontzettend goed dat je er minstens een week op kunt teren. Daarom heb ik een rooster gemaakt van de dagen dat ik graag met collega M. wil werken. Dan weet ik zeker dat ik dat shotje endorfinen op gezette tijden krijg. Als het goed is, kom ik daarmee zonder kleerscheuren de winter door.