17 mei 2007

Impa en de wolf

Ik werd vandaag toegeblaft door een grote, witte wolf. Het was eigenlijk een hond aan de lijn van een mevrouw met een lange wollen jas, maar zo gemoedelijk voelde het helemaal niet. Het voelde als een eng avontuur. Ik liep namelijk rustig achter de wolf en de in schaapskleren gehulde vrouw, klaar om aan mijn rondje joggen te beginnen. Opeens draaide het beest zich zonder waarschuwing naar me om en begon keihard te blaffen. Ik voelde als het ware z’n speeksel op m’n gezicht en rook z’n stinkende adem. Vlak voordat ik me in een instinctieve beweging van hem afdraaide en m’n handen voor m’n gezicht sloeg, zag ik nog net dat de riem strak kwam te staan en de wolventemster moeite moest doen haar evenwicht te bewaren om niet voorover te worden getrokken. Tot zover kon ik het nog wel hebben. Goed, die hond was slecht opgevoed, maar dat kun je het beest zelf niet kwalijk nemen. Goed, het was even schrikken, maar verder bleef de confrontatie hierbij. Eigenlijk was het onaangenaamste nog die adrenalinestoot van de schrik. Zoals wanneer je je hoofd stoot of je in je vingers snijdt en het mes in je vlees voelt zinken. Zo’n fysieke schrikreactie die irritanter is dan de pijn zelf. Anyway, zo erg was het dus allemaal uiteindelijk niet. Maar waar ik me nou echt heel erg druk om maak, is wat er toen gebeurde. Het wolvenwijf zei alleen maar liefjes: “Pasha, wat doe nu?” Ze trok haar monster met een ruk terug aan de rinkelende wolvenketting en liep gewoon door. Hun voetstappen lieten een bloedspoor achter op het pad. Vogels vielen stil en het gras wuifde niet langer in de wind. Een verstikkende zwavellucht schroeide m’n neusgaten. Ze zei geen woord tegen me, en al helemaal geen sorry. Moet je daar als jogger ook maar niet zo nietsvermoedend willen wandelen, op dat openbare voetpad. Dan vraag je er gewoon om.

2 opmerkingen:

rosalie zei

wat een muts, zeg!

Frits zei

Dat krijg je als je eens een keer de hond van een ander uitlaat.