15 april 2007

Zondag

Toen ik opstond, scheen de zon. Mijn minnaar had z’n eigen croissantjes meegenomen (afblijven, hij is van mij), en nadat hij me die geserveerd had met vers fruit nam hij me weer mee terug naar bed. Toen ik opnieuw opstond, scheen de zon nog steeds.
Ik nam een lange douche, dronk koffie, at pure chocolade gevuld met pepermunt, aaide de geleende poezen en maakte samen met de minnaar een plan voor de rest van de dag. En nog steeds scheen de zon.
We fietsten door de stad naar waar zijn auto stond. We reden door een bloeiend polderlandschap naar de plek waar hij foto’s wilde maken. Ik zat naast hem in de auto, in m’n rokje en met m’n blote voeten op het dashboard. Rechts van me slingerden bij het inhalen vrachtwagenchauffeurs de vluchtstrook op en links van me deed de minnaar een cd van m’n lievelingsband in de cd-speler.
Op de terugweg fietsten we van waar zijn auto stond terug naar mijn huis. De zon scheen, de terrassen zaten vol en ik kwam twee bekenden tegen, zodat ik die heel nonchalant in het voorbijgaan kon groeten. Ik bleek een vrouw in het bezit van jonge, knappe, hippe kennissen. Altijd goed.
Nu zit ik dit te schrijven. De pasta met Parmezaanse kaas is op, de rode wijn nog lang niet. De afwasmachine zoemt en de geleende poezen spinnen. De zon schijnt nog net boven de daken uit. Straks een ijsje bij de beste ijstent van de Randstad.
Deze dag kan gewoon niet meer stuk. Het enige wat hem nog beter zou maken, is als de minnaar nog een nacht zou blijven. Me straks weer gewoon mee naar bed zou nemen. Maar ja, dat gaat natuurlijk niet zomaar. Hij is door z’n croissantjes heen.

Geen opmerkingen: