15 oktober 2007

Impa werkt op de kliko

Ik ging een weekendje op de stokoude poes van mijn vader passen. De dag ervoor had pa nog gezegd: 'Vergeet je sleutel niet', waarop ik dacht: 'wat een uitstekend idee', om het vervolgens meteen weer volslagen te vergeten. Ik had vanuit Utrecht ruim een uur gereden, op volle snelwegen vol levensgevaarlijke mafkezen die niet kunnen inhalen en invoegen. Toen ik mijn vaders straat inreed, realiseerde ik me dat ik... Inderdaad, de sleutel was vergeten. Verdomme. Ik parkeerde voor pa's huis en besloot bij een paar buren aan te bellen in de hoop dat iemand een reservesleutel zou hebben. IJdele hoop. De naaste buren waren niet thuis en bij een aantal huizen verderop in het rijtje deelden de bewoners me vriendelijk mee dat ze me niet konden helpen (de klootzakken). Goed. Ik had dus geen sleutel en mijn buurtonderzoek was vruchteloos gebleken. Dat betekende dat ik eerst weer naar Utrecht zou moeten rijden en daarna weer terug. Tegen die tijd zou de snelweg nog steeds dichtbevolkt worden door levensgevaarlijke mafkezen, alleen dan in de vorm van 100 kilometer langzaam rijdend en stilstaand verkeer. Hoe krijg ik dit toch altijd voor elkaar? Wat is er aan de hand met dat stukje van mijn brein dat over sleutels gaat? Want dit is dus niet de eerste keer. Opeens bedacht ik me iets nog veel ergers. Ik moest een opdracht opsturen en als ik eerst helemaal terugreed naar huis, zou ik niet op tijd zijn om de afgesproken deadline te halen. Dat moest dan ter plekke maar gebeuren. Ik deed in de auto m'n laptop aan en vond tot m'n vreugde het draadloze netwerk van mijn vader. Het signaal was te zwak in de auto, dus om de laatste puntjes op de i van mijn werk te zetten, stapte ik uit en legde mijn laptop op de kliko op de oprit. Omdat mijn mousepad het niet deed, liet ik de muis ernaast rondtrippelen op de groene kliko. Ik voelde me enigszins belachelijk, maar als ik de boel zou hebben opgestuurd, kon ik tenminste op m'n gemak aan de 2,5 uur heen en terug naar Utrecht beginnen. Het begon te spetteren, en toen te regenen. Welja, dat kon er ook nog wel bij. Ik pakte computer en muis op en hurkte bij de voordeur, in de schamele beschutting van een uitstekend balkon. Al hurkend probeerde ik de laptop op schoot te houden en tegelijkertijd te muizen op de zijkant van m'n dij. Even de tekst door de spellcheck halen. Mijn benen begonnen pijn te doen van het hurken. Even inloggen en een begeleidend mailtje schrijven. Ik kon mijn laptop met moeite droog houden. Nu alleen nog het tekstbestand als bijlage toevoegen, verzenden en uitloggen. Ik had een stijve nek en koude vingers gekregen. Ik klapte m'n computer dicht en strekte kreunend mijn benen, klaar om in te stappen en terug te rijden naar huis. Achter de voordeur hoorde ik iemand hoesten.

1 opmerking:

Tas zei

Hahahahaha O NEEEEEE!!!!