Impa en de woestijn (1)
Waarin Impa afscheid neemt van het stof maar de woestijn nog in zich draagt

Ik laat me in het bad zakken. Mijn huid draagt het stof van de woestijn, het zand zit tussen mijn haren. Als het water me omsluit, aarzel ik. Mijn haar is stug als touw, een week lang door de woestijnwind gevlochten. 'Een koord dat uit drie strengen bestaat, is niet snel stuk te trekken.' Ik wil het stof en het zand er niet uitspoelen, het laatste tastbare stuk woestijn niet loslaten. Als ik dieper en dieper in het water zak, voel ik hoe mijn haar begint te drijven en door het warme water waaiert. Ik voel mijn oren vollopen en sluit mijn ogen.
Zodra mijn gezicht helemaal onder water is en ik het stof van de woestijn teruggeef aan de elementen, merk ik dat ik op een andere plek ben. Het water omsluit me zoals de zon dat deed. De werveling streelt me zoals de wind dat deed. In het water zit dezelfde zachtheid als in het stof, dezelfde milde streling als in het eindeloze licht en de ruimte van de woestijn.
Een bad is anders met de nieuwe zintuigen die ik van de Sahara heb gekregen. Met het hart nog zo wijd open en de overgave nog zo dicht bij de hand. En dan realiseer ik me dat ik de woestijn rustig kan laten gaan, daar, in het warme water, omdat hij overal is. Omdat mijn zintuigen zich overal kunnen laven aan stilte, ruimte, beweging, stroming, licht.
'Alles is goed zoals het is. De mensen die je ontmoet, zullen precies de juiste zijn, op het juiste moment. De dingen die gebeuren, zullen de juiste dingen zijn, op het juiste moment. De dingen komen zoals ze komen. Ze gaan zoals ze gaan. En wat voorbij is, is voorbij.'
De volgende ochtend loop ik met mijn lief in Nijmegen langs de rivier. Ik voel de wind op mijn wangen en hoor de geluiden van de stad die ontwaakt. Het verkeer, de schepen. En onder alle geluiden hoor ik, heel duidelijk en heel vriendelijk, de stilte.
Een bad is anders met de nieuwe zintuigen die ik van de Sahara heb gekregen. Met het hart nog zo wijd open en de overgave nog zo dicht bij de hand. En dan realiseer ik me dat ik de woestijn rustig kan laten gaan, daar, in het warme water, omdat hij overal is. Omdat mijn zintuigen zich overal kunnen laven aan stilte, ruimte, beweging, stroming, licht.
'Alles is goed zoals het is. De mensen die je ontmoet, zullen precies de juiste zijn, op het juiste moment. De dingen die gebeuren, zullen de juiste dingen zijn, op het juiste moment. De dingen komen zoals ze komen. Ze gaan zoals ze gaan. En wat voorbij is, is voorbij.'
De volgende ochtend loop ik met mijn lief in Nijmegen langs de rivier. Ik voel de wind op mijn wangen en hoor de geluiden van de stad die ontwaakt. Het verkeer, de schepen. En onder alle geluiden hoor ik, heel duidelijk en heel vriendelijk, de stilte.

