16 mei 2008

Natuurramp

Impa zag op weg naar huis een kleine natuurramp zich voltrekken. Op het eerste gezicht best imposant, zo'n reiger die dwars over het fietspad scheert, vlak voor je neus. Maar in de luttele seconden dat ik hem over me heen zag klapwieken, zag ik ook wat hij eigenlijk aan het doen was. Zo vliegend van vijver naar vijver, een paar meter boven de grond. Mij hou je niet voor de gek.

REIGER


DETAIL

Hoe. Vraag ik u. HOE moet ik vannacht in mijn zachte bedje gerust mijn ogen sluiten nu ik getuige ben geweest van dit gewetenloze natuurgeweld? En waar moet het heen met de buurt?

Wat dan trouwens wel weer goed is geregeld van de natuur, is dat er een hele knappe en hele blonde jonge twintiger was, met een hele charmante glimlach, die het ook had gezien. 'Ik hoorde dat er daar iets aan de hand was *wijst naar de overgebleven 16 eendenkuikentjes en verwoed kwakende woerd* maar toen was het al te laat'. Hij was zo geschokt dat ik een praatje met hem had gemaakt voor hij kon beseffen dat praatjes met vrouwen van 34 niet goed zijn voor je imago als hippe dude. Mooi toch, hoe uiteindelijk alles in de natuur een bepaalde rechtvaardigheid bezit.

08 mei 2008

Heel fraai

Terwijl ze de eendenbek opborg en haar rubber handschoenen uittrok, noemde mijn huisarts mijn baarmoedermond 'Prachtig' en 'Heel fraai'.
Het is maar dat u het weet.

07 mei 2008

Impa snapt de grap niet

Verderop op de gang hoor ik iemand brullen. Ik ben eraan gewend, maar krimp toch even in elkaar. Eens per week werk ik in alle vroegte bij een bedrijf dat iedere ochtend allang draait als de meeste mensen nog op één oor liggen. In de zomer begint de zwarte hemel net blauw te kleuren als ik ernaartoe rijd, maar in de winter zit mijn dienst er alweer bijna op als het buiten goed en wel licht is. De gangen zijn op dit tijdstip leeg, omdat de massa kantoorpersoneel er nog niet is. De lichten zijn nog niet allemaal aan. Het lijf wordt op gang geholpen met warme kopjes koffie, de hersenen draaien op volle toeren om te presteren in wat het bioritme duidelijk definieert als nacht. De wereld is nog niet ontwaakt.
De paar mensen die er al wel zijn op mijn verdieping, hebben het tot kunst verheven om iedere keer dat ze elkaar tegenkomen op de gang, keihard elkaars naam te schreeuwen. Ik weet heus wel dat ik niet altijd snap wat iedereen nou altijd overal zo grappig aan vindt, maar deze keer kan ik toch niet de enige zijn die er de lol niet van inziet? Of het moet zijn dat ze het al jarenlang volhouden. Want ik moet bekennen dat ik er daarom af en toe stiekem om moet glimlachen de laatste tijd. Ondanks mijn ergernis. Want irritant is het.

02 mei 2008

Thuis weg van huis




Het waaien in de ziel

Ik liep helemaal in het westen van Vlieland helemaal alleen op kilometers leeg strand. Het was een strand dat hard nodig was. Van leegheid, licht en stille kracht. Van waarheid, bijna. Het was een strand dat me met de zoute wind hielp de storm in mijn hoofd even te bedaren. Dat met het schreeuwen van meeuwen het kermen in mijn hart even deed verstommen. Dat me met het kraken en stuiven van het zand onder mijn voeten iedere stap een stukje verder hielp. Ik was er gekomen met een bewolkt gemoed en stapte terug naar de bewoonde wereld met nieuwe lichtheid. Op naar wijn en eten om mijn koude, lieve lijf weer net zo warm te maken als mijn tot rust gesuste hart.