18 augustus 2007

Het is maar goed dat ik geen brede wielen heb

Aan het eind van de zomer zie je overal slordige vogels. Vooral bij kraaien en eksters valt het me op. Die zijn deze zomer uit het ei gekropen en nog niet helemaal af. De helft van hun veren zit in de war en de andere helft niet, alsof ze thuis een pot gel hebben voor een net-uit-je-nestlook. De ene helft van hun veren is pluizig en de andere helft normaal. En er is ook iets met hoe ze doen. Het lijkt wel alsof ze dronken zijn, want ze kunnen steeds niet kiezen of ze nou moeten hippen of of vliegen en alles wat ze doen, lijkt onbeholpen. Soms vraag ik me af waarom een ogenschijnlijk volwassen vogel ergens zo lang niks zit te doen en stompzinnig lawaai zit te maken, en dan komt er een net iets grotere vogel zonder punkveren om de puber mee te nemen, een boom in. Of ik kom eraan fietsen en dan zie je ze gewoon denken dat er iets moet gebeuren. Dan worden ze door hun instinct gealarmeerd over naderend gevaar, maar uiteindelijk door gebrek aan ervaring en inschattingsvermogen verleid tot een of ander halfslachtig hopje. Alleen dan net niet helemaal tot aan de rand van het fietspad. Het is maar goed dat ik zo vogellievend ben. Of dat ik geen hele brede wielen op mijn fiets heb. Precies zo breed als het fietspad, bijvoorbeeld.

1 opmerking:

Blogmos zei

De net-uit-je-nest-look! Wat een gevleugelde woordkeus.