31 mei 2007

Eendje


Dit is mijn lievelingsfoto. Ik heb hem genomen in augustus 2004. Als ik naar deze foto kijk, krijg ik een heel rustig gevoel en moet ik altijd glimlachen. Het kleine meisje dat erop staat is het dochtertje van vrienden. Ze is op deze foto denk ik tweeënhalf jaar. Haar ouders staan op een bruggetje naar het water te kijken. Ze staan op de voorgrond van de foto, maar hun blik is gericht op een punt buiten erbuiten en hun gezicht is beschaduwd. Dat reduceert ze tot een soort figuranten. De blik van de kijker dwaalt langs de volwassenen verder naar een veel rustiger en lichter deel van de foto, waar dat kleine meisje en die eend elkaar staan aan te kijken. Hun gezicht is niet te zien, maar er gebeurt zoveel meer in dat deel van de foto. Er ontvouwt zich op dat pad een hele wereld, er worden hele gesprekken gevoerd. Daar hebben die twee niet meer voor nodig dan elkaar. Ook papa en mama niet.

27 mei 2007

Apekool

Er zijn legio onderwerpen voor een weblog. Ik zou eindeloos kunnen uitweiden over mijn privéleven. Ik zou over politiek kunnen schrijven en u kunnen uitleggen waarom u SP moet stemmen of Partij voor de Vrijheid, of juist geen van beide. Ik zou het ook in de regio kunnen houden en mijn visie op het provinciale waterbeheer kunnen toelichten of wantoestanden binnen de stadsdeelpolitiek in Amsterdam Zuidoost kunnen aankaarten. Ik zou over sport kunnen schrijven, of recensies kunnen geven van de nieuwste Nederlandse literatuur. Wetenschap, muziek, film, de stamboomgeschiedenis van mijn familie teruggevoerd tot 1386, mijn gezondheidstoestand in grafische en ontluisterende details: wat ik al niet de revue zou kunnen laten passeren op mijn blog. Nu kan ik u verzekeren: welke -if any- van bovenstaande opties het ook wordt, ik zal in ieder geval NIET schrijven over Bokito. Ik doe het niet. Ik weiger eraan mee te doen. Geen letter. Ik schrijf niet over Bokito.
Bokito? Wat is dat?

26 mei 2007

Om van te janken

Tranen met tuiten. We stonden met z'n allen in de kapel toen het bruidspaar arriveerde in een oude Porsche en vanuit de zon de muziek en hun kring van dierbaren in stapte. De bruid was verdorie een wandelend sprookje en de anders zo onbewogen bruidegom zichtbaar geraakt. Ik keek tijdens de ceremomie vooral naar de moeder van de bruidegom. Zij en ik steken elkaar onherroepelijk aan met tranen van ontroering en ik besloot om het daar deze dag maar eens flink van te nemen. Ik had maar één natgebiggeld papieren zakdoekje bij me en die heb ik gedeeld met de buurvrouw van het bruidspaar, schuin achter me. Want zij zat ook naar de moeder van de bruidegom te kijken. Het had niet veel gescheeld of we waren tijdens het jawoord samen uitgebarsten in luid gesnotter met af en toe een gesmoord boe-hoe-hoe.
Hij was fijn, die dag. Met veel zon, feest, eten en drinken. Er mag meer getrouwd worden.

23 mei 2007

Opgevangen

Oma: ‘Die buschauffeur schrok van jou.’
Heel klein blond jongetje in blauw jasje: ‘Ja?’
Oma: ‘Hij dacht dat jij zomaar de straat op ging lopen.’
Heel klein blond jongetje in blauw jasje (met grote ogen): ‘Oh.’
Oma: ‘En dan zou je tegen de bus lopen.’
Heel klein blond jongetje in blauw jasje: ‘En dan zou de bus omvallen.’

22 mei 2007

Muziek voor gevorderden

Ik voel me meestal een frisse, jonge meid. En al helemaal als ik naar popconcerten ga. Afgelopen weekend was dat wel even anders, toen ik met twee vrienden naar een concert van Sjako! ging. Het concert was in Apeldoorn, in het Bluescafé. Het rook er naar verschraald bier en oude sigarettenpeuken. Het was er donker en zowel de muzikanten als de toeschouwers waren minstens 90 jaar. Tegen de tijd dat m’n oren aan de blues gewend waren en m’n ogen aan het donker, begon ik me af te vragen of de frisse, jonge buitenwereld met andere frisse, jonge mensen zoals ik eigenlijk nog wel bestond. Ik kon het me bijna niet meer voorstellen.
De twee die me hadden meegesleept naar Apeldoorn stonden vooraan bij het podium. Ze reizen samen een paar keer per jaar stad en land af voor de zeldzame Sjako!-concerten en verheugen zich er dan al maanden van tevoren op. Ik zag ze ademloos staan luisteren naar de solo’s. Tussen de nummers door riepen ze keihard verzoekjes. Ze dronken, dansten en zongen. Af en toe gebaarden ze dat ik ook naar voren moest komen of staken ze lachend een duim naar me op. Na het concert stonden ze uren met de drummer te ouwehoeren. Ze struikelden over hun woorden om me uit te leggen hoe geweldig het was geweest.
Om drie uur ’s nachts werden we letterlijk de tent uit geveegd. Door de fotograaf, die ook de kroegveger bleek te zijn. Ik was de bob en reed beide mannen naar huis. Ze zaten met rode koontjes van opwinding en met een spraakgebrek van de alcohol bij me in de auto en zongen keihard mee met een Sjako!-cd. Op de donkere snelweg, ergens tussen Apeldoorn en Utrecht en halverwege een refrein, vielen ze in slaap. Ik voelde me jonger en frisser dan ooit.

21 mei 2007

De tafel van twee

Vriendin M. is jarig. Ze gaf dit weekend een feest. Het was deze keer wel een feest met een speciaal tintje, want het was haar laatste verjaardag in het huis waar ze nu woont. Ik deel lief en leed met vriendin M. Dat gaat gepaard met veel woorden, lachen, tranen en door de jaren heen met vele, vele maaltijden en flessen rode wijn. Ons lief en leed wordt vooral gedeeld aan haar keukentafel. Dat noemt ze ‘keukentafelen’: ik heb in de loop van de jaren talloze mailtjes van haar gekregen dat ik snel weer eens in Groningen moet komen keukentafelen. De tafel staat in het huis waar ze jarenlang alleen heeft gewoond in de tijd dat ik ook single was. Ze heeft me aan die keukentafel door heel wat dips heen geholpen en ik heb er vaak onder liggen rollen van het lachen (tot verbazing en schrik van de katten).
Vriendin M. gaat nu samenwonen. Ze heeft met haar partner een prachtig nieuw huis gekocht. En een nieuwe keukentafel. Het is het einde van een tijdperk. Zondag bij het vertrek hebben we uitbundig gezwaaid en gelachen en heb ik van binnen stilletjes afscheid genomen van huis en tafel. Bedankt M, voor alle bijzondere momenten. Ik kijk uit naar de tijden die komen op jullie nieuwe stek. Want jij en ik hebben die oude keukentafel helemaal niet nodig om elkaar altijd te blijven vinden.

20 mei 2007

17 mei 2007

Impa en de wolf

Ik werd vandaag toegeblaft door een grote, witte wolf. Het was eigenlijk een hond aan de lijn van een mevrouw met een lange wollen jas, maar zo gemoedelijk voelde het helemaal niet. Het voelde als een eng avontuur. Ik liep namelijk rustig achter de wolf en de in schaapskleren gehulde vrouw, klaar om aan mijn rondje joggen te beginnen. Opeens draaide het beest zich zonder waarschuwing naar me om en begon keihard te blaffen. Ik voelde als het ware z’n speeksel op m’n gezicht en rook z’n stinkende adem. Vlak voordat ik me in een instinctieve beweging van hem afdraaide en m’n handen voor m’n gezicht sloeg, zag ik nog net dat de riem strak kwam te staan en de wolventemster moeite moest doen haar evenwicht te bewaren om niet voorover te worden getrokken. Tot zover kon ik het nog wel hebben. Goed, die hond was slecht opgevoed, maar dat kun je het beest zelf niet kwalijk nemen. Goed, het was even schrikken, maar verder bleef de confrontatie hierbij. Eigenlijk was het onaangenaamste nog die adrenalinestoot van de schrik. Zoals wanneer je je hoofd stoot of je in je vingers snijdt en het mes in je vlees voelt zinken. Zo’n fysieke schrikreactie die irritanter is dan de pijn zelf. Anyway, zo erg was het dus allemaal uiteindelijk niet. Maar waar ik me nou echt heel erg druk om maak, is wat er toen gebeurde. Het wolvenwijf zei alleen maar liefjes: “Pasha, wat doe nu?” Ze trok haar monster met een ruk terug aan de rinkelende wolvenketting en liep gewoon door. Hun voetstappen lieten een bloedspoor achter op het pad. Vogels vielen stil en het gras wuifde niet langer in de wind. Een verstikkende zwavellucht schroeide m’n neusgaten. Ze zei geen woord tegen me, en al helemaal geen sorry. Moet je daar als jogger ook maar niet zo nietsvermoedend willen wandelen, op dat openbare voetpad. Dan vraag je er gewoon om.

16 mei 2007

Woningruil



Wilt u kleiner wonen? Bent u dat grote wonen al jaren zat? Denkt u erover uw woning te verbouwen door de serre af te breken, uw dakkapel te verwijderen of de zolderverdieping dicht te spijkeren? Overweeg dan woningruil. Zo klein wonen als u zelf wilt! Eindelijk het ruimtegebrek waar u al zo lang aan toe bent!

15 mei 2007

Sterkte

Fijn dat de koffieautomaat ons iedere ochtend
een hart onder de riem steekt.

14 mei 2007

Strandfoto's

Ik heb een geheugenkaart gevonden op het strand. Hij is 128 MB, made in Taiwan en staat vol foto's. Vanaf een soort familiereünie kijken onbekende mensen me glimlachend aan. Ze poseren voor een gladde houten wand, gezin na gezin. Blanke vaders en moeders met twee of meer kinderen. Geen opvallende kenmerken. Geen eenoudergezinnen, punkkinderen of vaders met tatoeages en sjekkies in de mondhoek. Wel veel warm gebreide truien, brede glimlachen, gekamde haren en handen van ouders geruststellend op schouders van zoontjes met geruite overhemdjes.
In de Openbare Bieb in Utrecht hadden ze ooit een wand vol gevonden foto's. Die waren in de loop van de tijd achtergebleven in boeken, of gewoon verloren. Ze boden zomaar een kijkje in het leven van anderen. Dat die anderen vreemden waren, deed niets af aan het ondeugende gevoel van voyeurisme dat ik ervan kreeg. Er zaten pasfoto's bij, vakantiefoto's, zelfs trouwfoto's. Een gebloemd zeiltje op een keukentafel. Een afzakkende korte broek op een camping. In de loop van de weken verdwenen er foto's van de wand. Ik stelde me voor hoe mensen erbij hadden staan kijken en tot hun vreugde -of schrik- een pasfoto van tante Prunella zagen hangen, of een kiekje van trouwe teckel Hannibal die nu alweer zoveel jaar dood was, de lieve schat.
De rest van de foto's op mijn gevonden geheugenkaart zijn van een reis naar Italië. Eén man staat er heel vaak op. Ik heb me zijn gezicht goed ingeprent. Als ik hem tegenkom, spreek ik hem aan. Dan geef ik hem ook een geheugenkaart. Kan hij thuis een kijkje nemen in mijn leven.

12 mei 2007

Impa is op het wat?

Op het Wad!
Ik heb Vlielandwangen. Die zijn erop gewaaid met de waddenwind en die gaan er het hele weekend niet meer af. En dat zand in m'n schoenen gaat mee terug naar huis. En als u mij dan over een paar dagen tegenkomt in Utrecht met mijn haar in de war en een glimlach op m'n lippen, weet u waar het door komt: dan ben ik uitgewaaid en opgeladen.

09 mei 2007

Metromuziek

Ik breng mijn zomers door in Stockholm. Vorig jaar heb ik er veel naar I Am Kloot geluisterd, naar de gelijknamige plaat. Prachtige nummers met een flinke vleug melancholie. Het was een zomer die maar niet wilde mislukken. Twee maanden zon: altijd warm maar ook altijd een bries en een paar wolken. Eindeloze avonden aan het water omdat het er met dat lange licht maar niet afkoelt: in het park, op de kades en in drijvende cafés. Uitjes, feestjes, dates met een geheimzinnige Chileen en vakantieliefdesverdriet bij het afscheid. En vooral veel zwerven door die stad van mij. Bruggen, glinsterend water, lucht en dat eindeloze licht. En in de metro draaide ik bijna iedere dag I Am Kloot. Als ik de plaat nu hoor, ben ik er meteen weer terug. Dan zie ik het voor me en maak ik in gedachten de trip van vijf haltes naar het huis van mijn beste vriend. Ik kan niet wachten op komende zomer... Al m’n zintuigen kijken er al naar uit.

08 mei 2007

Autodidactisch

Ik heb mijn rijbewijs nog niet zo lang. Pas een jaar of zes. Daarvoor droomde ik wel vaak dat ik autoreed, terwijl ik dus geen flauw benul had hoe dat moest. In die dromen liep alles altijd uit de hand en had ik nergens controle over (voelt u zich vrij hier zelf even een stukje psychologie van de koude grond op los te laten). Om de boel nog enigszins in de hand te houden, had ik m’n droom-zelf aangeleerd vooral rustig te blijven en te onthouden: 'rechts is remmen, links is gas'. De auto’s hadden altijd twee pedalen en als ik dit maar onthield, zou ik het wel redden. Ik heb door de jaren heen vele nachten doorgebracht op snelwegen en op fietspaden, in tuinen en in greppels, terwijl ik met verbeten blik het stuur omklemde en mijn mantra prevelde: ‘rechts is remmen, links is gas’.
Het gekke is dat het er niet gemakkelijker op is geworden nu ik een rijbewijs heb. Je zou denken dat ik in mijn dromen nu ontspannen glimlachend cruise langs ’s heren wegen terwijl de wereld zonnig en vriendelijk voorbijglijdt, maar nee. Het is nog steeds chaos (hier desgewenst weer even uw innerlijke psycholoog de vrije loop laten). Het enige verschil is dat mijn mantra nu z’n beste tijd heeft gehad. Rechts is remmen, links is gas? Ha! Zo gemakkelijk kom je er niet vanaf, Impa. Niks stuur en twee pedalen, maar stuur, drie pedalen EN een koppeling. En een richtingaanwijzer. En achteruitkijkspiegels. Ruitenwissers. Koplampen. Autoradio. Make-upspiegeltje achter de klep. Glasbakflessen in de achterbak. Overdag een fluitje van een cent, maar probeer daar ’s nachts maar eens een overzichtelijke mantra voor te bedenken.

07 mei 2007

Regen twee

Een paar uur later regent het nog steeds. Ik zit nog steeds aan tafel te werken. De minnaar is inmiddels thuisgekomen: hij heeft mijn schouders gemasseerd en staat nu in de keuken. Hij heeft een rood schort voor, roert in een pan en is aan de telefoon met een vriend die zo te horen ook staat te koken. Ze hebben het over recepten en het bevrijdingsfestival waar we afgelopen weekend zijn geweest.
Volgens mij heb ik op een of andere manier ergens iets heel goed gedaan.

Regen

Regen vervelend? Ha! I laugh in the face of regen! Regen is my middle name! I have regen for breakfast! Dat krijg je als je als tevreden kleine zelfstandige op een dag als vandaag helemaal niet naar buiten hoeft. Gewoon laptop op tafel, joggingbroek aan en lekker tikken met een pot thee. De minnaar komt vanzelf weer thuis om eten voor me te koken :-)

06 mei 2007

De zon en de sterren

In M, het maandelijkse tijdschrift van NRC Handelsblad, stond deze maand een artikel over ambtenaren in Jemen. Over het gebrek aan middelen, de bureaucratie, de willekeur en de rol van vrouwen in de ambtenarij. Er stonden prachtige foto's bij.
Ik ken zelf ook een ambtenaar uit Jemen. In januari zat er een strak in het pak gestoken, oudere heer naast me in het vliegtuig uit Stockholm. Hij bleek een gepensioneerd Jemenitisch diplomaat te zijn. Hij liet me een diplomatenpaspoort zien en vertelde me dat hij ieder jaar een maand op reis ging. Nadat hij met pensioen was gegaan, was hij een eigen bedrijf begonnen in beveiligingssystemen, dat hij vervolgens aan z’n zoon had overgedaan. Hij had een vrouw en een paar volwassen kinderen en reisde ieder jaar een maand alleen over de wereld om oude bekenden uit het diplomatenleven op te zoeken. We praatten over ons werk en ons privéleven. Over Europa en de Arabische wereld. Hij vertelde me over zijn land met zo’n enthousiasme en zoveel kleur dat ik de straten voor me zag, de qatbladeren proefde en de woestijnwind over m’n huid voelde strijken. Hij was hoffelijk en vriendelijk. Ik hielp hem met het openpeuteren van zijn sandwichverpakking en toen ik merkte dat zijn ogen niet meer zo goed waren maar hij geen bril opzette, wees ik hem er voorzichtig op dat hij saus had gemorst en dat het zonde zou zijn als er vlekken op zijn mooie pak kwamen. Na een stilte kuchte hij. Hij keek me aan en bekende dat hij in zijn vrije tijd graag poëzie schreef. Hij zei dat hij Arabische poëzie over mij zou schrijven en het naar me op zou sturen. Hij zei dat het zou gaan over de zon en de sterren en dat ik het zou moeten laten vertalen door een goede Arabische vertaler. Vlak voor de landing, toen ik genoot van het gevoel van thuiskomen dat me altijd bekruipt als we weer op Nederlands grondgebied zijn, bedankte hij me voor mijn gezelschap. Hij had het een onvergetelijke reis gevonden.

Eenmaal thuis bezocht ik Jemen op Google Earth. Ik keek vanuit de ruimte naar de straten van de steden en staarde naar de uitgestrekte woestijn. Ik vroeg me af of de Arabische poëzie over zon en sterren me ooit zou bereiken. Eigenlijk deed het er niet zoveel toe. Ik heb me gedurende de hele Europese vlucht van Stockholm naar Amsterdam een Jemenitische prinses gevoeld.

05 mei 2007

Danny en Roos

Op de voorkant van Utrechts uitgaansblad NL30 stond deze week actrice Roos van Acker. Op de binnenkant van de omslag stond Danny de Munck. Op het terras, in de felle zon, leverde dat met tegenlicht door het papier plotseling het volgende beeld op. Iek...

04 mei 2007

Afzakkertje

Ik liep afgelopen weekend de koninginnemarkt op met een broek die afzakte. Ik kan u verzekeren dat dat niet handig is. Je struikelt voortdurend met dat ding op je enkels. Je komt thuis onder de blauwe plekken omdat je steeds omrolt. En de mensen kijken op een of andere manier heel raar naar meisjes die met afgezakte broek over straat strompelen. Maar wat nog veel erger is: het leidt af, zodat je je niet goed kunt concentreren op de spulletjes die er verkocht worden. Troep natuurlijk, maar toch. Troep die je MOET hebben.
Anyway. Mijn broek zakte af. Ik hurkte bij een stapel riemen. Ik: ”Kost die riem?” Koninginnemarktmevrouw: “Eurootje.” Ik had van tevoren voor de spiegel geoefend hoe ik bedenkelijk moest kijken. “Nou, nou, eurootje… Ik geef u vijftig cent.” Koninginnemarktmevrouw: "Goed.” Ik sprong op. Mijn broek bleef op mijn enkels liggen. “Ik heb afgedongen, mevrouw! En u ging gewoon akkoord! Nu ben ik helemaal blij want mijn broek zakt af.”
Vriend A. en ik verwonderden ons over de witte plaspiramiden. Waar je met vier man tegelijk in een kring tegenaan kon zeiken. Ze stonden steevast op helverlichte plekken onder een lantarenpaal, en je moest een stap omhoog doen om erop te stappen. Lekker logisch, om boven de massa uit voor het voetlicht te stappen voor zoiets intiems als een plas. Later kwam A. door de menigte heen op me aflopen. Hij keek heeeeeel tevreden. “Het lucht wel op, hoor, ook al stap je ervoor in het spotlicht.” Ik zei: “Ik weet precies wat je bedoelt. Zo opgelucht voelde ik me net ook toen ik m’n broek eindelijk kon ophijsen.” A. lachte: “Ja, inderdaad. Eindelijk niets meer hoeven ophouden.”
Verderop hing een bordje met een pijl en de woorden: Toilet 50 meter. Altijd fijn om te weten, als je jezelf niet bij zo'n plaspiramide ziet hurken maar wel het nodige aan consumpties op hebt. Twintig meter verder hing hetzelfde bordje. Toilet 50 meter. En even verderop hing er weer een. Leuke uitvinding hoor, zo'n mobiel toilet, maar probeer die dingen maar eens bij te houden.

03 mei 2007

Mis poes

Het baasje van de leenpoezen is terug van weggeweest. Ik ben terug in mijn eigen huis, en blij toe. Geen kattenharen meer in mijn wijn. Geen poezenpoten meer op de aan-en-uitknop van mijn laptop. Geen natte rasp meer in mijn gezicht als ik lig te slapen. Geen hondjepoesje dat overal gaat staan waar ik tijdens het lopen m’n volgende stap wil zetten. Geen diplomatieke betrekkingen meer hoeven onderhouden tussen de jonge losbol en de oude dame die met rust gelaten wil worden. Geen spinnende pluizenbollen meer aantreffen in mijn handtas… Geen kopjes meer als ik zit te werken… Geen warm poezenlijf meer op schoot… Geen begroeting meer als ik binnenkom…
U voelt hem al. Ik ben verloren. Ik kan er niets aan doen. Mijn hart is gestolen en ligt nog bij de leenpoezen. Ik moest thuis de relatie met mijn ficus maar eens nieuw leven inblazen. Die heb ik de afgelopen weken danig verwaarloosd. En die begroet mij ook best wel enthousiast als ik thuiskom. Zo met die stille groene blaadjes.

01 mei 2007