06 mei 2007

De zon en de sterren

In M, het maandelijkse tijdschrift van NRC Handelsblad, stond deze maand een artikel over ambtenaren in Jemen. Over het gebrek aan middelen, de bureaucratie, de willekeur en de rol van vrouwen in de ambtenarij. Er stonden prachtige foto's bij.
Ik ken zelf ook een ambtenaar uit Jemen. In januari zat er een strak in het pak gestoken, oudere heer naast me in het vliegtuig uit Stockholm. Hij bleek een gepensioneerd Jemenitisch diplomaat te zijn. Hij liet me een diplomatenpaspoort zien en vertelde me dat hij ieder jaar een maand op reis ging. Nadat hij met pensioen was gegaan, was hij een eigen bedrijf begonnen in beveiligingssystemen, dat hij vervolgens aan z’n zoon had overgedaan. Hij had een vrouw en een paar volwassen kinderen en reisde ieder jaar een maand alleen over de wereld om oude bekenden uit het diplomatenleven op te zoeken. We praatten over ons werk en ons privéleven. Over Europa en de Arabische wereld. Hij vertelde me over zijn land met zo’n enthousiasme en zoveel kleur dat ik de straten voor me zag, de qatbladeren proefde en de woestijnwind over m’n huid voelde strijken. Hij was hoffelijk en vriendelijk. Ik hielp hem met het openpeuteren van zijn sandwichverpakking en toen ik merkte dat zijn ogen niet meer zo goed waren maar hij geen bril opzette, wees ik hem er voorzichtig op dat hij saus had gemorst en dat het zonde zou zijn als er vlekken op zijn mooie pak kwamen. Na een stilte kuchte hij. Hij keek me aan en bekende dat hij in zijn vrije tijd graag poëzie schreef. Hij zei dat hij Arabische poëzie over mij zou schrijven en het naar me op zou sturen. Hij zei dat het zou gaan over de zon en de sterren en dat ik het zou moeten laten vertalen door een goede Arabische vertaler. Vlak voor de landing, toen ik genoot van het gevoel van thuiskomen dat me altijd bekruipt als we weer op Nederlands grondgebied zijn, bedankte hij me voor mijn gezelschap. Hij had het een onvergetelijke reis gevonden.

Eenmaal thuis bezocht ik Jemen op Google Earth. Ik keek vanuit de ruimte naar de straten van de steden en staarde naar de uitgestrekte woestijn. Ik vroeg me af of de Arabische poëzie over zon en sterren me ooit zou bereiken. Eigenlijk deed het er niet zoveel toe. Ik heb me gedurende de hele Europese vlucht van Stockholm naar Amsterdam een Jemenitische prinses gevoeld.

Geen opmerkingen: