16 april 2007

Stoer

Ik heb gisteravond iets doms gedaan. Ik durf het haast niet te vertellen omdat ik me zo schaam. U zult het misschien niet eens begrijpen, maar ik vond het zo dom van mezelf dat ik ervan moest blozen. Van schaamte dan, hè. Want blosjes op m’n wangen krijg ik ook van andere dingen, maar daar gaat het nu even niet over.

Heeft u ook van die dingen die u heel stoer vindt aan zichzelf? Snel optrekken bij het stoplicht misschien? Of achteloos Nietzsche citeren? Uit je hoofd weten hoe je Nietzsche spelt? Op hele hoge hakken lopen zonder eruit te zien als een boer met voetpijn? Met één hand shagjes draaien zonder te morsen? Met beide benen kunnen dribbelen en scoren?

Nou, ik heb dat dus met poolen. Ik voel me een enorm stoere meid als ik aan het biljart sta. Tijdens de beurt van de ander knik ik nadenkend of laat een “tssssss” ontsnappen aan mijn in een mysterieuze glimlach gekrulde lippen. Ik pak het blokje, krijt de top van de keu, blaas het overtollige blauw eraf, doe een stap naar voren en neem de situatie op de tafel in me op. Daarna heb ik twee opties. Of ik stap doelbewust naar een kant van het biljart omdat ik onmiddellijk zie wat er moet gebeuren en meteen trefzeker kan stoten, óf ik loop er met wiegende heupen eens rustig omheen omdat de gecompliceerde situatie een moment van reflectie vereist.

Tot zover de voorbereiding. Dan de stoot zelf. Rustig naar het biljart toe stappen, elegant voorover buigen, de benen gestrekt, de rug voldoende hol om andere delen van het lichaam goed uit te laten komen. De vingers stevig plaatsen, de stoot voorbereiden, stoten en niet meteen weer omhoog komen. Even vlak bij het laken blijven, één met de rollende ballen. Glimlachen en weer omhoog komen. Haar naar achter zwaaien. Glimlachen als je een bal hebt gepot. Ook glimlachen als je hebt gemist, want dat was dan immers puur strategisch. Teruglopen naar je biertje en een flinke slok nemen. De keu rustig naast de voet op de grond laten rusten. Vaak genoeg verliezen om een graag geziene tegenspeler te blijven en vaak genoeg winnen om een uitdaging te zijn. De verbazing zien op het gezicht van mannen en de testosteronvonk in hun ogen omdat er ineens een noodzaak opduikt hun mannelijkheid te bewijzen.

Goed, zo gaat dat dus. Gisteravond was ook zo’n avond. Mijn tegenspeler was de minnaar, waar ik een goede indruk op wilde maken om redenen die u wel begrijpt. Stelt u zich al het bovenstaande voor, met na afloop van mijn stoot een stilte. De minnaar vroeg: “Waar speel je nou mee?”. Ik wilde al heel bijdehand beginnen over de keu, toen hij op de tafel wees. Tot mijn ontsteltenis en ter ontkrachting van mijn hele scenario voor stoere aantrekkelijkheid zag ik twee ballen rollen. Mijn laatst overgebleven gekleurde bal, en de zwarte. De witte speelbal lag onaangeroerd in een heel andere uithoek van de tafel.

Geen opmerkingen: